Strafprocesrecht
ASR. ‘Babbeltruc.’ Verdachte heeft onderdeel uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband met als enig…
Rechtbank Noord-Holland, 26 januari 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:1149 · Rechtbank Noord-Holland · 26 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2023-1149
Zaakgegevens
Op 26 januari 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 26 januari 2023
- Datum publicatie
- 14 februari 2023
- Zaaknummer
- 15/247491-22 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:1149
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ASR. ‘Babbeltruc.’ Verdachte heeft onderdeel uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband met als enig doel zo veel mogelijk geld afhandig maken van veelal oudere slachtoffers. Medeverdachte deed zich voor als bankmedewerker, verdachte was degene die geld heeft gepind van de bankrekeningen van de slachtoffers. Het oudste slachtoffer was 95 jaar. Dit levert een bewezenverklaring van medeplegen van oplichting, diefstal in vereniging door middel van valse sleutels en het medeplegen van computervredebreuk op. Anders dan de officier van justitie past de rechtbank adolescentenstrafrecht toe. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 90 dagen met aftrek, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden en daarnaast tot een werkstraf van 100 uren. Het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende. De rechtbank wijst de vordering van een van de slachtoffers hoofdelijk en gedeeltelijk toe, materieel tot een bedrag van € 1.240,-. In de bijzondere omstandigheden van het geval ziet de rechtbank aanleiding om de gevorderde immateriële schade (hoofdelijk) toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,-. Het slachtoffer wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie & Jeugd
Locatie Alkmaar
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 15/247491-22 (P)
Uitspraakdatum: 26 januari 2023
Tegenspraak
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 12 januari 2023 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
[officier van justitie] en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 2 september 2022 tot en
met 27 september 2022 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, en/of Hasselt,
gemeente Zwartewaterland, en/of Nijkerk, en/of Voorthuizen, gemeente Barneveld,
althans in Nederland
te weten
- op 2 september 2022 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, en/of
- op 19 september 2022 te Nijkerk, en/of
- op 20 september 2022 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, en/of
- op 27 september 2022 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde partij 1] , en/of
- [benadeelde partij 2] , en/of
- [benadeelde partij 3] , en/of
- [benadeelde partij 4] ,
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld,
te weten haar/hun pinpas(sen) en/of E-dentifier(s) en/of telefoon(s) en/of gouden
sieraden,
door
- telefonisch contact op te nemen en te zeggen dat er een groot onderzoek gaande is
met betrekking tot fraude dat mede betrekking zou hebben op de bankrekening/het
bankrekeningnummer van [benadeelde partij 1] en/of te zeggen er een bedrag open zou staan
op de bankrekening/het bankrekeningnummer van [benadeelde partij 2] en/of te zeggen
dat iemand geprobeerd heeft fraude te plegen met de bankrekening/het
bankrekeningnummer van [benadeelde partij 3] en/of te zeggen dat er fraude is gepleegd met de
bankrekening/het bankrekeningnummer van [benadeelde partij 4] , en/of
- te zeggen dat er iemand (van de bank) langskomt om haar/hun te helpen en/of
haar/hun pinpas(sen) en/of E-dentifier(s) en/of telefoon(s) en/of gouden sieraden
op te halen, en/of
- ( vervolgens) - zogenaamd in de hoedanigheid van bankmedewerker - aan de
deur(en)/naar de woning(en) van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3]
en/of [benadeelde partij 4] te komen;
Feit 2:
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 2 september 2022 tot en
met 27 september 2022 te Amersfoort en/of Balkbrug, gemeente Hardenberg, en/of
Barneveld en/of Genemuiden, gemeente Zwartewaterland, en/of Hasselt, gemeente
Zwartewaterland, en/of Nijkerk en/of Zeist, althans in Nederland,
te weten
- op 2 september 2022 te Balkbrug, gemeente Hardenberg, en/of
- op 19 september 2022 te Amersfoort en/of Nijkerk en/of Zeist, en/of
- op 20 september 2022 te Barneveld, en/of
- op 27 september 2022 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland, en/of Hasselt,
gemeente Zwartewaterland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een geldbedrag van €1000,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat
geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s), en/of
- een geldbedrag van €900,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat
geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s), en/of
- een geldbedrag van €1940,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat
geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s), en/of
- een geldbedrag van €10.400,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat
geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het
misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,
door - onbevoegd tot het gebruik van de pinpas(sen) - pintransacties te
verrichten/geld op te nemen/te pinnen met de pinpas(sen) van die [benadeelde partij 1] en/of
[benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] ;
Feit 3:
hij op of omstreeks 27 september 2022 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland,
en/of Hasselt, gemeente Zwartewaterland, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een (gedeelte
van een) geautomatiseerd werk,
te weten server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving waarvan de
rekeningen toebehoren aan een of meerdere klanten van de ABN AMRO bank, te
weten [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] ,
waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot het geautomatiseerde werk heeft
verworven met behulp van een valse sleutel, te weten door (telkens) - onbevoegd tot
het gebruik van de inloggegevens - in te loggen met de inloggegevens voor
internetbankieren (zoals de gebruikersnaam en/of het wachtwoord en/of
verificatiecode) van die [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] , en/of door het
aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als
geautoriseerde klant van de ABN AMRO bank.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de onder feit 1 ten laste gelegde oplichting en de onder feit 2 ten laste gelegde diefstal met valse sleutel, voor zover deze feiten betrekking hebben op [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] . Ook is er onvoldoende bewijs voor de het onder feit 1 ten laste gelegde diefstal van de telefoon en sieraden van [benadeelde partij 3] . Verder heeft de verdediging vrijspraak bepleit voor het onder feit 2 ten laste gelegde voor zover dit feit betrekking heeft op een geldbedrag van € 10.400,-. Tot slot heeft de verdediging vrijspraak bepleit van de onder feit 3 ten laste gelegde computervredebreuk.
Oordeel van de rechtbank
Feiten 1 en 2 – [benadeelde partij 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat verdachte onder de feiten 1 (oplichting in vereniging) en 2 (diefstal met valse sleutel) ten laste is gelegd, voor zover deze feiten betrekking hebben op [benadeelde partij 1] . Verdachte dient daarvan dan ook te worden vrijgesproken en de rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Verdachte is op 28 september 2022 verhoord door de verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] . Diezelfde verbalisanten hebben enige dagen na dit verhoor verdachte herkend op enkele screenshots behorende bij camerabeelden van een pinautomaat in Balkbrug. Op deze camerabeelden is te zien hoe een persoon bankbiljetten pint. Uit vaste jurisprudentie volgt dat terughoudend moet worden omgegaan met dergelijke herkenningen. Dit geldt te meer indien deze herkenningen zijn gedaan door personen die tot op zekere hoogte bevooroordeeld zijn, namelijk omdat zij verdachte slechts in het kader van een verhoor hebben gezien. Het dossier bevat naast deze herkenningen geen andere bewijsmiddelen die verdachte aan deze feiten koppelt. Bovendien past het signalement dat de aangeefster heeft gegeven van degene die haar bankpas heeft meegenomen, niet bij het signalement van verdachte.
De rechtbank zal verdachte daarom voor de feiten 1 en 2 vrijspreken, voor zover dat betrekking heeft op de aangifte van [benadeelde partij 1] .
Feiten 1 en 2 – [benadeelde partij 2]
De verdediging heeft daarnaast zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2 ten aanzien van [benadeelde partij 2] , omdat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim ex artikel 359a Sv. Door dit vormverzuim dienen wat de verdediging betreft de verkregen telefoongegevens te worden uitgesloten van het bewijs waardoor alleen camerabeelden resteren die onvoldoende duidelijk zijn om als enig bewijsmiddel te kunnen dienen. Om die reden dient vrijspraak te volgen.
Het vormverzuim betreft volgens de verdediging de omstandigheid dat verdachte de toegangscode van zijn telefoon aan een verbalisant heeft gegeven, terwijl hij eigenlijk contact wilde met zijn advocaat, wat niet is gebeurd. Dit is een schending van de vaste Salduz jurisprudentie, omdat sprake was van een verhoorsituatie en verdachte om die reden recht had op consultatie van zijn advocaat. Ook is dit een schending van de beginselen van een goede procesorde.
