Bestuursstrafrecht

Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 september 2026

Zaakgegevens

Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 september 2026
Datum publicatie
14 oktober 2026
Zaaknummer
12016626 BU VERZ 25-2582
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4447
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren. De kantonrechter overweegt dat het keuringsbewijs op 4 december 2024 zijn geldigheid had verloren. Betrokkene heeft haar voertuig vervolgens pas op 12 december 2024 naar de garage gebracht voor de APK-keuring. Dan is er geen sprake van overmacht, nu betrokkene anders had kunnen en moeten handelen. Zeker bij zo’n lange levertijd van onderdelen had zij het voertuig moeten schorsen. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar eigen rekening en risico te komen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271857202

zaaknummer: 12016626 BU VERZ 25-2582

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 september 2026

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

die woont in [plaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren’, verricht op 5 februari 2025, om 17:00 uur, bij de RDW in Veendam, geconstateerd bij een registercontrole, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. S. Heling.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat zij heeft voldaan aan de wettelijke verplichting om haar auto tijdig, op 12 december 2024, voor de APK-keuring naar de garage te brengen. Toen zij de auto bracht, hoorde zij van de monteur dat er voor deze auto een terugroepactie was voor het vervangen van fusees van de achterwielen. Die onderdelen zijn door de garage op dezelfde dag besteld. Vervolgens gaf de garage door dat de onderdelen een langere levertijd hadden. Dit betekende dat het afmelden voor de APK onmogelijk was en dat betrokkene niet over haar auto kon beschikken. Zij kreeg van de garage een leenauto. Pas op 5 februari 2026 ontving de garage de benodigde onderdelen. De garage heeft de auto vervolgens onmiddellijk gerepareerd en op 6 februari 2025 afgemeld voor de APK. Betrokkene stelt dat er sprake is van overmacht.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.

5.1

De kantonrechter overweegt dat het keuringsbewijs op 4 december 2024 zijn geldigheid had verloren. Betrokkene heeft haar voertuig vervolgens pas op 12 december 2024 naar de garage gebracht voor de APK-keuring. Dan is er geen sprake van overmacht, nu betrokkene anders had kunnen en moeten handelen. Zeker bij zo’n lange levertijd van onderdelen had zij het voertuig moeten schorsen. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar eigen rekening en risico te komen.

5.2

Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet hij in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nul te stellen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.