Personen- en familierecht

Art. 21 en 22 Rv. De kinderrechter verlengt de uithuisplaatsing, hoewel het kind stelt meerderjarig te zijn…

Rechtbank Noord-Nederland, 2 november 2026

Zaakgegevens

Op 2 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
2 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
C/18/260350 JE RK 26-1545
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.J. Flach, mr. M.J. Flach
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4705
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 21 en 22 Rv. De kinderrechter verlengt de uithuisplaatsing, hoewel het kind stelt meerderjarig te zijn en dat in verband met haar asielaanvraag over haar daadwerkelijke leeftijd is gelogen. Uit forensisch medisch onderzoek komen vragen op over de biologische leeftijd van het kind. De kinderrechter verplicht de ouders de originele geboorteakte in het geding brengen om de authenticiteit daarvan te laten beoordelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummers: C/18/259478 / JE RK 26-1403 en C/18/260350 / JE RK 26-1545

Beschikking van 2 november 2026 over een machtiging tot uithuisplaatsing en verklaring voor recht

in de zaken van

de gecertificeerde instelling

Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

die is gevestigd in Groningen,

en die hierna 'de GI' wordt genoemd,

over

[minderjarige] ,

die woont in [woonplaats ] ,

en die hierna ' [minderjarige] ' wordt genoemd.

De kinderrechter wijst als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

die woont in [woonplaats ] ,

en die hierna 'de moeder' wordt genoemd,

advocaat: mr. M.J. Flach, die kantoor houdt in Groningen,

en

[vader] ,

die woont in [woonplaats ] ,

en die hierna 'de vader' wordt genoemd,

advocaat: mr. M.J. Flach, die kantoor houdt in Groningen.

1 Het (verdere) verloop van de procedure

In beide zaken

1.1.

Bij beschikking van 25 augustus 2026, hersteld bij beschikking van 28 september 2026, heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 3 november 2026, de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van de ouders en vervolgens een antwoordakte aan de zijde van de GI en iedere verdere beslissing aangehouden.

1.2.

Vervolgens heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

  • een akte van de ouders, door de rechtbank ontvangen op 21 september 2026;

  • een akte van de GI, door de rechtbank ontvangen op 29 september 2026;

  • een brief van de ouders, door de rechtbank ontvangen op 13 oktober 2026;

  • een akte van de GI, door de rechtbank ontvangen op 20 oktober 2026.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven.

2 De beoordeling

De kern van de beslissing

2.1.

De kinderrechter zal in deze beschikking de GI machtigen om [minderjarige] voor de resterende duur van de nu lopende ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen. De kinderrechter houdt zijn beslissing op het verzoek om een verklaring voor recht ten aanzien van de (biologische) leeftijd van [minderjarige] aan, in afwachting van de uitkomst van onderzoek dat wordt uitgevoerd naar de authenticiteit van de geboorteakte van [minderjarige] . De kinderrechter legt hierna uit waarom hij deze beslissingen neemt.

De motivering van de beslissing

2.2.

[minderjarige] , die nu in ieder geval zestien jaren oud is, geeft blijk van hevig verzet tegen een gedwongen terugplaatsing bij haar ouders. Zij kondigt aan weg te zullen lopen en heeft er in de afgelopen jaren blijk van gegeven ook de daad bij het woord te voegen. De betrokken hulpverlening is er goeddeels van overtuigd dat [minderjarige] ouder is dan de opgegeven leeftijd. De betrokken hulpverlening baseert zich daarbij op forensisch onderzoek dat een oudere leeftijd plausibel maakt en ook overigens uiteenlopende feiten en omstandigheden die de overtuiging bijbrengen dat [minderjarige] een inmiddels (bijna) meerderjarige vrouw is.

2.3.

Wat daar verder ook van zij, terugplaatsing van [minderjarige] kan, met inachtneming van de nadere toelichting die de GI heeft gegeven, in redelijkheid niet meer worden overwogen, gelet op de minimale leeftijd van [minderjarige] die ten aanzien van aar kan worden aangenomen, haar aanhoudende verzet tegen terugplaatsing en het reële risico dat zij (opnieuw) zal weglopen. Daarbij is een gezichtspunt dat [minderjarige] zich op dit moment, in tegenstelling tot voorgaande jaren, positief ontwikkelt en het contact met haar ouders is hersteld en verbeterd.