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.
Om te komen tot het beoordelingskader van artikel 359a Sv, zal de rechtbank zich eerst moeten buigen over de vraag of in dit geval sprake was van een vormverzuim. In het onderhavig geval dient de rechtbank te beoordelen of sprake is van een schending van het recht op consultatie door een advocaat (Salduz) en daarmee de vraag of sprake was van een verhoor in de zin van artikel 29 Sv, namelijk een verhoorsituatie. Als immers geen sprake was van een verhoorsituatie, is er ook geen schending mogelijk van de vaste Salduz-rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens.
Volgens vaste jurisprudentie wordt als verhoor beschouwd “alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdacht aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit.” De rechtbank stelt vast dat verdachte in het onderhavige geval al was aangemerkt, aangehouden én in verzekering gesteld als verdachte van strafbare feiten. De telefoon van verdachte is bij de aanhouding in beslag genomen.
Naar het oordeel van de rechtbank was met de enkele vraag naar de toegangscode van de telefoon van verdachte geen sprake van een verhoorsituatie zoals hiervoor bedoeld. De politie had immers al beschikking over de in beslag genomen telefoon, maar het ontbrak de politie aan toegang tot die telefoon. In het kader van het opsporingsonderzoek heeft de verbalisant verdachte gevraagd om zijn toegangscode, die verdachte uiteindelijk heeft verstrekt. Het vragen naar een toegangscode merkt de rechtbank dan ook niet aan als een inhoudelijk verhoor betreffende verdachtes betrokkenheid bij een strafbaar feit, maar als een opsporingshandeling. Onderzoek aan de telefoon van verdachte was niet afhankelijk van zijn medewerking, omdat ook zonder zijn medewerking de telefoon mocht worden onderzocht. Hoewel deze situatie niet ver verwijderd lijkt van het afleggen van een inhoudelijke verklaring, kan deze gelet op het voorgaande daarmee niet worden gelijkgesteld.
Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit tot de conclusie dat er geen sprake is geweest van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Daarmee komt zij niet toe aan het verdere beoordelingskader van artikel 359a Sv.
Nu de rechtbank de telefoongegevens van verdachte wel voor het bewijs zal gebruiken, komt de rechtbank dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde voor zover deze feiten betrekking hebben op [benadeelde partij 2] .
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt voor het overige tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Bewijsmotivering feit 3
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de onder feit 3 ten laste gelegde computervredebreuk, samen met anderen, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist of moest vermoeden dat er geld werd overgeschreven.
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en komt tot een bewezenverklaring van feit 3.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 29 september 2022 blijkt dat er op 27 september 2022 twee overschrijvingen zijn gedaan vanaf de spaarrekening naar de betaalrekening van [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] . Deze overschrijvingen vonden die dag plaats om 17:22:36 uur en 19:01:52 uur. De eerste overschrijving is gedaan met een iPhone, gebruik makend van het KPN-netwerk, terwijl de tweede overschrijving is gedaan met een iPhone die gebruik maakte van het Vodafone-netwerk. Hieruit kan worden afgeleid dat beide overschrijvingen met verschillende iPhones zijn gedaan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 27 september 2022 samen met medeverdachte [medeverdachte] was en dat hij samen met haar in de auto zat, terwijl zij de auto bestuurde. Volgens verdachte belde een onbekend gebleven derde persoon medeverdachten op nadat de pinpassen ontvreemd waren bij [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] , om door te geven bij welke pinautomaten verdachte welke bedragen moest pinnen. Verder blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 1 oktober 2022 dat op 27 september 2022 om zowel 17:11 uur als 17:26 uur een persoon handelingen heeft verricht bij een pinautomaat in Genemuiden. Deze persoon draagt opvallende ringen, die later die dag bij verdachte zijn aangetroffen.
