Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht…
Rechtbank Noord-Holland, 21 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:502 · Rechtbank Noord-Holland · 21 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-502
Zaakgegevens
Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 21 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- 11881300 \ CV FORM 25-6112
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:502
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11881300 \ CV FORM 25-6112
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 17 september 2023 vervoeren van Ibiza, Spanje, via Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie EC8100 en EJU8676.
De vervoerder heeft vlucht EJU8676 van Londen naar Amsterdam (hierna: de vlucht) geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
Volgens de vervoerder moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een capaciteitsbeperking door slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Londen. Daarnaast stelt hij ook dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege latere opgelegde vertrektijden aan voorgaande vluchten, waardoor de bemanning van de vlucht in kwestie ‘uit de uren’ dreigde te lopen. Ter onderbouwing verwijst hij onder meer naar verschillende rapporten. De passagiers hebben dit betwist.
De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn, mits de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de beperkingen geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is hij daar niet in geslaagd. Weliswaar heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er rond de geplande vertrektijd van de vlucht een capaciteitsbeperking gold op de luchthaven van Londen, maar hij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt waarom het noodzakelijk was om de vlucht in kwestie te annuleren en het niet mogelijk was om, bijvoorbeeld, de vlucht vertraagd uit te voeren. Bovendien heeft hij onvoldoende concreet gesteld in hoeverre het uit de uren lopen van de bemanning (ook) een rol heeft gespeeld bij deze keuze. Het uit de uren lopen van de bemanning is namelijk in beginsel een operationeel probleem. Hij heeft evenmin toegelicht welke vluchten er voorafgaand aan de vlucht in kwestie gepland stonden en wat voor vertraging dit heeft opgeleverd. Al met al kan daarom niet worden geoordeeld dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
Het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 920,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 17 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open