Aanbestedingsrecht

Aanbestedingsrecht. verkort vonnis van 17 november 2021. Ontbreken van procesbelang bij heraanbesteding.

Rechtbank Noord-Holland, 17 november 2021

Zaakgegevens

Op 17 november 2021 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over aanbestedingsrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
17 november 2021
Datum publicatie
3 december 2021
Zaaknummer
C/15/321317 / KG ZA 21-551 (verkort)
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:11144
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanbestedingsrecht. verkort vonnis van 17 november 2021. Ontbreken van procesbelang bij heraanbesteding.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/321317 / KG ZA 21-551

Vonnis in kort geding van 17 november 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLEINE MAATJES B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

advocaten mr. N. van den Burg en mr. L. van Leeuwen te Utrecht,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZAANSTAD,

zetelend te Zaandam,

gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

advocaat mr. M.W. Langhout te Haarlem,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE EDAM-VOLENDAM,

zetelend te Volendam,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

niet verschenen,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE LANDSMEER,

zetelend te Landsmeer,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

niet verschenen,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OOSTZAAN,

zetelend te Oostzaan,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

vertegenwoordigd door [betrokkene 1],

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BEEMSTER,

zetelend te Middenbeemster,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

niet verschenen,

6. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE PURMEREND,

zetelend te Purmerend,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

niet verschenen,

7. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WATERLAND,

zetelend te Monnickendam,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

vertegenwoordigd door [betrokkene 2],

8. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WORMERLAND,

zetelend te Wormer,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst/voeging,

vertegenwoordigd door [betrokkene 1],

in welke procedure heeft verzocht te worden toegelaten als tussenkomende partij, dan wel als gevoegde partij aan de zijde van gedaagden:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZIGZAGZORG B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in het incident tot tussenkomst/voeging,

advocaat mr. drs. F.A. van den Assem.

Eiseres in de hoofdzaak zal hierna Kleine Maatjes genoemd worden. De gedaagden in de hoofdzaak zullen bij hun volledige naam worden aangeduid. De gemeente Zaanstad zal tevens de gemeente genoemd worden. Eiseres in het incident tot tussenkomst/voeging zal Zigzagzorg genoemd worden.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 12 november 2021 wordt spoedshalve een verkort vonnis gewezen.

Een uitgewerkt vonnis, waarin de motivering van de beslissing zal worden weergegeven, volgt zo spoedig mogelijk (uiterlijk 26 november 2021).

Er wordt als volgt beslist:

Beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

- staat Zigzagzorg toe in de hoofdzaak tussen te komen,

- compenseert de proceskosten in het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

- verklaart Kleine Maatjes niet-ontvankelijk in haar vorderingen,

- veroordeelt Kleine Maatjes in de proceskosten, die tot op heden als volgt worden begroot:

- aan de zijde van de gemeente Zaanstad op € 2.191,- (€ 667,- aan griffierecht en € 1.524,- aan salaris advocaat);
- aan de zijde van Zigzagzorg op € 2.191,- (€ 667,- aan griffierecht en € 1.524,- aan salaris advocaat), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
- aan de zijde van de gemeente Waterland op € 667,- (griffierecht);
- aan de zijde van de gemeente Wormerland op € 667,- (griffierecht);

- aan de zijde van de gemeente Oostzaan op € 667,- (griffierecht);
- aan de zijde van de overige gemeenten op nihil,

- veroordeelt Kleine Maatjes in de na dit vonnis aan de zijde van de gemeente Zaanstad ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Kleine Maatjes niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

- veroordeelt Kleine Maatjes in de na dit vonnis aan de zijde van Zigzagzorg ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Kleine Maatjes niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,

in het incident en in de hoofdzaak

- verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 17 november 2021.

Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

Conc.: 1422