Strafrecht overig
Vrijspraak van de tenlastegelegde online handelsfraude (artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht). Het…
Rechtbank Noord-Holland, 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10246 · Rechtbank Noord-Holland · 6 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2026-10246
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 15/183444-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:10246
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van de tenlastegelegde online handelsfraude (artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht). Het slechte ondernemerschap van de verdachte is niet overgegaan in handelsfraude.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/183444-23 (P)
Uitspraakdatum: 6 augustus 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juli 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
feitelijk verblijvende te [adres].
De politierechter heeft de zaak onder bovenvermeld parketnummer naar de meervoudige strafkamer verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. K. Leyendeckers en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.M. Schoenmakers, advocaat te Tilburg en waarnemend voor mr. G.J. Woodrow, naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
De verdachte wordt – samengevat – verweten dat hij in de periode van 12 juni 2020 tot en met 24 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan online handelsfraude met in totaal 71 slachtoffers.
De volledige tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, omdat het oogmerk op niet leveren niet bewezen kan worden.
4 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wat hem ten laste is gelegd. Daarom zal de rechtbank de verdachte vrijspreken. De rechtbank zal hieronder uitleggen hoe zij tot deze conclusie is gekomen.
Aan de verdachte is online handelsfraude als bedoeld in artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) ten laste gelegd. Daarvan is, kort gezegd en voor zover hier van belang, sprake als de verdachte een beroep of gewoonte maakt van het via het internet verkopen van goederen of diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering van die goederen de betaling te ontvangen.
Van oogmerk is sprake als de verdachte goederen aanbiedt terwijl hij weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet, dat hij niet zal leveren. Hierbij merkt de rechtbank op dat online handelsfraude moet worden onderscheiden van slecht ondernemerschap. Slecht ondernemerschap is immers niet strafbaar. Dat neemt niet weg dat slecht ondernemerschap kan overgaan in handelsfraude bij moedwillige wanprestatie, te weten het voornemen om niet te leveren, maar wel de betaling te incasseren.
In deze zaak bood de verdachte via zijn eenmanszaak (voornamelijk) radio-navigatiesystemen online te koop aan via een website en via Bol.com, waarbij hij zijn eigen naam en adres gebruikte. Hij deed dit in de periode van 12 juni 2020 tot en met 24 maart 2023 en in die periode is door 71 mensen aangifte gedaan tegen de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij aan dropshipping deed en zelf maar een beperkte voorraad aan producten had. De verdachte ontkent dat hij bestellingen heeft aangenomen met de bedoeling om de producten niet te leveren. De verdachte stelt dat het bedrijf hem in de loop van de tijd boven het hoofd is gegroeid, wat tot wanprestaties heeft geleid, maar van moedwilligheid zou daarbij geen sprake zijn geweest. In de periode 21 oktober 2021 tot en met 1 april 2023 zou de verdachte (onder verwijzing naar stukken in het procesdossier) 706 pakketten hebben verstuurd en via Bol.com over deze periode een bedrag uitbetaald hebben gekregen van
€ 104.643,29, terwijl hij via zijn eigen website een omzet draaide van ruim € 900.000 in de periode 1 januari 2021 tot en met 10 januari 2023.
Voor de beoordeling of al dan niet sprake is van een oogmerk op niet leveren, heeft de rechtbank gekeken naar het aantal en de inhoud van de aangiftes, de bedrijfsactiviteiten van de verdachte en de overige omstandigheden van het geval. De rechtbank merkt in dit verband op dat niet alle aangiftes onder de tenlastelegging gebracht kunnen worden. Zo wordt in sommige aangiftes melding gemaakt van een website waarop de bestelling zou zijn geplaatst, terwijl deze website vervolgens niet terugkomt in de tenlastelegging. Evenmin valt onder de tenlastelegging te scharen het niet retourneren van gelden na terugzending van het bestelde goed of het – volgens de aangifte – leveren van verkeerde of gebrekkige goederen, gelet op de bewoordingen van de tenlastelegging. Met inachtneming hiervan komt de rechtbank uit op twee aangiftes die tot januari 2022 en 49 aangiftes die vanaf januari 2022 tot en met 24 maart 2023 onder de tenlastelegging kunnen worden gebracht.
Vanaf 12 juni 2020 tot januari 2022 zijn er slechts twee aangiftes gedaan in november 2021 en die – volgens de aangiftes – zien op niet geleverde goederen. Van een oogmerk als hiervoor bedoeld is over deze periode geen sprake: de verdachte heeft voldoende aangetoond dat hij vanaf de start van zijn onderneming in 12 juni 2020 tot januari 2022 een regulier en goedlopend bedrijf had. Er zijn over deze periode geen enkele aanwijzingen in het procesdossier dat de verdachte online handelsfraude heeft gepleegd en een aantal van twee aangiftes afgezet tegen de omvang van de bedrijfsactiviteiten is hiervoor onvoldoende.
