Verbintenissenrecht
Afgifte stukken met betrekking tot nalatenschap
Rechtbank Noord-Holland, 23 september 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:12576 · Rechtbank Noord-Holland · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2026-12576
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 21 september 2026
- Zaaknummer
- C/15/380628
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.M. Verbrugge
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:12576
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afgifte stukken met betrekking tot nalatenschap
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/380628 / KG ZA 26-452
Vonnis in kort geding van 23 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. A.M. Verbrugge,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de betekende dagvaarding van 7 augustus 2026 met 16 producties
- de mondelinge behandeling van 9 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van [eiser].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn zussen van elkaar en enig erfgenaam van hun vader, de op 31 mei 2022 te Curaçao overleden heer [erflater] (hierna: erflater). Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt. [eiser] en [gedaagde] hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. Er is geen vereffenaar of executeur benoemd.
Bij de mondelinge behandeling van deze zaak op 9 september 2026 hebben partijen elkaar over en weer gemachtigd om in naam van beide erfgenamen stukken op te vragen bij de instanties die (mogelijk) nog beschikken of informatie met betrekking tot de nalatenschap.
3 Het geschil
[eiser] vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Gedaagde te veroordelen om aan eiseres te verschaffen, althans inzage te verlenen in:
- Alle bankafschriften ING Bankrekening [rekeningnummer 1], ING Oranje Spaarrekening [rekeningnummer 2] en RBC Bankrekening met pasnummer [rekeningnummer 3] vanaf 5 jaar voor datum overlijden Erflater tot en met en met de datum van het in deze te wijzen vonnis;
- Alle belastingaangiften en belastingaanslagen van Erflater vanaf 5 jaar voor datum overlijden Erflater tot en met de datum van het in deze te wijzen vonnis:
- Informatie over de eventuele op de opstallen van Erflater gevestigde hypotheek, inclusief hypotheekakte en inschrijving daarvan in de daartoe bestemde registers en inclusief alle hypotheekbetalingen vanaf 5 jaar voor datum overlijden Erflater tot en met de datum van het in deze te wijzen vonnis;
- Informatie over de huur van de grond van de opstallen, waaronder het huurboek, alsmede de schriftelijke huurovereenkomst{en) en alle huurbetalingen vanaf 5 jaar voor datum overlijden Erflater tot en met de datum van het in deze te wijzen vonnis en de bankafschriften waaruit deze huurbetalingen blijken;
- Informatie over de huur en verhuur van de opstallen zelf, inclusief alle schriftelijke huurovereenkomsten en alle huurbetalingen van de huurders van de opstallen vanaf 5 jaar voor datum overlijden Erflater tot en met de datum van het in deze te wijzen vonnis;
- Informatie over de kosten van beheer van de opstallen van Erflater vanaf datum overlijden tot en met de datum van het in deze te wijzen vonnis en de bankafschriften waaruit deze kosten blijken;
- Informatie over de overlijdensrisicoverzekeringen (Goudse en Monuta) en eventuele overlijdensrisicoverzekeringen afgesloten op Curaçao en eventuele levensverzekeringen in zowel Nederland als Curaçao, inclusief de na datum overlijden Erflater op deze polissen uitgekeerde bedragen;
- Informatie over de uitkeringen van SVB en andere instanties na het overlijden van Erflater:
- Alle facturen en betalingen ten behoeve van de aan Erflater verleende zorg inclusief kosten van medicatie en de terugbetaling van de door Erflater aan het verzorgingstehuis betaalde waarborgsom;
- Informatie over de openstaande rekeningen bij Aqualectra;
- Het volledige taxatierapport/waardebrief Caresto d.d. 28 juni 2022 van de opstallen (appartementen c.q. woonruimten) in de onroerende zaak gelegen te Curaçao, [adres];
- Alle aan RBC Bank verstrekte stukken waarmee de bankrekeninggegevens van Erflater aan [gedaagde] zijn verschaft;
- Informatie over de huidige staat van de inboedel (waaronder de auto Mitsubishi Lancer en de betonmolen];
- Informatie omtrent de activiteiten die de advocaat in Curaçao ten behoeve van de nalatenschap heeft verricht;
- Informatie omtrent de activiteiten die de advocaat in Nederland ten behoeve van de nalatenschap heeft verricht,
op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat gedaagde niet heeft voldaan aan het in deze te wijzen vonnis, met een maximum van € 50.000,-;
II. Gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder het zogenoemde nasalaris advocaat.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] zelfstandig acties heeft ondernomen tot beheer en vereffening van de nalatenschap, waaronder het verhuren van onroerende zaken van erflater aan derden, zonder [eiser] in kennis te stellen van de daarmee samenhangende informatie (zoals huuropbrengsten en beheerskosten). Bij gebrek aan (volledige) informatie kan [eiser] haar eigen belastingaangifte niet naar behoren opstellen en kan zij de actuele stand van de nalatenschap en de vereffening daarvan niet controleren, terwijl zij daarbij wel een gerechtvaardigd belang heeft, aldus [eiser].
