Verbintenissenrecht
Luchtvaart; EPGV; de vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat hij (redelijk) alternatief vervoer heeft…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3614 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-3614
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- 12001665
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3614
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; EPGV; de vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat hij (redelijk) alternatief vervoer heeft aangeboden; plicht om bijstand te bieden; meerkosten
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12001665 \ CV FORM 25-8252
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 7 december 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Turnhouse Airport (Schotland), met vlucht EJU7837 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie, terugbetaling van de ticketprijzen en vergoeding van meerkosten van de vervoerder verzocht.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 963,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 144,58 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.
Daarnaast stellen zij dat de vervoerder de kosten van de vliegtickets moet terugbetalen (€ 137,02). Ook verzoeken de passagiers de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hen gemaakte meerkosten voor vervangend vervoer naar de eindbestemming (€ 326,86).
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De vervoerder heeft met een verwijzing naar een schermafbeelding uit een intern systeem voldoende onderbouwd dat hij de passagiers de ticketprijzen reeds heeft terugbetaald. Daarom zal dit gedeelte van het verzoek worden afgewezen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Hij heeft namelijk, tegenover de betwisting door de passagiers, onvoldoende onderbouwd dat hij (redelijk) alternatief vervoer heeft aangeboden. De stelling van de vervoerder dat zij per e-mail een link hebben ontvangen waarmee zij zelf een alternatieve vlucht konden boeken, is in dit verband onvoldoende. De door de passagiers verzochte compensatie zal daarom worden toegewezen. De daarover verzochte rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
Gelet op het voorgaande heeft de vervoerder niet voldaan aan zijn plicht om bijstand te bieden. De passagiers hadden immers niet de keuze tussen een alternatieve vlucht of terugbetaling van de ticketkosten. Daarom waren zij genoodzaakt om zelf een vlucht te boeken, tegen een meerprijs van € 326,86. Ter onderbouwing zijn alle betaalbewijzen overgelegd (productie 1 bij het formulier A). Nu de vervoerder verder niets heeft aangevoerd tegen de verzochte meerkosten, zal ook dit gedeelte van het verzoek worden toegewezen.
De daarover verzochte rente is toewijsbaar vanaf de datum van ontvangst van het formulier A. De passagiers hebben namelijk niet gesteld op welk moment de vervoerder met de betaling van de verzochte meerkosten in verzuim was.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 826,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 7 december 2023 en over € 326,86 vanaf 4 december 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 144,00 aan salaris gemachtigde;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open