Verbintenissenrecht

kort geding, verstek, huur, ontruiming, zij die verblijven

Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Zaanstad
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
12239675 \ VV EXPL 26-41
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:8485
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

kort geding, verstek, huur, ontruiming, zij die verblijven

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 12239675 \ VV EXPL 26-41 TB

Vonnis in kort geding van 9 juli 2026

in de zaak van

STICHTING WOONZORG NEDERLAND,

te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonzorg,

gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN HET PAND AAN HET [adres] TE ( [postcode] ) [woonplaats] , OF EEN GEDEELTE DAARVAN,

te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: gedaagden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 mei 2026

- de producties 1 tot en met 9 van Woonzorg
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagden.

2 De beoordeling

2.1.

Woonzorg vordert samengevat - ontruiming van de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) door gedaagden, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten en nakosten.

2.2.

Woonzorg legt aan de vordering ten grondslag dat gedaagden zonder recht of titel in de woning verblijven, althans gedaagden houden de woning zonder recht of titel onder zich. Tussen Woonzorg en de vader van gedaagde sub 1 (hierna: de vader) bestond vanaf december 2008 een huurovereenkomst, welke op 30 april 2026 door opzegging van de vader is geëindigd. Gedaagden, die zonder voorafgaande toestemming van Woonzorg, in de woning inwoonden weigeren de woning te ontruimen en te verlaten, ook nadat Woonzorg hen daartoe een ruimere termijn heeft gegeven. Door zonder recht of titel in de woning te verblijven maken gedaagden een onrechtmatige inbreuk op het eigendomsrecht van Woonzorg. Woonzorg vordert daarom ontruiming van de woning door gedaagden.

2.3.

De kantonrechter zal de vordering toewijzen zoals hieronder vermeld, nu deze naar haar aard spoedeisend is en niet onrechtmatig of ongegrond.

2.4.

Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonzorg worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.013,02

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagden om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonzorg zijn, en de sleutels af te geven aan Woonzorg,

3.2.

veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.