Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3518 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-3518
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 11938035 \ CV FORM 25-7218
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3518
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De bemanning overschreed haar wettelijke werktijd vanwege de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Deze vertraging was het gevolg van beslissingen van de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11938035 \ CV FORM 25-7218
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De bemanning overschreed haar wettelijke werktijd vanwege de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Deze vertraging was het gevolg van beslissingen van de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
2 De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar en haar minderjarige kinderen op 23 oktober 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7832 dan wel EJU7832 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft de eventuele vorderingsrechten van haar minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking) van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat de minderjarige kinderen van de passagier niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, gaat de kantonrechter hieraan voorbij. De kinderen zijn namelijk geen partij in deze procedure en de passagier heeft het verzoek alleen in haar eigen naam ingesteld.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Londen – Amsterdam – Londen – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam – Londen – Amsterdam. De voorgaande vluchten werden, samengevat, vertraagd uitgevoerd vanwege (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Hierdoor was het niet meer mogelijk om de (laatste) rotatievlucht Amsterdam – Londen – Amsterdam uit te voeren zonder dat de bemanning haar wettelijke werktijden zou overschrijden. Ter onderbouwing verwijst hij onder meer naar vluchtrapporten.
De kantonrechter stelt voorop dat het uit de uren lopen van de bemanning in beginsel een operationeel probleem is. Door bijkomende omstandigheden kan dit echter wel als een buitengewone omstandigheid worden beschouwd. In dit geval heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het uit de uren lopen van de bemanning het gevolg was van (de doorwerking) van vertraging door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding aan de voorgaande vluchten. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Daarmee was de annulering het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat het niet mogelijk was om een ander toestel of een andere bemanning in te zetten omdat de beschikbare toestellen ook last hadden van de problemen op Schiphol en er geen andere bemanning beschikbaar was. Na de annulering heeft hij de passagier per e-mail de mogelijkheid gegeven om zich om te boeken naar een andere vlucht, hetgeen zij ook heeft gedaan.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het niet mogelijk was om een ander toestel of een andere bemanning in te zetten voor de vlucht in kwestie. Voor zover de passagier heeft aangevoerd dat de vervoerder haar naar een eerdere alternatieve vlucht had moeten omboeken, had het op haar weg gelegen om concreter aan te voeren dat er eerdere vluchten beschikbaar waren en dat er op deze vluchten ook plaats voor haar beschikbaar was. Omdat zij dit heeft nagelaten valt niet in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. Daarom heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open