Verbintenissenrecht
Luchtvaart; EPGV; besluiten van de luchtverkeersleiding; Amsterdamse avondklok; proceskosten gecompenseerd
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3613 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-3613
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- 11970927
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3613
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; EPGV; besluiten van de luchtverkeersleiding; Amsterdamse avondklok; proceskosten gecompenseerd
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11970927 \ CV FORM 25-7740
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3]
4. [verzoeker 4]
beiden wonende te [plaats 2]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 10 juli 2024 moest vervoeren van Turnhouse Airport (Schotland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7838 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Compensatie
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Passagiers onder sub 3 en sub 4
De vervoerder heeft een beroep gedaan op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De kantonrechter oordeelt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Omdat vaststaat dat de passagiers ruim 25 uur later zijn aangekomen in Amsterdam, had het op de weg van de vervoerder gelegen om te stellen en te onderbouwen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was. Dit heeft hij echter nagelaten.
Gelet op het voorgaande kan de vervoerder niet worden ontslagen van zijn verplichting om de gedupeerde passagiers te compenseren. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom (€ 500,-) zal daarom worden toegewezen. De daarover verzochte rente is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
Passagiers onder sub 1 en sub 2
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat vlucht EJU7908 van Split naar Amsterdam vertraagd werd uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht pas na het ingaan van de Amsterdamse avondklok zou arriveren. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet toch eerder vertrekken. Ook de avondklok is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Daarom is de annulering van de (rotatie)vlucht het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
Vast staat dat de passagiers vervolgens zijn omgeboekt op een alternatief van Glasgow naar Amsterdam. De enkele omstandigheid dat zij zelf op een link moesten klikken om stoelen te boeken betekent niet dat de vervoerder niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Voor zover de passagiers nog hebben aangevoerd dat zij sneller vervoerd hadden kunnen worden, hebben zij dit onvoldoende onderbouwd. Daarom heeft de vervoerder voldoende redelijke maatregelen genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken.
Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer had kunnen nemen. De passagiers hebben in dit verband ook niets anders aangevoerd. De verzochte compensatie ten behoeve van passagiers sub 1 en sub 2 – en de daarover verzochte rente – zal daarom worden afgewezen.
(Buitengerechtelijke) kosten
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de verzochte buitengerechtelijke kosten daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 90,75 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
Nu beide partijen op een aantal punten in het ongelijk worden gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 590,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open