Verbintenissenrecht
Kort geding. Burengeschil. Hinder door vocht en schimmel. Veroordeling tot meewerken aan maatregelen die…
Rechtbank Noord-Holland, 16 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10152 · Rechtbank Noord-Holland · 16 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2026-10152
Zaakgegevens
Op 16 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 16 februari 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/15/371852
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van de Riet
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:10152
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Burengeschil. Hinder door vocht en schimmel. Veroordeling tot meewerken aan maatregelen die moeten leiden tot oplossing van het probleem.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/371852 / KG ZA 25-732
Vonnis in kort geding van 16 februari 2026
in de zaak van
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. J. van de Riet,
tegen
1 [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden wonende te [plaats 1],
gedaagde partijen,
hierna te noemen ‘[gedaagde 1]’, ‘[gedaagde 2]’ en samen ‘[gedaagden].’,
in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 23
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026.
Op 2 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter met partijen, [eisers] bijgestaan door mr. Van de Riet, en twee medewerkers van onderhoud en renovatiebedrijf [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]), de badkamer van [gedaagden]. en de slaapkamer en woonkamer van [eisers] bezichtigd.
Tot slot in een datum voor vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn buren van elkaar. [gedaagden]. zijn sinds 2003 eigenaar van de woning aan de [adres 1] in ([postcode]) [plaats 1] en [eisers] zijn sinds 1 augustus 2023 eigenaar van de naastgelegen woning aan de [adres 2].
In de loop van 2024 zijn vochtplekken en achter oud behang schimmelgroei zichtbaar geworden op een muur in een slaapkamer op de eerste verdieping van [eisers] en op een muur van de daaronder gelegen woonkamer van [eisers] Deze muren scheiden de woning van [eisers] van de woning van [gedaagden].
In opdracht van [eisers] heeft [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) op 23 juli 2024 een onderzoek uitgevoerd. In het daaropvolgende rapport van 24 juli 2024 heeft [bedrijf 2] als volgt geconcludeerd:
Op basis van de gegevens uit ons onderzoek concluderen wij dat er sprake is van een lekkage:
Tijdens de visuele inspectie, de capacitieve vochtmeting en het thermografisch onderzoek in de slaapkamer hebben wij vochtplekken midden in de muur geconstateerd, aan de zijde die grenst aan de buren. Dit kan wijzen op een lekkage vanuit een waterleiding of afvoerleiding. Volgens de verklaring van de opdrachtgever bevindt zich een badkamer met toilet aan de andere kant van de muur bij de buren. Een nader onderzoek bij de buren zal bevestigen of dit de oorzaak van de lekkage is.
Tijdens de visuele inspectie van het platte dak hebben wij een loszittende bitumen vlap/dakbedekking op het dak van de buren waargenomen, evenals loszittende bitumen bij een doorvoer. Hoewel deze locaties tijdens onze inspectie niet vochtig aanvoelden, sluiten wij niet uit dat ze mogelijk een lekkage kunnen veroorzaken, Verdere controle of reparatie kan nodig zijn om deze mogelijkheid volledig uit te sluiten.
Voor een definitieve oplossing is aanvullend onderzoek bij de buren en mogelijk herstelwerkzaamheden aan het dak aan te raden.
Op 20 augustus 2024 heeft een toenmalig gemachtigde van [eisers] (hierna: de gemachtigde) met [gedaagde 1] over het rapport van [bedrijf 2] gesproken en het rapport met hem gedeeld. In reactie op het rapport heeft [gedaagde 1] de gemachtigde gezegd dat een loodgieter al had geconstateerd dat een aansluiting van het dak bij een aanbouw van [eisers] het probleem veroorzaakte en heeft daarvan foto’s gestuurd.
Op 11 september 2024 heeft [bedrijf 2] naar aanleiding van een toename van de schade bij [eisers] verder onderzoek uitgevoerd. Tijdens dat onderzoek is ook de woning van [gedaagden]. betrokken. In het daaropvolgende rapport van 18 september 2024, dat de gemachtigde van [eisers] met [gedaagden]. heeft gedeeld, heeft [bedrijf 2] als volgt geconcludeerd:
Op basis van het vervolgonderzoek dat is uitgevoerd in de woningen aan de [adres 1] en [bedrijf 2], [postcode] [plaats 1], kunnen wij concluderen dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is van een lekkage in de badkamer van [adres 1]. Deze lekkage veroorzaakt niet alleen schade in de badkamer zelf, maar beïnvloedt ook de aangrenzende woning op nummer [bedrijf 2].
