Civiel recht overig
Opheffin van het bewind is naar het oordeel van de kantonrechter nog te vroeg. Betrokkene heeft onvoldoende…
Rechtbank Noord-Holland, 5 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:1480 · Rechtbank Noord-Holland · 5 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2026-1480
Zaakgegevens
Op 5 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 5 februari 2026
- Datum publicatie
- 17 februari 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:0000179453:B001 ZK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:1480
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opheffin van het bewind is naar het oordeel van de kantonrechter nog te vroeg. Betrokkene heeft onvoldoende laten zien dat hij zelfredzaam is.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
|
zaaknummer |
: |
NL:TZ:0000179453:B001 ZK |
|
dossiernummer |
: |
BM64002 |
|
datum |
: |
5 februari 2026 |
beschikking op een verzoek tot wijziging van de grondslag van de onderbewindstelling
op verzoek van:
EVITA Bewind B.V.,
postbus 40, 2000 AA Haarlem,
Kamer van Koophandel-nummer 93212755,
hierna te noemen: bewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],
wonende te [adres],
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 14 november 2025;
- de nadere informatie, ontvangen op 19 december 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 22 januari 2026.
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 17 februari 2021 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden tot en met 9 februari 2026. De bewindvoerder stelt dat daarvan geen sprake meer is, maar dat bewind nog wel nodig is. De bewindvoerder vraagt daarom om de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’ voor onbepaalde tijd.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. De bewindvoerder is van mening dat betrokkene zijn financiën nog niet zelfstandig kan beheren. Het is nog niet gelukt om via Plinkr stappen te zetten naar zelfredzaamheid. Betrokkene is de Nederlandse taal niet machtig en hij begrijpt brieven soms niet. Ook bestaat er zorg bij de bewindvoerder dat betrokkene niet om hulp vraagt en dat hij onvoldoende inzicht heeft in bij welke instanties hij terecht kan met vragen. De bewindvoerder vreest dat er schulden zullen ontstaan als het bewind nu wordt opgeheven.
Betrokkene wil graag opheffing van het bewind. Hij wil graag weer een uitkering aanvragen en zelf zijn financiën beheren.
Uit de stukken en de behandeling op zitting is voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat het te vroeg is om het bewind op te heffen. Hoewel betrokkene denkt zelf zijn financiën te kunnen beheren, heeft hij de kantonrechter daarvan niet overtuigd. Het Plinkr-traject is vastgelopen en betrokkene heeft onvoldoende laten zien dat hij zelfredzaam is. De kantonrechter acht het noodzakelijk dat het bewind nog langer voortduurt zodat betrokkene kan werken aan zelfredzaamheid in overleg met de bewindvoerder en eventueel een schuldhulpmaatje. Hierbij overweegt de kantonrechter dat betrokkene zelf het initiatief moet nemen voor een zelfredzaamheidstraject. Zodra betrokkene aantoonbaar zelfredzaam is kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend. De kantonrechter zal, gelet op het voorgaande, het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind toewijzen.
Het bewind staat ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek. Deze inschrijving zal worden doorgehaald.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek toe;
- wijzigt de grond van het bewind in die zin dat het bewind wordt voortgezet op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand;
- deelt mee dat het bewind wordt uitgeschreven uit het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek.
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken. |
||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
-
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.