Na januari 2022 neemt de frequentie van de aangiftes toe en het gaat tot 25 maart 2023 om in totaal 49 aangiftes die onder de tenlastelegging kunnen worden gebracht. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij vanaf oktober 2021 ook via Bol.com goederen ging verkopen, in aanvulling op de verkoop via zijn website. Hierdoor nam het aantal bestellingen toe, terwijl de verdachte kampte met problemen rondom de (voor-)financiering van zijn bedrijfsactiviteiten via Bol.com. De verdachte moest namelijk de bij Bol.com bestelde producten eerst inkopen en leveren, maar kreeg zelf pas 30 dagen later uitbetaald van Bol.com, terwijl hij bij bestellingen via zijn eigen website gewend was om de betalingen van het bestelde voorafgaand aan de inkoop te ontvangen. Dit leverde financiële problemen op rond de inkoop en daarmee op de tijdige en correcte nakoming richting klanten. Bol.com heeft vanwege deze problemen de samenwerking met de verdachte gestopt en het contract met de verdachte op 12 augustus 2022 beëindigd. Over deze periode (januari tot en met 12 augustus 2022) zijn 29 aangiftes gedaan die onder de tenlastelegging kunnen worden gebracht.
De rechtbank concludeert hieruit dat de verdachte zijn bedrijfsvoering vanaf januari 2022 onvoldoende heeft aangepast op de voor de bestellingen gedaan bij Bol.com vereiste voorfinanciering, waardoor er – afgaande op de aangiftes – tot 12 augustus 2022 29 klanten gedupeerd zijn. Echter, de rechtbank heeft in de stukken ook gezien dat de verdachte in deze periode bedrijfsactiviteiten, in de zin van de inkoop van goederen en ook het daadwerkelijk leveren van goederen, is blijven verrichten. Deze activiteiten als geheel wijzen niet op een oogmerk op het moedwillig niet leveren van goederen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het aantal aangiftes waarin gezegd wordt dat de verdachte de goederen niet heeft geleverd, in het licht bezien van de gehele bedrijfsvoering, onvoldoende is om te kunnen spreken van een oogmerk op niet leveren. De inhoud van het procesdossier bevestigt voor de rechtbank bovendien het verweer van de verdachte dat het hem vanaf januari 2022 in toenemende mate boven het hoofd is gegroeid. Er is vanaf dan evident sprake van een gebrekkige bedrijfsvoering, maar dit gegeven is niet voldoende voor een moedwillige wanprestatie.
Die gebrekkige bedrijfsvoering is verder verslechterd, onder meer nadat eerst de betaaldienst Mollie en vervolgens de ABN-AMRO bank op 12 december 2022 is overgegaan tot opzegging van de bankrelatie vanwege signalen van fraude. Tegen deze opzegging maakt de verdachte op 23 januari 2023 bij de bank bezwaar. Hij vindt de opzegging onterecht en verzoekt de bank om hem over zijn rekening te kunnen laten beschikken, omdat hij door de opzegging geen goederen kan inkopen. De bank herstelt de bankrelatie niet. In de stukken ziet de rechtbank terug dat de verdachte vanaf 12 december 2022 geen goederen meer heeft ingekocht en dat de omvang van de bedrijfsactiviteiten nog maar zeer beperkt was (vanaf 12 december 2022 heeft de verdachte nog maar aan zestien klanten geleverd en zijn er negen aangiftes gedaan die onder de tenlastelegging kunnen worden gebracht). Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte nog enige tijd beperkt is doorgegaan met zijn bedrijfsvoering, terwijl voor hem duidelijk moet zijn geweest dat de levering van bestelde goederen niet meer voldoende gegarandeerd was.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat de verdachte er vanaf januari 2022 in toenemende mate een ongezonde bedrijfsvoering op nahield en dat het in elk geval na 12 december 2022 met de opzegging van de bankrelatie door de bank voor de verdachte duidelijk had moeten zijn dat zijn bedrijf niet langer levensvatbaar was. De verdachte heeft echter tot eind januari 2023 geprobeerd de boel vlot te trekken, terwijl het bedrijf inmiddels nagenoeg stil was gevallen. Vanaf 1 januari 2023 zijn er slechts zes aangiftes gedaan. De ontstane situatie is vervelend, laakbaar en schaadt anderen, maar dit maakt nog niet dat het handelen van de verdachte ook strafbaar is in de zin van artikel 326e Sr. De rechtbank begrijpt dat meerdere mensen nadeel hebben ondervonden van de bedrijfsvoering van de verdachte en dat zij de verdachte verwijten maken. Echter, deze verwijten maken niet dat de verdachte in strafrechtelijke zin ook een verwijt kan worden gemaakt. Daarvan is in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het slechte ondernemerschap van de verdachte is immers niet overgegaan in handelsfraude. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
5 Het (conservatoir) beslag
Door de raadsvrouw is gevraagd om het conservatoir beslag op te heffen en de auto van de verdachte terug te geven aan de verdachte.
De zittingsrechter is overeenkomstig artikel 353, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) slechts verplicht te beslissen over voorwerpen die op grond van artikel 94 Sv in beslaggenomen zijn. Het conservatoir beslag is gebaseerd op artikel 94a Sv en reeds daarom zal de rechtbank zich onthouden van een beslissing met betrekking tot het conservatoir beslag. Daarnaast heeft het conservatoir beslag als doel het veiligstellen van voorwerpen voor verhaal in de executoriale fase. Nu nog beroepsmogelijkheden openstaan tegen onderhavig vonnis, ziet de rechtbank geen ruimte om de auto waarop (enkel) conservatoir beslag als bedoeld in artikel 94a Sv is gelegd terug te geven aan de verdachte.
6 De vorderingen van de benadeelde partijen
In deze strafzaak hebben 35 personen zich als benadeelde partij gevoegd en zij vorderen een schadevergoeding van de verdachte. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit. Volgens de wet kan de rechtbank dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde partij. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.
7 De beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4], [benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11], [benadeelde 12], [benadeelde 13], [benadeelde 14], [benadeelde 15], [benadeelde 16], [benadeelde 17], [benadeelde 18], [benadeelde 19], [benadeelde 20], [benadeelde 21], [benadeelde 22], [benadeelde 23], [benadeelde 24], [benadeelde 25], [benadeelde 26], [benadeelde 27], [benadeelde 28], [benadeelde 29], [benadeelde 30], [benadeelde 31], [benadeelde 32], [benadeelde 33], [benadeelde 34] en [benadeelde 35] niet-ontvankelijk in hun vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. I.A. Groendijk, voorzitter,
mr. A.K. Korteweg en mr. R.V. Loeve, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M van Splunter,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 augustus 2026.
Bijlage 1: de tenlastelegging
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2020 tot en met 24 maart 2023 te Hoorn en/of Nibbixwoud, gemeente Medemblik, althans in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werkverkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, te weten via de servers waarop de website(s) www.marktplaats.nl en/of www.bol.com en/of www.radio-navigatie.nl worden gehost, tegen betaling van een of meerdere geldbedragen, goederen te verkopen, te weten, onder andere, autoradio's en/of navigatiesystemen voor diverse automodellen en/of bijbehorende onderdelen en/of accessoires, aan,
- [benadeelde 1] en/of
- [benadeelde 36] en/of
- [benadeelde 37] en/of
- [benadeelde 2] en/of
- [benadeelde 38] en/of
- [benadeelde 3] en/of
- [benadeelde 39] en/of
- [benadeelde 40] en/of
- [benadeelde 41] en/of
- [benadeelde 4] en/of
- [benadeelde 42] en/of
- [benadeelde 5] en/of
- [benadeelde 43] en/of
- [benadeelde 7] en/of
- [benadeelde 8] en/of
- [benadeelde 9] en/of
- [benadeelde 10] en/of
- [benadeelde 11] en/of
- [benadeelde 44] en/of
- [benadeelde 45] en/of
- [benadeelde 46] en/of
- [benadeelde 47] en/of
- [benadeelde 12] en/of
- [benadeelde 48] en/of
- [benadeelde 49] en/of
- [benadeelde 50] en/of
- [benadeelde 51] en/of
- [benadeelde 13] en/of
- [benadeelde 52] en/of
- [benadeelde 14] en/of
- [benadeelde 15] en/of
- [benadeelde 53] en/of
- [benadeelde 16] en/of
- [benadeelde 17] en/of
- [benadeelde 18] en/of
- [benadeelde 19] en/of
- [benadeelde 20] en/of
- [benadeelde 54] en/of
- [benadeelde 21] en/of
- [benadeelde 55] en/of
- [benadeelde 22] en/of
- [benadeelde 23] en/of
- [benadeelde 56] en/of
- [benadeelde 24] en/of
- [benadeelde 57] en/of
- [benadeelde 58] en/of
- [benadeelde 59] en/of
- [benadeelde 60] en/of
- [benadeelde 35] en/of
- [benadeelde 25] en/of
- [benadeelde 26] en/of
- [benadeelde 61] en/of
- [benadeelde 62] en/of
- [benadeelde 63] en/of
- [benadeelde 27] en/of
- [benadeelde 64] en/of
- [benadeelde 65] en/of
- [benadeelde 29] en/of
- [benadeelde 66] en/of
- [benadeelde 30] en/of
- [benadeelde 67] en/of
- [benadeelde 68] en/of
- [benadeelde 69] en/of
- [benadeelde 31] en/of
- [benadeelde 32] en/of
- [benadeelde 33] en/of
- [benadeelde 70] en/of
- [benadeelde 34] en/of
- T[benadeelde 71] en/of
- [benadeelde 72]
- [benadeelde 73],
met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren;