Burgerlijk procesrecht
Kort geding. Schorsing van de executie totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of eiser…
Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8503 · Rechtbank Noord-Holland · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2026-8503
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- K/4102/12140669
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8503
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Schorsing van de executie totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of eiser dwangsommen is verschuldigd aan gedaagde.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12140669 \ VV EXPL 26-40
Uitspraakdatum: 15 april 2026
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:
[eiser]
te [plaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. J.F.R. Eisenberger
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. R.J. van de Leur
1 De gronden van de beslissing
De kantonrechter zal de tenuitvoerlegging van het vonnis van 1 mei 2024 schorsen totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of [eiser] de dwangsommen van
€ 25.000,00 aan [gedaagde] verschuldigd is, om de navolgende redenen.
Toetsingskader
Als in een executiegeschil de vraag moet worden beantwoord of dwangsommen zijn verbeurd, moet de executierechter onderzoeken of aan de door de rechter uitgesproken veroordeling waaraan een dwangsom als sanctie is verbonden, is voldaan. De onderliggende rechtsverhouding ligt niet (opnieuw) ter beoordeling voor.
Voor het treffen van de gevorderde voorlopige voorzieningen kan reden zijn als, mede gelet op de kenbare belangen van partijen, voorshands voldoende aannemelijk is dat geen dwangsommen zijn verbeurd. Nu met betrekking tot de vraag of aan de hoofdveroordeling is voldaan, de bewijslast op de executant (in dit geval [gedaagde]) rust, is een vordering tot schorsing van de executie (in beginsel) toewijsbaar wanneer niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de geëxecuteerde (in dit geval [eiser]) inderdaad niet (volledig) aan de hoofdveroordeling heeft voldaan. Dat betekent dat in kort geding een inschatting zal moeten worden gemaakt van de kans dat de executant in een eventuele bodemprocedure er in zal slagen te bewijzen dat de geëxecuteerde niet (volledig) aan de veroordeling heeft voldaan.
Bij de beoordeling van de vraag of [eiser] niet (volledig) aan het vonnis heeft voldaan en of er daardoor dwangsommen zijn verbeurd, dient de rechter zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. De veroordeling moet worden uitgelegd in het licht en met inachtneming van de overwegingen die tot die beslissing hebben geleid. Die maatstaf kan er toe leiden dat een veroordeling beperkter moet worden uitgelegd dan volgt uit de letterlijke bewoordingen van het dictum. Bij de uitleg dienen het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te worden genomen, in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. De veroordeling mag dus ook niet ruimer worden uitgelegd dan voortvloeit uit het dictum, in samenhang met de overwegingen waarop het berust, en het daarmee beoogde doel.
[eiser] heeft de deur en de omringende constructie verwijderd
De veroordeling in het vonnis van 1 mei 2024 houdt in het verwijderen van de deur en de omringende constructie bij de trapopgang van de eerste naar de tweede verdieping, zoals ook was gevorderd. Die veroordeling sluit ook aan bij de overwegingen in het vonnis, waaruit volgt dat het doel was het weer toegankelijk maken van de gemeenschappelijke ruimte van het trappenhuis naar de tweede verdieping. Daaraan heeft [eiser] voldaan. Aan de hand van de op de zitting besproken foto’s (productie 7 bij conclusie van antwoord) staat vast dat de deur en de omringende constructie in de relevante periode zijn verwijderd, zodanig dat de doorgang naar het trappenhuis weer volledig vrij toegankelijk is.
[gedaagde] wenst ook volledig herstel van de situatie in de oorspronkelijke toestand. Het staat ook vast dat daarvan nog geen sprake is. [eiser] is op grond van de splitsingsakte ook gehouden de (gemeenschappelijke) ruimte volledig hersteld in oorspronkelijke toestand terug te brengen, en zal dit dus alsnog moeten doen. Maar dat is niet waartoe [eiser] in het vonnis van 1 mei 2024 is veroordeeld en kan ook niet worden herleid uit de overwegingen die aan die veroordeling ten grondslag liggen. Het is daarmee niet zonder twijfel dat dwangsommen zijn verbeurd op basis van het vonnis van 1 mei 2024.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt.
2 De beslissing
De kantonrechter:
schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van 1 mei 2024 totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of [eiser] de dwangsommen van (in totaal)
€ 25.000,00 aan [gedaagde] verschuldigd is;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 125,57;
griffierecht € 753,00;
salaris gemachtigde € 865,00;
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van der Kluit en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter