Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep…
Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8468 · Rechtbank Noord-Holland · 8 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-8468
Zaakgegevens
Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 12102472 \ CV FORM 26-984
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8468
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat het om verschillende redenen noodzakelijk was om de vlucht naar de volgende dag te verplaatsen. Dit verweer slaagt niet omdat hij, gelet op het betoog van de passagier, onvoldoende heeft onderbouwd dat het vervolgens niet mogelijk was om de vlucht eerder op die dag uit te voeren. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12102472 \ CV FORM 26-984
Uitspraakdatum: 8 juli 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagier vraagt compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat het om verschillende redenen noodzakelijk was om de vlucht naar de volgende dag te verplaatsen. Dit verweer slaagt niet omdat hij, gelet op het betoog van de passagier, onvoldoende heeft onderbouwd dat het vervolgens niet mogelijk was om de vlucht eerder op die dag uit te voeren. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het antwoordformulier (formulier C).
2 De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 15 april 2024 vervoeren van Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U27838, dan wel EJU7838 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming aangekomen.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. Hij stelt namelijk dat de vertraging is veroorzaakt doordat de vlucht, vanwege meerdere oorzaken, dermate veel vertraging had opgelopen dat het niet meer mogelijk was om deze uit te voeren voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. Het was ook niet mogelijk om diezelfde dag een andere bemanning of een ander toestel in te zetten. Daarom is de vlucht verplaatst naar de volgende dag.
De passagier heeft dit echter al in het vorderingsformulier bij voorbaat betwist. Zij voert aan dat de vlucht uiteindelijk pas om 14:48 uur is vertrokken op de volgende dag. De vervoerder had eerder op die dag kunnen vertrekken om zo de vertraging te beperken. De bemanning had ook al eerder op die dag de mogelijkheid om de vlucht uit te voeren.
De vervoerder heeft dit niet meer weersproken. Dit betekent dat de vervoerder, ook indien vast zou komen te staan dat de vlucht verplaatst moest worden naar de volgende dag vanwege (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat het vervolgens ook noodzakelijk was om het vertrek van de vlucht op de volgende dag uit te stellen tot 14:48 uur. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat het mogelijk was om de vlucht eerder op de dag uit te voeren. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 15 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 93,00 aan griffierecht en € 87,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open