Verbintenissenrecht

Luchtvaart. EPGV. De passagiers vragen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De…

Rechtbank Noord-Holland, 8 april 2026

Zaakgegevens

Op 8 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
8 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
11707619 \ CV FORM 25-3184
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart. EPGV. De passagiers vragen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk harde wind tijdens de vlucht. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11707619 \ CV FORM 25-3184

Uitspraakdatum: 8 april 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France

gevestigd te Roissy, Frankrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

De zaak in het kort
De passagiers vragen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk harde wind tijdens de vlucht. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);

  • het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 december 2024 vervoeren van San Jose, Verenigde Staten, via Parijs, Frankrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie AF429 en AF1840.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht AF429 van San Jose naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Daarmee zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.

4.3.

Volgens de vervoerder was de vertraging van de vlucht het gevolg van harde wind op de route. Daardoor duurde de vlucht langer dan gepland. Uiteindelijk is de vlucht met een vertraging van 28 minuten uitgevoerd.

4.4.

Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van de harde wind tijdens de vlucht. Weersomstandigheden die de vlucht verhinderen zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de vertraging het gevolg van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers door de vertraging van de vlucht hun aansluitende vlucht hebben gemist. Daarmee was de uiteindelijke langdurig vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.5.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vlucht, gegeven de omstandigheden, zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Na aankomst heeft hij de passagiers omgeboekt op de snelste beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.6.

Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.

5 De beslissing
De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;

5.3.

verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771. Zie ook nr. 14 van de considerans van de Verordening.