Personen- en familierecht

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Rechtbank Noord-Holland, 26 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
26 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/383621 / JU RK 26-1616
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14565
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/383621 / JU RK 26-1616

Datum uitspraak: 26 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] .

1 Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 26 oktober 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] woont bij zijn moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 juni 2026 [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 25 juni 2027.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter oordeelt dat een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor [de minderjarige] moet worden afgegeven. Een spoedmachtiging is noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] , zijn jongere zusje en het gezin te waarborgen, verdere escalatie te voorkomen en vanuit een passend en gestructureerd kader intensieve begeleiding en behandeling vorm te kunnen geven. Er is sprake van een acute en onveilige situatie. [de minderjarige] gebruikt dagelijks middelen, blowt ook gedurende de nacht, gebruikt incidenteel harddrugs, draagt messen bij zich en bewaart messen op zijn kamer. Daarnaast zijn er signalen dat hij betrokken is bij ripdeals en lopen er politieonderzoeken. Sinds kort steelt [de minderjarige] bovendien geld en goederen van moeder. De risico's nemen zichtbaar toe en moeder geeft aan steeds minder grip op [de minderjarige] te hebben. Door de combinatie van middelengebruik, criminele contacten, impulsief gedrag, beperkte cognitieve vaardigheden en het bezit van wapens kan de veiligheid van [de minderjarige] zelf en van zijn jongere zusje in de thuissituatie niet langer worden gewaarborgd.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.5.

De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 26 oktober 2026 tot 23 november 2026;

5.2.

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI en de moeder op voor de zitting van kinderrechter mr. M. Flipse op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.6.

vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).