Verbintenissenrecht
Verstekvonnis kort-geding.
Rechtbank Noord-Holland, 17 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:413 · Rechtbank Noord-Holland · 17 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2025-413
Zaakgegevens
Op 17 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 17 januari 2025
- Datum publicatie
- 17 januari 2025
- Zaaknummer
- C/15/360092
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.W. Huizinga
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:413
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis kort-geding.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/360092 / KG ZA 24-726
Vonnis in kort geding van 17 januari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. F.W. Huizinga,
tegen
KB ENTERPRISES B.V.,
gevestigd te Velsen-Zuid,
gedaagde,
hierna te noemen: KB Enterprises,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2025
- het op de mondelinge behandeling tegen KB Enterprises verleende verstek.
2 Het geschil
[eiseres] vordert KB Enterprises te veroordelen om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te voldoen:
-
€ 65.000,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 9 december 2024;
-
€ 2.726,00 voor wettelijke rente over de restant koopsom over de periode 2 september 2024 tot 9 december 2024;
-
€ 6.464,98 voor door [eiseres] geleden schade;
kosten rechtens.
De vorderingen tot het stellen van zekerheid en tot betaling van een dwangsom heeft [eiseres] ter zitting ingetrokken.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Ook het spoedeisend belang is voldoende toegelicht. Daarom zullen de vorderingen worden toegewezen.
KB Enterprises is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
112,99 |
|
|
- griffierecht |
€ |
2.995,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.394,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.579,99 |
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 65.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.726,00 ter zake wettelijke rente over de periode 2 september 2024 tot 9 december 2024,
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.464,98 voor geleden schade,
veroordeelt KB Enterprises in de proceskosten van € 4.573,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als KB Enterprises niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. ir. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.