Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland · Kort geding · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 2 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15937 · Rechtbank Noord-Holland · 2 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2025-15937
Zaakgegevens
Op 2 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 2 december 2025
- Datum publicatie
- 17 februari 2026
- Zaaknummer
- C/15/370813 / KG ZA 25-662
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.H. Steensma
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:15937
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/370813 / KG ZA 25-662
Vonnis in kort geding van 2 december 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 2] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vereniging,
advocaat: mr. R.H. Steensma,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties 1 t/m 3
-
de aanvullende producties 4 en 5
-
de mondelinge behandeling van 27 november 2025.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is verschenen namens de vereniging: [betrokkene] (bestuurslid), bijgestaan door mr. Steensma.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Eiseres heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vereniging worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
145,45 |
|
|
- griffierecht |
€ |
2.995,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
715,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.033,45 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing,
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen [gedaagde] ,
veroordeelt [gedaagde] om aan de vereniging te betalen een bedrag van € 15.000,00 als voorschot op de terugbetaling door [gedaagde] van de zich onrechtmatig toegeëigende bedragen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.033,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
1589