Samenvatting van de bevindingen:
Badkamer [adres 1]:
Tijdens de visuele inspectie hebben wij scheurtjes en schimmelvorming geconstateerd in de tegelvoegen van de muur die grenst aan de buren. Ook is het plafond van de badkamer aan het afbladderen, wat wijst op vochtschade. Reparaties aan de douchewand, gecombineerd met de losgelaten afsluitstrip, zijn mogelijke oorzaken van waterinsijpeling in de muren en vloer.
Capacitieve vochtmetingen:
Verhoogde vochtwaarden boven de 30% zijn gemeten op meerdere plaatsen in de badkamer van [adres 1], wat duidelijk aangeeft dat er sprake is van waterinsijpeling.
Thermografisch onderzoek:
Thermografische opnames hebben temperatuurverschillen aangetoond, vooral rond de mengkraan en onder de douchebak. Deze “hotspots” wijzen op plaatsen waar vocht waarschijnlijk lekt of zich ophoopt.
Bevindingen bij [adres 2]:
In de woning op nummer [adres 2] zijn vochtplekken waargenomen op de muur in de woonkamer, grenzend aan de badkamer van nummer [adres 1]. In de slaapkamer is na het verwijderen van de spiegel een schimmelplek ontdekt op dezelfde hoogte als de badkamermuur van de buren. Dit bevestigt dat het vochtprobleem zich uitstrekt tot de aangrenzende woning.
Conclusie:
Het vervolgonderzoek bevestigt dat de badkamer van [adres 1] een lekkageprobleem heeft, waarschijnlijk veroorzaakt door slechte afdichtingen en reparaties bij de douchebak en de douchewand. Deze lekkage heeft geleid tot verhoogde vochtwaarden en vochtschade aan zowel de badkamer zelf als aan de aangrenzende woning op nummer [adres 2]. De vochtplekken en schimmelvorming in de slaapkamer en woonkamer van nummer [adres 2] wijzen erop dat het vocht vanuit de badkamer van nummer [adres 1] doorsijpelt naar de buren, wat verdere schade aan de constructie kan veroorzaken als er niet snel wordt ingegrepen. Om verdere schade te voorkomen, is het noodzakelijk om de exacte bron van de lekkage in de badkamer van nummer [adres 1] vast te stellen en zo snel mogelijk reparaties uit te voeren.
[bedrijf 2] heeft daarbij een aantal reparatie- en herstelwerkzaamheden geadviseerd om de lekkage op te lossen en verdere schade te voorkomen, waaronder herstel van tegelvoegen, plafond en afdichtingen in de badkamer van [gedaagden].
Na dit nadere onderzoek heeft de gemachtigde van [eisers] bij e-mail van [bedrijf 1] september 2024 [gedaagden]. aansprakelijk gesteld voor de door [eisers] geleden en te lijden schade.
Bij e-mail van 19 september 2024 heeft [gedaagde 1] aansprakelijkheid betwist. In opdracht van [gedaagden]. heeft op 7 oktober 2024 [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3]) onderzoek gedaan. [bedrijf 3] heeft na een visuele inspectie het volgende geconstateerd:
Ten tijde van een visuele inspectie van de douchehoek heb ik bij de mengkraan van de douche wat kleine gebreken waargenomen aan het voegwerk van de wand bij de
mengkraan. Echter, als ik naar het schadebeeld kijk bij de naastgelegen woning, kan dit niet door deze kleine gebreken in het voegwerk komen. Ook omdat dhr. zelf [[eisers], toevoeging rechtbank] in de woning helemaal geen schade heeft.
Naar aanleiding van voornoemde conclusie heeft in opdracht van een verzekeraar van [eisers] CED Nederland (hierna: CED) onderzoek gedaan. Op 26 november 2024 heeft CED de woon- en slaapkamermuur en het dak van [eisers] onderzocht en haar bevindingen waren als volgt:
Op de slaapkamermuur troffen wij vocht- en schimmelplekken aan. Deze manifesteerden zich in het midden van de betreffende muur en hadden zich in de loop der tijd uitgebreid.
Uit het schadebeeld hebben wij kunnen afleiden dat er sprake moet zijn van lekkage vanuit de naastgelegen badkamer van de buren i.c. huisnummer [bedrijf 1]. Lekdetectie onderzoek, uitgevoerd door door [bedrijf 2], uitgevoerd op 23 juli- en 11 september 2024, heeft uitgewezen dat er sprake is van: slecht voegwerk en vervangen kitvoegen in de badkamer van de buren. Bovendien heeft tomografisch onderzoek uitgewezen dat er rond de warmwaterleiding, ter plaatse van de douchemengkraan, sprake is van verhoogde temperatuur, De genoemde gebreken zijn ons inziens de oorzaak van de vocht- en schimmelplekken op de muren van uw verzekerde.
Aan de zijde van uw verzekerde is geen sprake van lekkage van leidingen of afvoeren. Wel vertoonde de dakbedekking en loodslabben, ter plaatse van de aansluiting op de dakopbouw, openstaande verbindingen en aansluitingen. deze hebben vooralsnog niet tot lekkageschade geleid. ook het schadebeeld sluit niet aan op eventuele lekkage van deze aansluiting.
Bij e-mail van 23 december 2024 heeft [gedaagde 1] aan de gemachtigde van [gedaagden]. onder meer bericht dat hij ‘de benodigde werkzaamheden heeft gedaan volgens de rapportage’. Vervolgens is in opdracht van de verzekeraar van [eisers] in de woning van [eisers] een droger/ventilator geplaatst.
In mei 2025 heeft [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4]) in opdracht van [bedrijf 1] (die inmiddels waren ingeschakeld door de verzekeraar van [eisers]) onder meer vochtmetingen uitgevoerd in de slaapkamer en woonkamer van [eisers], binnen en buiten het schadebeeld (de vochtplekken). [bedrijf 4] heeft buiten toen het schadebeeld een referentievochtwaarde gemeten van 22.0 digits en binnen het schadebeeld een vochtwaarde van 148.8 digits. In het rapport staat verder dat een vochtwaarde voor een vloer, wand of plafond van een minerale bouwstof normaal kleiner dan 65 digits is en 90 tot 200 digits vochtig tot nat betekent.
Op 7 juli 2025 heeft [bedrijf 4] nogmaals onderzoek gedaan waaronder weer vochtwaarden gemeten. Buiten het schadebeeld is toen een referentievochtwaarde gemeten van 31.3 digits en binnen het schadebeeld een afwijkende vochtwaarde van 161.8 digits. [bedrijf 4] heeft vervolgens geconcludeerd:
Gedurende het onderzoek worden er geen leiding technische gebreken waargenomen welke referent zijn aan een lekkage.
Visuele inspectie van de badkamer [van [gedaagden]., toevoeging rechtbank] geeft gebreken zichtbaar aan voeg en kitnaden van douchecabine. Er is sprake van onthechting van de kitnaden en slechte staat van de voegnaden […].
en geadviseerd:
Het voeg- en kitwerk van de douche te verwijderen om aansluitend nieuw voeg- en kitwerk door een erkend bouwbedrijf/ kitbedrijf aan te laten brengen. Ook dient de S-Koppelingen opnieuw te worden af gekit.
Polygon Nederland B.V. (hierna: Polygon), ook betrokken bij herstel van de woning van [eisers], heeft bij e-mail van 4 augustus 2025 aan de verzekeraar van [eisers] onder meer het volgende bericht:
Wij zijn langs geweest voor een opname en zagen al gauw dat de vermoedelijke oorzaak van de waterschade niet in het huis van gedupeerde zou moeten plaatsvinden gezien het schadebeeld.
Toen wij langsgingen bij nummer [bedrijf 1], zagen wij een badkamer met achterstallig onderhoud alsook verhoogde waarden in de voegen rond de douchebak maar ook bij de gootsteen. Wij vermoeden dus dat er sprake is van 2 lekkages, 1 via het kitwerk en een via de afvoer van de wasbak (gezien beide waterschades toenemen als hun buren thuis zijn).
Bij e-mail van 1 september 2025 geeft [gedaagde 1] de gemachtigde van [eisers] laten weten dat ‘inmiddels de werkzaamheden zijn gedaan’. Ter onderbouwing daarvan heeft [gedaagde 1] op 23 september 2025 een factuur van [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5]) gedeeld voor ‘loszittende voeg eruit halen, de oude kit verwijderen, het opnieuw voegen en het opnieuw kitten van de douchebak en kranen’.