Gelet op het hiervoor geschetste zeer korte tijdpad, kan het wat de rechtbank betreft niet anders zijn dan dat verdachte en medeverdachte op 27 september 2022 om 17:22 uur bij elkaar in de auto hebben gezeten in de buurt van de pinautomaat in Genemuiden terwijl zij in het bezit waren van de pinpassen en e-dentifier van [benadeelde partij 4] . Volgens verdachte zou de eerdergenoemde derde persoon later op de achterbank hebben gezeten en medeverdachten hebben gevraagd ‘alles’ aan hem te geven, te weten de pinpassen en de e-dentifiers. Ook zouden medeverdachten hun telefoons aan deze derde persoon hebben gegeven. Die verklaring staat naar het oordeel van de rechtbank echter haaks op de bevindingen van de staandehoudingen van verdachte, waarbij zowel telefoons als pinpassen zijn aangetroffen onder de verdachte, medeverdachte en in de auto.
De rechtbank komt daarom ook tot een bewezenverklaring voor het onder feit 3 tenlastegelegde feit.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1:
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 19 september 2022 tot en met 27 september 2022 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, en Nijkerk, en Voorthuizen, gemeente Barneveld,
te weten
- op 19 september 2022 te Nijkerk, en
- op 20 september 2022 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, en
- op 27 september 2022 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde partij 2] , en
- [benadeelde partij 3] , en
- [benadeelde partij 4] ,
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten hun pinpassen en e-dentifiers
door
- ( telefonisch) contact op te nemen en te zeggen er een bedrag open zou staan op de bankrekening van [benadeelde partij 2] en te zeggen dat iemand geprobeerd heeft fraude te plegen met de bankrekening van [benadeelde partij 3] en te zeggen dat er fraude is gepleegd met de
bankrekening van [benadeelde partij 4] , en
- te zeggen dat er iemand van de bank langskomt om hun te helpen en
hun pinpassen en e-dentifiers op te halen, en
- vervolgens - zogenaamd in de hoedanigheid van bankmedewerker - naar de woningen van die [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] te komen;
Feit 2:
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 19 september 2022 tot en met 27 september 2022 te Amersfoort en Barneveld en Genemuiden, gemeente Zwartewaterland, en Hasselt, gemeente Zwartewaterland, en Nijkerk en Zeist, te weten
- op 19 september 2022 te Amersfoort en Nijkerk en Zeist, en
- op 20 september 2022 te Barneveld, en
- op 27 september 2022 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland, en Hasselt,
gemeente Zwartewaterland,
tezamen en in vereniging met een ander,
- een geldbedrag van €900,- dat toebehoorde aan [benadeelde partij 2] , en
- een geldbedrag van €1940,-, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 3] , en
- een geldbedrag, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 4] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik
hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door - onbevoegd tot het gebruik van de pinpassen - pintransacties te verrichten en geld op te nemen met de pinpassen van die
[benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] ;
Feit 3:
hij op 27 september 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
meermalen opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een gedeelte
van een geautomatiseerd werk, te weten server(s) van de beveiligde internetbankieren omgeving waarvan de rekeningen toebehoren aan klanten van de ABN-AMRO bank, te
weten [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] ,
waarbij verdachte of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot het geautomatiseerde werk hebben
verworven met behulp van een valse sleutel, te weten door telkens - onbevoegd tot
het gebruik van de inloggegevens - in te loggen met de inloggegevens voor
internetbankieren (zoals de gebruikersnaam en/of het wachtwoord en/of
verificatiecode) van die [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] , en door het
aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als
geautoriseerde klant van de ABN-AMRO bank.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1: medeplegen van oplichting;
Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
Feit 3: medeplegen van computervredebreuk.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.
