Civiel recht overig
De schorsing voor de duur van de bodemzaak (ontslag executeur) dient geen doel. Verzoeker heeft geen belang…
Rechtbank Noord-Holland, 7 juli 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6284 · Rechtbank Noord-Holland · 7 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2021-6284
Zaakgegevens
Op 7 juli 2021 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 7 juli 2021
- Datum publicatie
- 26 juli 2021
- Zaaknummer
- 9222163 / EJ VERZ 21-155
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2021:6284
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De schorsing voor de duur van de bodemzaak (ontslag executeur) dient geen doel. Verzoeker heeft geen belang bij het provisionele verzoek. De bodemzaak (ontslag executeur) worden voorgezet tijdens een mondelinge behandeling.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 9222163 / EJ VERZ 21-155
Uitspraakdatum: 7 juli 2021
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoekster] ,
wonende te [woonplaats]
2. [verzoekster] ,
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeksters]
gemachtigde: mr. I.W. van Osch
tegen
1 [verweerder] ,
2. [verweerder] ,
beiden werkzaam ten kantore van Janssen & Commenée Notarissen
verweerders
verder te noemen: [verweerders]
en de belanghebbenden:
1 [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats]
2. [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats]
verder te noemen: [belanghebbende 1 en 2]
gemachtigde: mr. Th.F. Roest
3 [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats]
verder te noemen: [belanghebbende 3] .
inzake
de nalatenschap van […] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en overleden op 28 juni 2019 te [plaats] ,
laatstelijk gewoond hebbende te [plaats] .
1 Het procesverloop
[verzoeksters] hebben een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 6 mei 2021. Onderdeel van dit verzoekschrift is een provisioneel verzoek tot schorsing executeur.
[verweerders] hebben een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 25 juni 2021 hebben [belanghebbende 1 en 2] gereageerd op het verzoek.
Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling op een zitting.
2 Het verzoek
[verzoeksters] verzoeken provisioneel om te bepalen dat [verweerder 1] als executeur/afwikkelingsbewindvoerder en [verweerder 2] als daartoe door [verweerder 1] gevolmachtigd, onmiddellijk (althans met ingang van datum indiening verzoek) worden geschorst in de uitvoering van hun taak als executeur/afwikkelingsbewindvoerder. [verzoeksters] stelt – kort gezegd – dat hiermee kan worden voorkomen dat verder nadeel aan de nalatenschap c.q. hun belangen wordt toegebracht door de handelswijze van de notaris.
Daarnaast verzoeken [verzoeksters] (in de bodemzaak) – kort gezegd – ontslag van [verweerders] als executeur/afwikkelingsbewindvoerder.
3 De beoordeling
De kantonrechter is met verweerders en belanghebbenden van oordeel dat een schorsing voor de duur van de bodemzaak (ontslag executeur) geen doel dient. Er zijn namelijk door [verzoeksters] conservatoire beslagen gelegd op de tot de nalatenschap behorende registergoederen om [verzoeksters] te verzekeren van mogelijke toekomstige rechten op levering. Zonder opheffing van dit beslag kunnen [verweerders] niet tot afgifte van legaten of verdeling overgaan. [verweerders] hebben bovendien zelf verklaard dat er tot de beslissing op het ontslag executeur niet over wordt gegaan tot verdeling of tot het afgeven van legaten. Dit betekent dat verweerders feitelijk niet verder zullen gaan met hun werkzaamheden als executeur/afwikkelingsbewindvoerder. [verzoeksters] heeft dan ook geen belang bij het provisionele verzoek.
De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [verzoeksters] zal afwijzen.
De zaak zal wat betreft de bodemzaak (ontslag executeur) worden voorgezet tijdens een mondelinge behandeling. In dat kader zal in de beslissing worden bepaalt dat partijen hun verhinderdata moeten opgeven aan de kantonrechter.
Over de proceskosten zal beslist worden bij de einduitspraak in de bodemzaak.
4 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek om de provisionele voorziening tot schorsing van de executeur af,
bepaalt dat partijen uiterlijk 21 juli 2021 aan de kantonrechter hun verhinderdata moeten opgeven voor de periode augustus tot en met november 2021,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter