Verbintenissenrecht

Luchtvaart; EPGV; de passagier is niet-ontvankelijk in het verzoek; vervaltermijn verstreken

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
3 april 2026
Zaaknummer
11898649
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3606
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; EPGV; de passagier is niet-ontvankelijk in het verzoek; vervaltermijn verstreken

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11898649 \ CV FORM 25-6475

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]
wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen


de vennootschap naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen (Oostenrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)


1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);

  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 18 september 2023 moest vervoeren van EuroAirport Bazel-Mulhouse-Freiburg (Frankrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7864 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.


3 Het verzoek

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de passagier in zijn verzoek kan worden ontvangen. Een verzoek dat is gebaseerd op een overeenkomst van luchtvervoer moet worden ingediend binnen twee jaren na de dag waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.

4.3.

De vlucht had op 18 september 2023 op Schiphol moeten aankomen. De (verval)termijn van twee jaren begon dus de lopen op 19 september 2023. Dit betekent dat het verzoek uiterlijk op 18 september 2025 had moeten worden ingediend. Getuige de stempel op het formulier A is het verzoek op 23 september 2025 ontvangen ter griffie van de rechtbank. De kantonrechter zal de passagier daarom in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

4.4.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat hij niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente over de (na)kosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart de passagier niet-ontvankelijk in het verzoek;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 87,00 aan salaris gemachtigde;

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 8:1835 jo. 8:1390 BW.