[gedaagde] voert tot haar verweer dat zij alle werkzaamheden op zich heeft genomen ter afwikkeling van de nalatenschap – inclusief het aflossen van schulden – van erflater en dat zij daartoe ook op Curaçao is geweest. Alle verkregen documenten en informatie heeft zij al met [eiser] gedeeld, aldus [gedaagde].
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Gelet op het feit dat partijen over en weer belang hebben bij het verkrijgen van alle informatie die nodig is om de nalatenschap van erflater de kunnen (laten) vereffenen, acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang gegeven.
Bij de mondelinge behandeling van deze zaak op 9 september 2026 hebben [eiser] en [gedaagde] elkaar een onherroepelijke volmacht gegeven om namens de beide erfgenamen de informatie op te (kunnen) vragen over de bestanddelen van de nalatenschap van erflater. In die volmacht is bovendien opgenomen dat zij verplicht zijn om alle informatie die zij zelf hebben verkregen steeds volledig in afschrift aan elkaar toe te sturen. De machtiging is in het proces-verbaal van de zitting opgenomen en aan beide partijen verstuurd.
Ter zitting is gebleken dat [gedaagde], zowel in Nederland als op Curaçao, de nodige stukken heeft opgevraagd en heeft verkregen. [gedaagde] is verplicht die informatie met [eiser] te delen en daarbij niets achter te houden. [gedaagde] zal ook inzicht moeten verschaffen in de bedragen van de nalatenschap die zij naar haar eigen spaarrekening heeft overgeboekt. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven dat te begrijpen en te zullen respecteren. Diezelfde verplichting geldt andersom overigens voor [eiser]. Ook zíj zal van alle stukken waarover zij beschikt een kopie aan [gedaagde] moeten geven, voor zover [gedaagde] daarover niet al zelf beschikt.
Voor stukken waarover geen van beide partijen beschikt en die in de praktijk ook niet (meer) opvraagbaar blijken, kan uiteraard geen veroordeling worden uitgesproken.
Voor de stukken die partijen zelf nog niet hebben maar die wel nog bij de desbetreffende instanties kunnen worden verkregen, geldt dat beide partijen die met de machtiging zelf kunnen opvragen. De medewerking van de ander is daarvoor niet langer nodig.
Op grond van het bovenstaande is de vordering van [eiser] dan ook slechts nog toewijsbaar, voor zover het gaat om stukken die [gedaagde] daadwerkelijk onder zich heeft en voor zover zij een kopie daarvan niet al (volledig) aan [eiser] heeft gegeven. Deze vordering kan slechts in algemene zin worden toegewezen, omdat [eiser] niet voldoende onderbouwd heeft gesteld welke specifieke stukken [gedaagde] onder zich heeft. Een dwangsom kan daarom aan deze veroordeling niet worden verbonden.
Voor het overige zal de vordering worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Daarbij speelt mee dat [gedaagde] ter zitting informatie heeft gegeven over de activiteiten die de advocaten in Nederland en op Curaçao ten behoeve van de nalatenschap hebben verricht. [eiser] heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan [gedaagde] gehouden zou zijn aan haar informatie te verschaffen over de inboedel op Curaçao. Het staat [eiser] uiteraard vrij om hiervoor zelf naar Curaçao af te reizen. Informatie over de auto en de betonmolen heeft [gedaagde] gegeven.
Ten overvloede
Enige communicatie, afstemming en samenwerking tussen [eiser] en [gedaagde] ligt voor de hand. Om dubbel werk en onnodige tijd en moeite te voorkomen, geeft de voorzieningenrechter partijen dan ook in overweging om eerst een overzicht te maken van alle stukken waarover zij gezamenlijk beschikken en al die informatie over en weer met elkaar te delen. Mocht er na afloop van die ‘uitruil’ nog noodzakelijke informatie over de nalatenschap van erflater ontbreken, dan doen partijen er goed aan om samen af te spreken wie welk stuk bij welke instantie zal opvragen. Een alternatief voor deze voorgestelde werkwijze zou ook kunnen zijn dat partijen gezamenlijk een vereffenaar – bijvoorbeeld een op Curaçao gevestigde advocaat of notaris – aanwijzen die namens beide partijen als onafhankelijk vereffenaar van de nalatenschap kan optreden. Die laatste optie vergt weliswaar een financiële investering, maar zou dienstig kunnen zijn aan de verdere afwikkeling van de nalatenschap.
Proceskosten
Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen zo worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te verstrekken een kopie van alle in de dagvaarding onder randnummer 16 bedoelde stukken, voor zover zij daarover beschikt,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.
936
Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.
Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.