Personen- en familierecht

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.

Rechtbank Noord-Holland, 29 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
29 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/383747
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14766
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/383747 / JU RK 26-1641

Datum uitspraak: 29 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] ,

advocaat mr. R.J. Wortelboer uit Heerhugowaard.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de ouder 1] ,

hierna te noemen: [de ouder 1] ,

wonende in [plaats] ,

[de ouder 2] ,

hierna te noemen: [de ouder 2] ,

wonende in [plaats]

hierna samen ook te noemen: de ouders.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 29 oktober 2026, mee in de beoordeling.

2 De feiten

2.1.

[de minderjarige] is door de ouders geadopteerd.

2.2.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.3.

[de minderjarige] verblijft in een gesloten jeugdhulpvoorziening van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juni 2026 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden, te weten tot 5 september 2026. De ondertoezichtstelling is bij beschikking van 18 juni 2026 tot 3 december 2026 uitgesproken.

2.5.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juni 2026 ook een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken, te weten tot 3 juli 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] is voor het laatst verlengd bij beschikking van 18 juni 2026, van 3 juli 2026 tot 3 december 2026.

2.6.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2026 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 31 juli 2026 tot 31 oktober 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur tot de meerderjarigheid.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.

[de minderjarige] verblijft sinds juli in een gesloten jeugdhulpvoorziening van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . Gedurende de gesloten plaatsing is gebleken dat het traject van [de minderjarige] moeizaam verloopt. Hoewel [de minderjarige] contact onderhoudt met de jeugdbeschermer en op bepaalde momenten bereidheid toont tot samenwerking, lukt het hem onvoldoende om gemaakte afspraken na te komen en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen ontwikkeling. Tijdens de eerdere zitting en in gesprekken met de jeugdbeschermer heeft [de minderjarige] toegezegd mee te werken aan diagnostisch onderzoek en zich te zullen oriënteren op een passende mbo- opleiding. Deze toezeggingen hebben echter niet geleid tot een structurele verandering in zijn houding en gedrag. Naast de moeizame samenwerking bestaan er ernstige zorgen over het gedrag van [de minderjarige] en de veiligheidsrisico’s die hiermee samenhangen. [de minderjarige] houdt zich onvoldoende aan de afspraken en regels binnen de gesloten voorziening. Ook zijn de verlofmomenten niet naar behoren verlopen. Er zijn situaties geweest waarin [de minderjarige] onder invloed van verdovende middelen terugkeerde. Daarnaast is sprake van cannabisgebruik op zijn kamer binnen de voorziening. Ook blijft [de minderjarige] zich begeven naar locaties waarvan is afgesproken dat hij daar niet mag komen, waaronder [locatie] . [de minderjarige] is daarnaast recentelijk uit detentie gekomen. [de minderjarige] wordt verdacht van betrokkenheid bij het plaatsen en laten afgaan van een explosief in [plaats] . Hoewel het gaat om een verdenking en niet om een vastgestelde betrokkenheid, vormt de aard en ernst hiervan een belangrijke aanvullende zorg in de beoordeling van zijn veiligheid, gedrag en ontwikkeling. De huidige machtiging gesloten jeugdhulp loopt op 30 oktober 2026 af. De jeugdbeschermer acht het noodzakelijk dat deze machtiging met spoed wordt verlengd, gelet op de aanhoudende ernstige zorgen rondom de veiligheid, ontwikkeling en het gedrag van [de minderjarige] en zijn beperkte vermogen om zich buiten een gesloten kader aan noodzakelijke afspraken en begeleiding te houden, alsmede het ontbreken van een passende en veilige vervolgplek. Er wordt momenteel gewerkt aan het realiseren van een passende vervolgplaatsing. Maandag 26 oktober jl. heeft er een intake plaats gevonden bij Vast en Verder [plaats] . De vervolgintake staat voor volgende week gepland. Gezien de ernst van de zorgen acht de GI het niet verantwoord dat [de minderjarige] zonder passende begeleiding, structuur en toezicht komt te zitten.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.

4.4.

De GI, [de minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 oktober 2026 tot 26 november 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de GI, de ouders, [de minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Lintjer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).