Bestuursstrafrecht

Wahv. Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen. De kantonrechter is van…

Rechtbank Noord-Nederland, 17 december 2024

Zaakgegevens

Op 17 december 2024 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Assen
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
6 januari 2025
Zaaknummer
11236794 BU VERZ 24-1687
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:5155
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu betrokkene onderbouwd heeft aangevoerd dat zij ten tijde van de gedraging op vakantie was in België. Daarnaast is sprake van tegenstrijdige verklaringen van de verbalisant. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 260844412

zaaknummer: 11236794 BU VERZ 24-1687

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 17 december 2024 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door

[betrokkene]

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Zitting hebben

als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma

als griffier : R. de Hoop

Betrokkene is niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. S. Bayram.

De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:

Betrokkene heeft een sanctie van € 119,00 (inclusief administratiekosten) ontvangen voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen, op 18 augustus 2023, om 11:14 uur, op het Stationsplein in Emmen. Zij ontkent de verweten gedraging en voert verweer.

In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring of als uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

De kantonrechter constateert dat betrokkene van meet af aan de gedraging heeft ontkend en uitgebreid verweer heeft gevoerd. Zij verklaart dat zij deze gedraging niet begaan kán hebben, nu zij op 18 augustus 2023 om 11:14 uur op vakantie was in België. Betrokkene heeft dit verweer onderbouwd met een factuur waaruit blijkt dat zij van 6 augustus tot en met 20 augustus 2023 op de camping [naam camping] in België zat. Daarnaast heeft zij een afschrift van haar bank overgelegd, waaruit blijkt dat zij op de pleegdatum gepind heeft op de camping. Tot slot heeft betrokkene aangevoerd dat de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal een andere pleegdatum en een ander tijdstip van de gedraging noemt, namelijk 5 april 2023 om 14:59 uur.

In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van 16 september 2023, waarin de betrokken verbalisant inderdaad onder ambtsbelofte verklaart dat hij de gedraging op woensdag 5 april 2023 omstreeks 14:59 uur heeft waargenomen. Volgens de inleidende beschikking heeft de gedraging echter plaatsgevonden op 18 augustus 2023 om 11:14 uur. Daarnaast blijkt uit het zaakoverzicht dat de verbalisant betrokkene geen stopteken kon geven omdat hij het op afstand zag gebeuren, terwijl hij in het aanvullend proces-verbaal verklaart dat hij betrokkene wel een stopteken gaf. De kantonrechter is met de betrokkene van oordeel dat dit niet met elkaar klopt.

Gelet op het onderbouwde verweer van betrokkene en de tegenstrijdige verklaringen van de verbalisant is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Daarom zal hij het beroep gegrond verklaren.

Beslissing

De kantonrechter:


- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier is verhinderd kantonrechter

om dit proces-verbaal te tekenen.

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Afschrift verzonden aan partijen op: