Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3502 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-3502
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 11898641 \ CV FORM 25-6474
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3502
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking bij het grondpersoneel. Het betoog van de vervoerder slaagt voor sommige passagiers. Voor de overige passagiers heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij hen na de annulering een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij voor hen niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Het verzoek wordt gedeeltelijk toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11898641 \ CV FORM 25-6474
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2]
beiden wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3]
4. [eiser 4]
beiden wonende te [plaats 2]
5. [eiser 5]
6. [eiser 6]
beiden wonende te [plaats 3]
7. [eiser 7]
8. [eiser 8]
beiden wonende te [plaats 4]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking bij het grondpersoneel. Het betoog van de vervoerder slaagt voor sommige passagiers. Voor de overige passagiers heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij hen na de annulering een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij voor hen niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Het verzoek wordt gedeeltelijk toegewezen.
1 Het procesverloop
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 september 2023 vervoeren van Palermo, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7804 dan wel EZY7804 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 3.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 445,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de vlucht moest worden geannuleerd vanwege een staking van onder meer het grondpersoneel in Italië. Een dergelijke staking is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij kan daar ook geen invloed op uitoefenen. Daarom was de annulering het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat deze alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.
De passagiers voeren aan dat de vervoerder hen na de annulering geen vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. De vervoerder heeft slechts een link toegestuurd om naar een vervangende vlucht te zoeken, maar nadat zij op deze link geklikt hadden was er geen vlucht beschikbaar.
De vervoerder heeft daar voor passagiers sub 3 en 4 tegenin gebracht dat hij hen heeft omgeboekt naar een vlucht vanaf een andere luchthaven op dezelfde dag. Voor de andere passagiers waren er op dezelfde dag geen andere vluchten op de route van Palermo naar Amsterdam beschikbaar. Daarom hebben zij (op verzoek) terugbetaling van de ticketprijzen ontvangen.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat hij voor passagiers sub 3 en sub 4 alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Hij heeft hen immers de keuze geboden tussen terugbetaling en omboeking en hij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij hen vervolgens heeft omgeboekt op een alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Dit betekent dat het verzoek tot compensatie voor passagiers sub 3 en 4 wordt afgewezen.
Dat geldt echter niet voor de overige passagiers. Weliswaar stelt de vervoerder dat voor hen geen vluchten op dezelfde dag op dezelfde route beschikbaar waren, maar dat ontslaat hem niet van zijn verplichting om alternatief vervoer te bieden (bijvoorbeeld naar een andere luchthaven of op een later tijdstip). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarom onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij voor de overige passagiers hij alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer beschikbaar te stellen. Daarmee heeft hij voor hen niet alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek tot compensatie voor passagiers sub 1, sub 2, sub 5, sub 6, sub 7 en sub 8 wordt toegewezen. De verzochte wettelijke rente over het toe te wijzen gedeelte van de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Gelet op de toewijsbare hoofdsom is het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het verzochte bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 435,60 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij overwegend ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.835,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 253,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open