5 Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
6 Motivering van de sancties
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van het volwassenenstrafrecht zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, begeleid wonen, een contactverbod met medeverdachte, een locatiegebod met elektrische monitoring en het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit om verdachte met toepassing van het adolescentenstrafrecht te veroordelen en aan het bepalen van bijzondere voorwaarden geen elektronische monitoring te verbinden. Daarnaast heeft de verdediging bepleit de door de officier van justitie geëiste straf te matigen, gelet op de oriëntatiepunten voor soortgelijke feiten.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met de medeverdachte en een onbekend gebleven derde persoon schuldig gemaakt aan de oplichting van drie bejaarde slachtoffers. Het oudste slachtoffer was 95 jaar. Deze slachtoffers werden veelal opgebeld door een persoon die zich voordeed als bankmedewerker en hen wilde behoeden voor fraude met hun bankrekening. Medeverdachte heeft zich voorgedaan als de bankmedewerker die de (inmiddels doorgeknipte) bankpassen en e-dentifiers van deze bezorgd gemaakte slachtoffers kwam ophalen om deze zogenaamde fraude te voorkomen. Vervolgens is medeverdachte samen met verdachte naar verschillende pinautomaten gereden, waarna verdachte geld van de bankrekeningen van de slachtoffers heeft gepind. Waarschijnlijk om meer geld te kunnen wegnemen, is er tot twee keer toe ingelogd in de internetbankieromgeving van ABN-AMRO om geld van de spaarrekening naar de gezamenlijke betaalrekening van een van slachtoffers over te boeken. Verdachte en medeverdachte zijn op 27 september 2022 uiteindelijk in Zaandam aangehouden, waarna bleek dat er verschillende pinpassen en e-dentifiers in de auto lagen, de medeverdachte een gestolen pinpas tussen haar eigen pasjes had zitten en beide verdachten een flinke hoeveelheid cash geld bij zich droegen. Verdachte heeft hiermee onderdeel uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband met als enig doel zo veel mogelijk geld afhandig maken van veelal oudere slachtoffers. Verdachte heeft hiermee veel leed bij de slachtoffers veroorzaakt en er mede voor gezorgd dat deze slachtoffers voortaan minder vertrouwen in hun medemens en in het bankwezen zullen ervaren. Deze schaamteloze zelfverrijking ten koste van ouderen zorgt voor verontwaardiging en afkeer in de samenleving. Bij het bepalen van de straf dient het uitgangspunt dan ook een vrijheidsbenemende straf te zijn.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 9 januari 2023, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld.
- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 5 januari 2023, van [reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. Dit rapport houdt – kort en zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Bij een veroordeling adviseert de reclassering verdachte met toepassing van het adolescentenstrafrecht te veroordelen tot een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen, een contactverbod, een locatiegebod met elektronische monitoring en het hebben van zinvolle dagbesteding.
In de Pro Justitia-rapportage is een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld in de vorm van PTSS, een normoverschrijdende gedragsstoornis en ouder-kindrelatieproblemen. Verdachte heeft een belast verleden, zodat hij als kwetsbaar kan worden aangemerkt. Verdachte lijkt gebaat bij het verwerken van ervaringen uit het verleden die een doorwerking hebben op zijn gedrag. Hij kent een uitgebreide reclasseringsgeschiedenis en is onderdeel van de Top400-aanpak. Verdachte woont momenteel begeleid op een leefgroep, waar hem structuur en ondersteuning kan worden geboden. Verdachte lijkt baat te hebben bij structuur, ritme, en een inkomen. Verdachte staat open voor ondersteuning. De reclassering acht daarom bijzondere voorwaarden geïndiceerd.
Verdachte lijkt de risico’s en gevolgen van zijn handelen beperkt te kunnen inschatten. Zijn belaste verleden is van invloed op zijn gedrag en handelen. Een behandeling gericht op het verwerken van traumatische ervaringen is nog niet van de grond gekomen. Ondersteuning bij zijn beslisvaardigheid en het maken van constructieve keuzes lijkt van belang. Verdachte is gebaat bij de continuering van schoolgang. Er zijn aanwijzingen dat sprake is van een (deels) negatief sociaal netwerk. In het huidige toezicht is het betrekken van het systeem van verdachte onderdeel van de aanpak. Gezinsgerichte hulpverlening kan hierbij worden overwogen, indien geïndiceerd. Verdachte vertoont zelfbepalend gedrag, waardoor begeleiding door de volwassenenreclassering geïndiceerd lijkt. Verdachte is gebaat bij het aanspreken op eigen verantwoordelijkheid en strakke kaders.
