Verbintenissenrecht

Verstek. Huur woonruimte. Huurder moet meewerken aan onderzoek naar lekkage in onderliggende winkelruimte.

Rechtbank Noord-Holland, 16 juli 2026

Zaakgegevens

Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
16 juli 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
12263449 \ VV EXPL 26-84
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:10111
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Huur woonruimte. Huurder moet meewerken aan onderzoek naar lekkage in onderliggende winkelruimte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12263449 \ VV EXPL 26-84

Vonnis in kort geding van 16 juli 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LUSPAR O.G. B.V.,

te Abcoude,

eisende partij,

hierna te noemen: Luspar,

gemachtigde: mr. R.S. Ariëns,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 juni 2026
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen [gedaagde].

2 Feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 1 januari 2012 van (de rechtsvoorganger van) Luspar de

woning aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde bevindt zich op de eerste verdieping. Luspar verhuurt daarnaast op dezelfde verdieping nog een andere woning en op de begane grond een winkelruimte.

2.2.

Bij vonnis van 23 april 2025 is [gedaagde] in kort geding veroordeeld om het afval in het gehuurde weg te gooien, het gehuurde op te ruimen en schoon te maken (en zo te houden) en tevens om inspectie door Luspar dan wel een door hem ingeschakelde derde toe te laten, te gedogen en daaraan de nodige medewerking te verlenen.

2.3.

Achtergrond bij voormelde veroordeling was dat de huurder van de winkelruimte gelegen onder het gehuurde bij Luspar had geklaagd over lekkage, dat in dat kader onderzoek is gedaan en, om de bron van de lekkage te achterhalen, ook het gehuurde is geïnspecteerd waarbij een zeer verwaarloosde en onhygiënische situatie werd aangetroffen. De onderzoeker concludeerde vervolgens dat er sterke aanwijzingen waren dat de lekkage afkomstig was uit het gehuurde waarbij mogelijk ook sprake was van menselijke ontlasting (lekkage door urine).

2.4.

[gedaagde] heeft meegewerkt aan uitvoering van dit vonnis, waarna de lekkage is verholpen.

2.2.

Op 24 april 2026 heeft de huurder van de winkelruimte zich bij Luspar gemeld met een melding over lekkage. Naar aanleiding van deze melding heeft Luspar een loodgieter ingeschakeld om onderzoek te doen naar de oorzaak van de lekkage. Hiervoor was toegang tot het gehuurde noodzakelijk. Het is Luspar echter niet gelukt om een afspraak met [gedaagde] te maken, omdat hij niet reageert op berichten, telefoontjes of andere contactverzoeken.

3 Het geschil

3.1.

Luspar vordert veroordeling van [gedaagde] om de inspectie door Luspar dan wel een door haar ingeschakelde derde toe te laten, te gedogen en daaraan de nodige medewerking te verlenen, bij gebreke waarvan [gedaagde] een dwangsom moet betalen aan Luspar van € 100,- per dag of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 2.500,00.

3.2.

Luspar legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van lekkage in de winkel gelegen onder het gehuurde. Om de lekkage te onderzoeken en weg te nemen is toegang tot het gehuurde noodzakelijk. Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de lekkage afkomstig is vanuit het gehuurde, ligt dit wel in de lijn der verwachting omdat het gehuurde zich precies boven de plek bevindt waar de lekkage zich manifesteert. Volgens Luspar komt uit het gehuurde een enorme stank waardoor zij vreest dat het gehuurde zich wederom in erbarmelijke staat bevindt. Op grond van de huurovereenkomst en artikel 10 en 11 van de algemene bepalingen moet [gedaagde] Luspar in staat stellen het gehuurde te (laten) betreden voor inspecties, mits binnen redelijke grenzen en op goede gronden. [gedaagde] weigert echter mee te werken aan noodzakelijk onderzoek naar de oorzaak van de lekkage.

3.3.

De kantonrechter zal de vordering toewijzen, omdat Luspar daarbij een spoedeisend belang heeft en de vordering, mede in het licht van hetgeen Luspar heeft toegelicht en aangevoerd, de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

3.4.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Luspar worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

126,46

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

Totaal

€

841,57


4 De beslissing


De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om de inspectie door Luspar dan wel een door haar ingeschakelde derde toe te laten, te gedogen en daaraan de nodige medewerking te verlenen;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Luspar een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 4.1. voldoet, tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 841,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.