2.4.

Het leeftijdsonderzoek naar de biologische leeftijd van [minderjarige] is van groot belang. Wanneer blijkt dat [minderjarige] meerderjarig is, kunnen geen jeugdbeschermingsmaatregelen worden genomen. Wanneer blijkt dat zij binnen afzienbare tijd meerderjarig wordt, is dat een omstandigheid die moet worden gewogen bij de bepaling van de in te zetten zorg.

2.5.

De kinderrechter volgt daarom het verzoek van de GI om zijn beslissing aan te houden, in ieder geval totdat de GI duidelijkheid kan geven over de uitkomst van het beoogde documentenonderzoek door de IND. Op de voet van art. 21 en art. 22 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering zijn de ouders niet alleen gehouden alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Zij zijn daarnaast verplicht wanneer de kinderrechter dat wil, bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende bescheiden, in het geding te brengen.

2.6.

De rechter verplicht op grond van deze bepalingen de ouders om de originele geboorteakte van [minderjarige] in het geding te brengen, dan wel het bewijs dat zij die aan de IND voor het onderzoek naar de authenticiteit daarvan hebben gegeven.

2.7.

De kinderrechter wijst de ouders erop dat wanneer zij deze verplichting niet naleven, de kinderrechter daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht, ook ten nadele van de ouders.

2.8.

De kinderrechter informeert [minderjarige] met de volgende brief:

Beste [minderjarige] ,

Zoals je weet, moest ik nog een beslissing nemen over jouw uithuisplaatsing en leeftijd. Ik heb inmiddels meer informatie van jouw ouders en jeugdbeschermers ontvangen. Via jouw jeugdbeschermers heb ik ook jouw brief ontvangen.

Ik heb beslist dat jouw uithuisplaatsing wordt verlengd. Dat betekent dat jij zoals je ook wilt langer op de groep kan verblijven. Ik heb die beslissing genomen, omdat ik vind dat het verblijf op de groep aansluit bij wat jij in deze fase van je leven nodig hebt. Ik lees ook dat het goed met je gaat op de groep: jij houdt je aan de afspraken, gaat naar school en hebt beter contact met je familie.

Over jouw echte leeftijd kan ik nog geen definitieve beslissing nemen. Ik heb daarvoor namelijk nog steeds niet voldoende informatie. Op dit moment zijn jouw jeugdbeschermers bezig met het starten van een onderzoek naar jouw geboorteakte. Ik wil de uitkomst van dat onderzoek afwachten, voordat ik een beslissing neem.

Ik hoop dat mijn beslissing zo duidelijk voor jou is. Als je nog vragen hebt, dan kun je die aan jouw jeugdbeschermers stellen.

Met vriendelijke groet,

Bart Tromp

(kinder)rechter

3 De beslissing

De kinderrechter:

In de zaak met zaaknummer C/18/259478 / JE RK 26-1403

3.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 18 maart 2027;

3.2.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

In de zaak met zaaknummer C/18/260350 / JE RK 26-1545

3.3.

verplicht de ouders om binnen twee weken nadat deze beschikking is gegeven, het origineel van de geboorteakte van [minderjarige] ter griffie te deponeren, binnen twee weken nadat deze beschikking is gegeven, of een bewijsstuk waaruit volgt dat het de originele geboorteakte inmiddels in het bezit is van de IND;

3.4.

verwijst de zaak naar de rol van 8 januari 2027 voor het nemen van een akte met betrekking tot de uitkomst van het documentenonderzoek aan de zijde van de GI;

3.5.

bepaalt dat vanaf het moment dat de GI haar akte heeft genomen, de ouders een termijn van vier weken krijgen om daarop bij antwoordakte te reageren;

3.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2026.

Rechtsmiddelenverwijzing:

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.