Verbintenissenrecht
Luchtvaart; EPGV; als onbetwist is komen vast te staan dat er een sneller alternatief met plaats beschikbaar…
Rechtbank Noord-Holland, 12 november 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:13912 · Rechtbank Noord-Holland · 12 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2025-13912
Zaakgegevens
Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 12 november 2025
- Datum publicatie
- 28 november 2025
- Zaaknummer
- 11775163
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:13912
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; EPGV; als onbetwist is komen vast te staan dat er een sneller alternatief met plaats beschikbaar was; verzoek toegewezen
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11775163 \ CV FORM 25-4200
Uitspraakdatum: 12 november 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3]wonende te [plaats 2]
4. [verzoeker 4]wonende te [plaats 3]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 22 september 2024 moest vervoeren van Kopenhagen Airport (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EZY7940 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder heeft een beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Als onbetwist is komen vast te staan dat aan de passagiers een alternatieve vlucht is aangeboden, waarmee zij twee dagen later in Amsterdam zouden aankomen. Dit kwalificeert in beginsel niet als redelijke maatregel. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om te stellen en te onderbouwen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was, eventueel bij een andere luchtvaartmaatschappij.
De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat er een sneller alternatief met plaats beschikbaar was. De vervoerder heeft dit niet betwist, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Daarom kan niet worden geoordeeld dat hij redelijk alternatief vervoer heeft aangeboden. Het feit dat de passagiers (wegens het gebrek aan redelijke alternatieven) om een refund hebben verzocht en dat deze kosten vervolgens zijn voldaan, staat niet aan het recht op compensatie in de weg. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 22 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open