[naam] heeft voornoemd advies van de reclassering ter terechtzitting onderschreven en hieraan toegevoegd dat verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden houdt. Hij geeft openheid van zaken en lijkt positieve doelen na te streven. Verdachte zal aankomende maandag starten bij een werkgever. Door zijn detentie heeft verdachte een periode school gemist, maar er is afgesproken dat verdachte weer naar school mag. Met verdachte is besproken om toe te werken naar een einde van elektronische controle, maar daarvoor is meer stabiliteit nodig op het gebied van school en werk.
Het advies om adolescentenstrafrecht toe te passen is met name ingegeven door de leeftijd en het verleden van verdachte in combinatie met zijn kwetsbaarheid, waardoor hij onvoldoende de gevolgen van zijn eigen handelen kan inschatten. Verdachte is aangemeld bij De Waag. Omdat het gezin bij de behandeling zal worden betrokken, zal in die zin sprake zijn van pedagogische beïnvloeding.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen. Verdachte heeft tijdens zijn politieverhoren in eerste instantie een beroep gedaan op zijn recht om te zwijgen, maar heeft tegenover de rechter-commissaris bekend dat hij slechts één keer is ‘mee geweest’, namelijk op 27 september 2022. Tijdens het verhoor in raadkamer is verdachte hierbij gebleven en heeft hij daarnaast ontkend betrokken te zijn geweest bij de feiten gepleegd op 19 september 2022. Ter terechtzitting heeft verdachte voor het eerst bekend ook betrokken te zijn geweest bij de feiten gepleegd op 20 september 2022. Hoewel verdachte hiermee tot op zekere hoogte openheid van zaken heeft gegeven over de gepleegde strafbare feiten, komt de proceshouding van verdachte op de rechtbank berekenend over. Verdachte geeft hiermee blijk de ernst van de feiten onvoldoende in te zien. Daartegenover staat dat verdachte zich goed aan zijn schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en goed samenwerkt met de reclassering. Ook heeft hij een baan gevonden en kan hij weer naar school.
Adolescentenstrafrecht
De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van verdachte aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Verdachte was tijdens het bewezenverklaarde slechts één maand ouder dan 18 jaar en kent daarnaast een zeer belast verleden. Uit eerder onderzoek van het NIFP is gebleken dat sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Door het adolescentenstrafrecht toe te passen, sluit de rechtbank ook aan bij het advies van de reclassering.
De rechtbank komt vervolgens tot een lagere straf dan zoals door de officier van justitie is geëist, omdat de officier van justitie bij het formuleren van zijn eis is uitgegaan van de toepassing van het volwassenenstrafrecht en bovendien heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank zal verdachte echter vrijspreken van feiten 1 en 2 met betrekking tot [benadeelde partij 1] . De rechtbank wil aan de andere kant met deze lagere op te leggen straf geen afbreuk doen aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 90 dagen moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan, groot 45 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.
Daarnaast acht de rechtbank noodzakelijk verplicht contact met de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen, een contactverbod, een locatiegebod met elektronische monitoring en het hebben van een zinvolle dagbesteding als bijzondere voorwaarden op te leggen. Deze voorwaarden zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden. De rechtbank zal elektronische monitoring opleggen voor een maximale duur van drie maanden. Verdachte heeft zich weliswaar goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden en heeft in dat kader al een enkelband, maar de rechtbank is met de reclassering van oordeel dat verdachte de komende maanden nog zal moeten laten zien dat hij de stabiliteit op het gebied van werk, school en wonen kan volhouden.
Verder is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uur moet worden opgelegd.
7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag ter waarde van € 2.000,-, dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, aangezien tot nu toe geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.
8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 18.000,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit de bankafschrijvingen bij de ING en de Rabobank, een nieuw voordeurslot en sieraden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te weten tot een bedrag van € 1.240,-, met vermeerdering van de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft hetzelfde standpunt bepleit als de officier van justitie. Ten aanzien van de immateriële schade is alleen verwezen naar de uitspraken: ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:RBAMS:2022:404.
