Personen- en familierecht

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot…

Rechtbank Noord-Holland, 30 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
30 oktober 2026
Datum publicatie
2 november 2026
Zaaknummer
C/15/383812
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14884
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/383812 / JU RK 26-1647

Datum uitspraak: 30 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,

hierna te noemen de Raad,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het mondelinge verzoek van de Raad op 30 oktober 2026;

  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] woont bij zijn moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkgezin te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.0

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.

De moeder is verward en psychotisch (waaronder waanbeelden). Het CJG is betrokken geweest. Er is in samenwerking met de moeder een plan opgesteld voor de plaatsing van [de minderjarige] binnen verschillende netwerkgezinnen. Eerst gaf de moeder wel toestemming voor de plaatsing. Echter, zij is steeds meer verward en ontregeld geraakt, waarna is gebleken dat zij zich niet langer aan de gemaakte afspraken houdt/kan houden en [de minderjarige] wil zien/meenemen. Gelet op het huidige psychische toestandsbeeld van de moeder, is zij per direct opgenomen in een GGZ instelling. Het is niet duidelijk hoe lang de opname zal duren. [de minderjarige] verblijft nu bij een netwerkgezin en zal zondag overgaan naar een ander netwerkgezin.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.

4.2.

Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.5.

De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Haarlem met ingang van 30 oktober 2026 tot 30 januari 2027;

5.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkgezin met ingang van 30 oktober 2026 tot 27 november 2026;

5.3.

verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.5.

bepaalt dat de griffier de Raad, de GI en de moeder tijdig op te roepen voor de zitting.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2026 door mr. S. Ok, kinderrechter, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. E.M. ten Bos op 2 november 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.

Artikel 1:257 BW. Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).