Verbintenissenrecht

Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een…

Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026

Zaakgegevens

Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
8 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
12102114 \ CV FORM 26-976
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:8475
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een aansluitende vlucht en kwam hij met meer dan drie uur aan op de bestemming. De vervoerder doet een beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding en het moeten verwijderen van de bagage van een passagier die zich niet tijdig voor het instappen had gemeld. Het verweer slaagt. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 12102114 \ CV FORM 26-976

Uitspraakdatum: 8 juli 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]
wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Société Air France

gevestigd te Parijs, Frankrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

De zaak in het kort

De passagier vraagt compensatie vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een aansluitende vlucht en kwam hij met meer dan drie uur aan op de bestemming. De vervoerder doet een beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding en het moeten verwijderen van de bagage van een passagier die zich niet tijdig voor het instappen had gemeld. Het verweer slaagt. Het verzoek wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);

  • het antwoordformulier (formulier C).

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 22 april 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Parijs, Frankrijk, naar Miami, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie KL2290, dan wel AF1445 en KL2144, dan wel AF90.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht KL2290, dan wel AF1445 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging moet compenseren met een bedrag van € 600,-.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen.

4.3.

De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Amsterdam – Parijs (vluchtnummers AF1444 en AF1445). Vlucht AF1444 van Parijs naar Amsterdam mocht niet tijdig vertrekken van de luchtverkeersleiding. Daarnaast had een van de passagiers van deze vlucht al wel zijn bagage ingecheckt, maar meldde hij zich vervolgens niet tijdig bij de gate. Daarom moest de bagage van deze passagier van boord worden gehaald voordat de vlucht kon vertrekken. Hierdoor is vlucht AF1444 met 41 minuten vertraging vertrokken en is deze met 31 minuten vertraging aangekomen in Amsterdam.

4.4.

Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Vervolgens kreeg ook de vlucht in kwestie verlaat toestemming van de luchtverkeersleiding om te vertrekken. Daardoor is de vlucht in kwestie met 49 minuten vertraging vertrokken en met 40 minuten vertraging aangekomen in Parijs. Dit leidde tot het missen van de aansluitende vlucht door de passagier. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer berichten van de luchtverkeersleiding overgelegd.

4.5.

Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding en het moeten uitladen van bagage van een passagier die zich niet tijdig bij de gate had gemeld. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Dit geldt ook voor de verplichting van de vervoerder om de bagage uit te laden van de passagier die zich niet tijdig voor het instappen had gemeld. Dit is immers een onverwacht vliegveiligheids- of beveiligingsprobleem.

4.6.

Al met al was de gehele vertraging van de vlucht daarmee het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagier hierdoor de overstap op de aansluitende vlucht heeft gemist. De uiteindelijk langdurig vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming was dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.7.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de vertraging niet kon voorkomen omdat hij geen invloed heeft op het handelen van de luchtverkeersleiding en de passagiers. Wel heeft hij beide vluchten zo snel mogelijk uitgevoerd. Na het missen van de overstap heeft hij de passagier omgeboekt op de snelst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.8.

Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem mocht worden verwacht. De passagier heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

4.9.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing
De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagier niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.