In reactie op een e-mail van de gemachtigde van [eisers] heeft de verzekeraar van [gedaagden]. bij e-mail van 4 september 2025 het volgende geantwoord:
Door slecht kit- en voegwerk in de badkamer van onze verzekerde is schade ontstaan aan de woning van uw cliënten. Onze verzekerde is hiervoor aansprakelijk en dient de schade zo spoedig mogelijk te (laten) herstellen.
Bij een inspectie op 25 september 2025 door [bedrijf 1], die het herstel in de woning van [eisers], is geconstateerd dat de vochtwaardes in de woning weer zijn gestegen.
3 Het geschil
[eisers] vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagden]. zal veroordelen om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, voor rekening van [gedaagden]. opdracht te geven aan [bedrijf 6] te [plaats 2] (of een ander professioneel kitbedrijf, ISO 9001 gecertificeerd en VCA geregistreerd dat ter zitting door [eisers] is aanvaard) en de hierna te melden herstelwerkzaamheden uit te laten voeren in de badkamer van [gedaagden]., en kopie van die opdrachtverstrekking gelijktijdig te doen toekomen aan [eisers] waarbij [gedaagden]. zijn gehouden om daarbij tevens de opdracht te geven tot schriftelijke verslaglegging (met fotomateriaal) van de herstelwerkzaamheden en dat rapport binnen zeven dagen na ontvangst aan [eisers] te verstrekken. De herstelwerkzaamheden waartoe opdracht moet worden gegeven houden de volgende in:
badkamer [gedaagden].
? de S-koppelingen (opnieuw) deugdelijk af (laten) kitten,
? het volledige voeg- en kitwerk in de badkamer verwijderen en volledig nieuw voeg- en kitwerk aan laten brengen,
? alle doorvoeren en aansluitingen waterdicht afwerken, met inbegrip van de aansluiting douchewand op douchebak en de douchemengkraan, en
? aansluitend een droogprotocol uit te voeren met inzet van bouwdrogers/ontvochtigers tot de gemeten vochtwaarden aan de woningscheidende wand structureel zijn gedaald tot referentieniveau (buiten schadebeeld ca. 31,3 Digits; te hanteren als richtwaarde met redelijke bandbreedte), bevestigd door twee opeenvolgende meetrondes met minimaal 7 dagen interval; en daarvan, binnen 2 dagen na afronding, een oplever- en meetrapport met foto’s, meetreeksen en testverslagen aan [eisers] te verstrekken,
woning [eisers]
• en voorts ten aanzien van de herstelwerkzaamheden in de woning van [eisers], voor rekening van [gedaagden]. opdracht te geven aan het herstelbedrijf [bedrijf 1] (die terzake al op de hoogte is van de problematiek), althans aan een vakbekwaam en onafhankelijk aannemingsbedrijf dat door de verzekeraars van partijen (ASR en ABN) in hun onderling overleg daartoe wordt aangewezen, althans een ander te goeder naam en faam bekend staand vakbekwaam herstel-/aannemingsbedrijf, de aangrenzende wand in de slaapkamer op de eerste verdieping van [eisers], alsmede het plafond en wand in de woonkamer volledig te (laten) herstellen en af te (laten) werken in de oorspronkelijke staat (verwijderen aangetast stucwerk, antischimmel-behandeling, nieuw stucwerk en schilderwerk met waterdichte verf) na voltooiing van het droogprotocol. En zal bepalen dat [gedaagden]. ervoor dienen zorg te dragen dat vorenbedoeld herstel uiterlijk ononderbroken een aanvang neemt op 12 januari 2026 in verband met de in de dagvaarding gememoreerde zwangerschap,
II. [gedaagden]. zal verbieden de douche zodanig te gebruiken dat waterbelasting optreedt op wanden/vloeren van de douche, totdat het hierboven bedoelde herstel aantoonbaar en deugdelijk is afgerond en de vochtwaarden stabiel op referentieniveau liggen (opleverrapport), op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 10.000,00, althans in goede justitie te bepalen,
III. zal bepalen dat [gedaagden]. een boete verbeuren van € 250,00 per dag dat zij niet voldoen aan het onder I gevorderde, met een maximum van € 20.000,00,
