Arbeidsrecht

Verzoek transitievergoeding niet-ontvankelijk. Gelet op de uitkomst van de dagvaardingsprocedure (8782175 CV…

Rechtbank Noord-Holland, 20 januari 2021

Zaakgegevens

Op 20 januari 2021 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
20 januari 2021
Datum publicatie
15 februari 2021
Zaaknummer
8768204 AO VERZ 20-153
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:1250
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek transitievergoeding niet-ontvankelijk. Gelet op de uitkomst van de dagvaardingsprocedure (8782175 CV EXPL 20-8162) die tussen partijen is gevoerd over hetzelfde onderwerp en waarin eveneens heden uitspraak is gedaan, heeft werknemer geen belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8768204 AO VERZ 20-153

Uitspraakdatum: 20 januari 2021

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. A.W. Brantjes en mr. V.J. Carvalho Mota

tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerster]

gevestigd te [plaats]

verweerster

verder te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. J. Veenis

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een voorwaardelijk verzoek ingediend om [verweerster] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, voor het geval tussen partijen een arbeidsovereenkomst en geen managementovereenkomst heeft bestaan. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 17 december 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Op verzoek van partijen is deze zaak gelijktijdig met de comparitie van de samenhangende dagvaardingsprocedure met als zaaknummer 8782175 CV EXPL 20-8162 behandeld. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren [in 1980] , is met ingang van 21 juni 2019 voor één jaar bij [vennootschap] in dienst getreden in de functie van Commercieel Manager tegen een bruto maandsalaris van € 3.900,- exclusief vakantietoeslag en emolumenten.

2.2.

Met ingang van 15 januari 2020 is de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] gewijzigd in die zin dat [verweerster] als werkgever de overeenkomst heeft opgevolgd.

2.3.

Bij e-mail van 14 mei 2020 heeft [verweerster] de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] per 20 juni 2020 opgezegd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om [verweerster] te veroordelen tot:

  1. betaling van een transitievergoeding van € 1.404,- bruto, binnen twee dagen na de in deze te wijzen beschikking;

  2. het voornoemd bedrag onder 1. te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2020 danwel een door de kantonrechter te bepalen termijn, tot algehele voldoening heeft plaatsgevonden;

  3. betaling van een transitievergoeding berekend tot de in rechte vastgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst, uiterlijk binnen een maand na die einddatum, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf dat moment indien tijdige betaling uitblijft tot algehele voldoening heeft plaatsgevonden;

  4. betaling in de kosten van beide procedures, waaronder tevens begrepen een salaris voor de gemachtigde en betaling van nakosten (krachtens artikel 237 lid 4 RV), met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na de beschikking zijn betaald, [verweerster] daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort gezegd – dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 20 juni 2020 en dat hij op grond van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht heeft op een transitievergoeding.

4 Het verweer

4.1.

[verweerster] stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op 20 juni 2020 van rechtswege is geëindigd. [verweerster] verweert zich niet tegen de toekenning van de transitievergoeding berekend per deze datum.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of [verweerster] moet worden veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding.

5.2.

Gelet op de uitkomst van de dagvaardingsprocedure met als zaaknummer 8782175 CV EXPL 20-8162 die tussen partijen is gevoerd met betrekking tot hetzelfde onderwerp en waarin eveneens heden uitspraak wordt gedaan, heeft [verzoeker] geen belang meer bij nog eens een afzonderlijke toewijzing van hetgeen door hem in deze verzoekschriftprocedure is verzocht. Derhalve dient [verzoeker] in alle onderdelen van het voorwaardelijk verzoekschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard en dient alleen nog een beslissing te worden genomen ten aanzien van de proceskosten. De kantonrechter oordeelt dat [verzoeker] gelet op de uitkomst van deze procedure met die kosten dient te worden belast. Het voorgaande leidt tot de volgende beslising.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart het verzoek van [verzoeker] niet-ontvankelijk;

6.2.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van [verweerster] tot en met vandaag vaststelt op € 480,00 aan salaris van gemachtigde.

6.3.

verklaart vorenstaande proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.P. Ruitinga, kantonrechter en op 20 januari 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter