Verbintenissenrecht
Verstekvonnis. De voorzieningenrechter veroordeelt de man tot verlening van medewerking aan de verkoop van de…
Rechtbank Noord-Holland, 10 oktober 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:10174 · Rechtbank Noord-Holland · 10 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2024-10174
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2024
- Datum publicatie
- 3 oktober 2024
- Zaaknummer
- C/15/356724 KG ZA 24-530
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E. Groot
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2024:10174
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. De voorzieningenrechter veroordeelt de man tot verlening van medewerking aan de verkoop van de gezamenlijke woning, totstandkoming van de verkoopovereenkomst en de levering van de woning aan derden.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/356724 / KG ZA 24-530
Vonnis in kort geding van 10 oktober 2024
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.E. Groot,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling van 3 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
2 De beoordeling
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en ligt voor toewijzing gereed, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
87,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
715,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
980,00 |
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] tot verlening van medewerking aan:
- de verkoop van de gemeenschappelijke woning van [gedaagde] en [eiser] , gelegen te [plaats 1] aan de [adres] , met dien verstande dat:
i. [gedaagde] en [eiser] de bij de verkoop van de woning te hanteren vraagprijs zullen vast laten stellen door een makelaar werkzaam bij makelaarskantoor [naam] te [plaats 3] , die de woning ook voor [gedaagde] en [eiser] zal trachten te verkopen met dien verstande dat als [gedaagde] en [eiser] het er beiden over eens zijn dat een andere vraagprijs gehanteerd dient te worden, die vraagprijs door de makelaar gehanteerd moet worden;
ii. [gedaagde] en [eiser] inzake de acceptatie van enig bod gedaan op de woning door een potentiële koper zullen afgaan op het ter zake door [naam] te geven advies daaromtrent;
- de totstandkoming van een verkoopovereenkomst;
- de levering van de woning aan derden;
bepaalt dat, bij gebreke aan de onder 3.1. genoemde medewerking, dit vonnis van de voorzieningenrechter in plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde] inzake de medewerking aan de verkoop, het tot stand komen van de verkoopovereenkomst en de levering van de woning aan derden;
veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk de dag voor de datum waarop de woning notarieel wordt geleverd aan derden, de woning te ontruimen, ontruimd te houden en niet te bewonen;
bepaalt dat [gedaagde] , indien hij weigert te voldoen aan het onder 3.1. tot en met 3.3. bepaalde, een dwangsom is verschuldigd van € 250,= voor elke dag of deel van de dag dat [gedaagde] weigerachtig is, tot een maximum van € 25.000,=;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 980,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2024.
MKI/JG