IV. [gedaagden]. zal veroordelen in de proceskosten inclusief de nakosten.
[eisers] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat er sprake is van onrechtmatige hinder door [gedaagden]. Uit de verschillende rapporten blijkt voldoende dat de schadeoorzaak is gelegen in de badkamer van [gedaagden]. Al anderhalf jaar kampen [eisers] met de vochtproblemen wat schadelijk is voor de gezondheid. Ook met het oog op de komst van hun eerste kind kan van hen niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. [gedaagden]. moeten zonder verdere vertraging de oorzaak van het vochtprobleem professioneel laten oplossen en zorg laten dragen voor herstel van de beschadigde wanden en plafond, aldus [eisers]
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 1] verklaard dat er drie keer een lekdetectie-expert langs is geweest en dat [bedrijf 4] de kraan lang vol open heeft gezet, maar dat er toen geen lekkage is vastgesteld. [gedaagde 1] heeft wel onderschreven dat het kitwerk in de badkamer van zijn woning ‘minder is’ en het vochtprobleem in de woningscheidende muur ook na de werkzaamheden van [bedrijf 5] niet is opgelost. Als het nodig is zijn ze bereid om opnieuw te laten kitten en voegen, aldus [gedaagden].
De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover relevant, nader op de stellingen van partijen ingaan.
4 De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisers] daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken, de mondelinge behandeling en het bezoek ter plaatse. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Hinder en spoedeisend belang
Tussen partijen is niet in geschil dat tenminste sinds juli 2024 de woningscheidende muur tussen de slaapkamer van [eisers] en de badkamer van [gedaagden]. vochtig is, wat zich heeft geopenbaard in de vorm van vochtplekken aan de kant van [eisers] en schimmelvorming aan beide zijden van de muur. Dat [eisers] hiervan hinder ondervinden staat ook niet ter discussie.
Uit de rapporten van achtereenvolgens [bedrijf 2], CED, [bedrijf 4] en het bericht van Polygon volgt dat dit vochtprobleem hoogstwaarschijnlijk (volgens Polygon mede) wordt veroorzaakt door gebrekkige voeg- en kitnaden in en van de douchecabine van [gedaagden]. Deze conclusie wordt ook door de verzekeraar van [gedaagden]. onderschreven. Dat deze voegen gebrekkig zijn vindt ook steun in het rapport van de eigen deskundige van [gedaagden]., [bedrijf 3]. Dat [bedrijf 3] vervolgens meent dat de voegen niet tot de vochtschade kan leiden, is gebaseerd op alleen een visuele inspectie en daarom al minder overtuigend dan voornoemde rapporten. [gedaagden]. hebben daarnaast ook erkend dat het kitwerk in hun badkamer ‘minder is’. De voorzieningenrechter gaat er op basis van de stukken dan ook van uit dat het vochtprobleem bij [eisers] komt door slecht kit- en voegwerk in en van de douchecabine van [gedaagden].
Weliswaar hebben [gedaagden]. verklaard bereid te zijn opnieuw te laten kitten en voegen en is hun (opstal)verzekering inmiddels bij het geschil betrokken, maar alsnog hebben [gedaagden]. tot nu toe geen adequate maatregelen getroffen om het probleem te verhelpen. In de gegeven omstandigheden kan dan ook worden gezegd dat [gedaagden]. daarmee in strijd handelen met de door hen in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid. [eisers] hebben dan ook een spoedeisend belang bij hun vordering I onder ‘badkamer [gedaagden].’ en vordering II die erop zien [gedaagden]. te veroordelen het probleem op te lossen.
Oplossing
Tijdens de mondelinge behandeling bestond nog geen duidelijkheid over de kortste weg naar een oplossing. Om die reden en in samenspraak met partijen heeft de voorzieningenrechter op 2 februari 2026 de behandeling ter plaatse voortgezet, met naast partijen medewerkers van [bedrijf 1]. Tijdens deze inspectie is het vermoeden dat het vochtprobleem wordt veroorzaakt door gebrekkige voeg- en kitnaden in de badkamer van [gedaagden]. zoveel mogelijk - zonder destructief onderzoek - bevestigd. Daarbij hebben de medewerkers van [bedrijf 1] ook de capillaire werking benoemd, waarbij douchewater via de gebrekkige aansluiting van de douchebak op de wanden en via de voegen in de muren optrekt en nog meer door het meer open cement rondom de waterleiding naar de douchemengkraan. Dit verklaart de locatie van de vochtplek op de slaapkamermuur van [eisers]
Zoals bij die gelegenheid door de voorzieningenrechter met partijen is besproken, moeten [gedaagden]. op zo kort mogelijke termijn op hun kosten het voeg- en kitwerk van de douchecabine door een erkend kitbedrijf/ bouwbedrijf laten vernieuwen en [eisers] van de genomen en te nemen stappen schriftelijk op de hoogte stellen.
Als na afloop van het droogprotocol blijkt dat daarmee de oorzaak van de lekkage niet (geheel) is weggenomen, waaronder wordt verstaan dat het vochtpercentage in de woningscheidende muur ter plaatse van de huidige vochtplekken niet is gedaald tot het door [eisers] gestelde en door [gedaagden]. niet betwiste referentieniveau van circa 31,3 digits, en het betrokken kitbedrijf/ bouwbedrijf een volgende meest waarschijnlijke oorzaak aan de kant van [gedaagden]. aanwijst zal [gedaagden]. het daarvoor nodige herstel ook op een zo kort mogelijke termijn tegen gebruikelijke voorwaarden op hun kosten moeten laten uitvoeren. Dit proces moet zich herhalen totdat de aanpassing het beoogde effect heeft; het vochtpercentage in de woningscheidende muur ter plaatse van de vochtplekken is gedaald tot circa 31,3 digits.
Hiertoe en op de hierna onder de beslissing vermelde wijze, zal de voorzieningenrechter [gedaagden]. veroordelen. Voor toewijzing van specifieke verdergaande vorderingen bestaat in afwachting van de resultaten van de eerste aanpassing op dit moment onvoldoende grond.
Geen dwangsom
De voorzieningenrechter ziet verder in de huidige opstelling van [gedaagden]. bereidheid om aan de veroordeling te voldoen. Er bestaat daarom op dit moment geen aanleiding om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden.
De voorzieningenrechter zal de onder I ‘woning [eisers]’ gevorderde opdrachtverstrekking tot herstel van de muren en plafonds toewijzen in een formulering die ruimte laat voor overleg over een aanpak. De toewijzing is vooral bedoeld om tot uitdrukking te brengen dat [gedaagden]. als eigenaar aansprakelijk zijn voor de schade die [eisers] die daardoor hebben geleden en lijden in verband met de vochtdoorslag. Indien [bedrijf 1] van opvatting is dat duidelijk is dat de schadeoorzaak is verholpen, moet de gevolgschade in de woning van [eisers] snel en zonder verder gedoe worden verholpen. Indien dat niet het geval is, biedt het dictum sub 5.3 de weg naar (verder) herstel.
Proceskosten
[gedaagden]. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) tot en met de mondelinge behandeling van 8 januari 2026 betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
174,72 |
|
|
- griffierecht |
€ |
341,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
760,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.464,72 |
De proceskosten verbonden aan de voortzetting van de behandeling ter plaatse worden tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagden]. om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, op hun kosten opdracht te geven aan het herstelbedrijf [bedrijf 1] om:
A. op zo kort mogelijke termijn in de badkamer van [gedaagden]. te vernieuwen:
• de aansluiting met kit van de (douche)wanden op douchebak
• de aansluiting met kit van de douchemengkraan,
en [eisers] schriftelijk te informeren door wie en wanneer het werk plaatsvindt, en hen van de resultaten daarvan op de hoogte te stellen, binnen een week nadat deze beschikbaar zijn, en
de herstelwerkzaamheden in de woning van [eisers], die door [bedrijf 1] nodig worden geacht, uit te voeren zodra in overleg met partijen is vastgesteld dat dit opportuun is, als hiervoor onder 4.8 omschreven,
veroordeelt [gedaagden]. het door voornoemd herstelbedrijf aanbevolen droogprotocol uit te voeren, waaronder onder andere wordt verstaan gedurende de voor nieuwe voegen en kit aanbevolen droogtijd geen gebruik te maken van hun douche,
veroordeelt [gedaagden]., in het geval blijkt dat met het herstel van 5.1. en na het droogprotocol van 5.2. de oorzaak van de lekkage niet (geheel) is weggenomen - het vochtpercentage in de woningscheidende muur nog niet is gedaald tot ten minste het referentieniveau van 31,3 digits - en het betrokken herstelbedrijf een volgende meest waarschijnlijke oorzaak van de lekkage aan de kant van [gedaagden]. aanwijst, het daarvoor nodige herstel op hun kosten op zo kort mogelijke termijn tegen gebruikelijke voorwaarden (laten) uitvoeren en zo door totdat het vochtpercentage in de woningscheidende muur ter hoogte van de huidige vochtplekken wel is gedaald tot ten minste 31,3 digits,
veroordeelt [gedaagden]. in de proceskosten van € 1.464,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden]. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
1680