Personen- en familierecht

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

Rechtbank Noord-Holland, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/383667
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14669
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/383667 / JU RK 26-1626

Datum uitspraak: 27 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen de GI,

wonende in Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

Bij beschikking van 25 juni 2026 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 juni 2027.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 oktober 2026 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 23 november 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.

3.3.

De gedragswetenschapper heeft op basis van het dossier een instemmingsverklaring afgegeven.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Nadat op 26 oktober 2026 de spoedmachtiging uithuisplaatsing was verleend, heeft een gesprek plaatsgevonden bij moeder thuis om de beslissing met [de minderjarige] te bespreken. Tijdens het gesprek is [de minderjarige] weggevlucht en niet teruggekeerd. Het risico dat [de minderjarige] zich zal onttrekken aan een reguliere uithuisplaatsing is groot. [de minderjarige] komt afspraken niet na en vermijdt begeleiding. Er bestaat tevens een groot risico dat [de minderjarige] verder afglijdt in het criminele circuit, meer middelen gaat gebruiken en opnieuw zal verdwijnen indien hij in een open setting geplaatst wordt.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat [de minderjarige] zo snel mogelijk na plaatsing in persoon zal worden gezien door de gedragsdeskundige.

4.4.

De GI, [de minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 oktober 2026 tot 24 november 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de GI, de moeder en [de minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. M. Flipse op [datum] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, aan Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).