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 1.240,- rechtstreeks voortvloeit uit het onder de feiten 1 en 2 bewezen verklaarde. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk verklaren. Uit de vordering is namelijk gebleken dat de gevorderde schade die ziet op de bankafschrijving van € 700,- van de ING-bankrekening al door de ING bank is vergoed. Hetzelfde geldt overigens voor het voordeurslot, hoewel de rechtbank ten aanzien van deze schadepost onvoldoende causaal verband ten aanzien van verdachte aanwezig acht. De overige gevorderde materiële schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd.
Immateriële schade
Daarnaast ziet de rechtbank in de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval aanleiding om een gedeelte van de gevorderde immateriële schade toe te wijzen. De rechtbank overweegt hiertoe dat bij mevrouw Visser door medeverdachte is aangebeld die zich voordeed als een medewerker van de fraudehelpdesk en aangaf dat iemand had geprobeerd geld van haar rekening af te schrijven. Deze persoon heeft onder valse voorwendselen het vertrouwen van de benadeelde partij gewonnen en haar zover gekregen om haar bankpassen af te staan. Dit vond nota bene plaats in de woning van de benadeelde partij, een omgeving waar iemand zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Bovendien moet de medeverdachte en daarmee ook de verdachte de leeftijd en bijbehorende kwetsbaarheid van de benadeelde partij hebben opgemerkt. Verdachte was namelijk onderdeel van het samenwerkingsverband van dit strafbare feit.
Ter terechtzitting heeft de zoon van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] verklaard dat dit voorval enorm ingrijpend is geweest voor zijn moeder. Zij heeft hier nog altijd last van en haar vertrouwen in de medemens is verdwenen. De impact van de bewezen verklaarde feiten op het slachtoffer in combinatie met haar uitzonderlijk hoge leeftijd (95 jaar) en bijhorende kwetsbaarheid, maakt dan ook dat de rechtbank aanleiding ziet om de gevorderde immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Hoofdelijk
Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
De rechtbank zal de benadeelde partij eveneens niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de overige gevorderde immateriële schade.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feiten 1 en 2 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplegen van oplichting en medeplegen van diefstal in vereniging door middel van valse sleutels] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
Daarbij zal de rechtbank wederom bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikelen 36f, 45, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 138ab, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht.
10 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 (negentig) dagen.
Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 45 (vijfenveertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
-
zich meldt bij Reclassering Nederland, gevestigd te [adres] op door de reclassering te bepalen tijdstippen en zo frequent en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;
-
zich laat behandelen door een forensische of gespecialiseerde instelling, nader te bepalen door de reclassering. De behandeling zal zich richten op traumaverwerking en delictpreventie en duurt zolang de reclassering dat nodig acht. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener voor de behandeling zal geven. De veroordeelde zal meewerken aan verdiepingsdiagnostiek indien dit voor de behandeling noodzakelijk wordt geacht;
-
zal verblijven bij [instelling voor beschermd wonen] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en voor zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
-
op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , zolang het Openbaar Ministerie dit contactverbod noodzakelijk acht;
-
zich actief zal inzetten bij het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van scholing en/of werk;
-
op het adres [adres] zal verblijven op vooraf vastgestelde tijdstippen, nader te bepalen door de reclassering en mede afhankelijk van de dagbesteding van de veroordeelde. Bij de start hoeft de veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uren niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder dagbesteding hoeft de veroordeelde een blok van 2 uren niet op het verblijfadres te zijn. In weekenden heeft de veroordeelde een aaneengesloten blok van 4 uren vrij te besteden;
waarbij de veroordeelde zich voor een periode van maximaal drie maanden onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van het hiervoor genoemde locatiegebod.
Geeft opdracht aan Reclassering Nederland, gevestigd te [adres]
, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 100 (honderd) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie.
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geleden schade tot een bedrag van € 2.240,- (tweeduizend tweehonderd en veertig euro), bestaande uit € 1.240,- (duizend tweehonderd en veertig euro) voor de materiële en
€ 1.000,- (duizend euro) voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.240,- (tweeduizend tweehonderd en veertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:
2000 EUR ibg 27-09-2022 (omschrijving: [omschrijving] ).
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.A.M. van Dijk, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter en mr. J.J. Veldheer, rechter,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.A.C. Sinnige,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2023.
mr. Veldheer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.