Bestuursstrafrecht

Wahv. 25 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autoweg buiten de bebouwde kom. Verschoonbare…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 september 2026

Zaakgegevens

Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 september 2026
Datum publicatie
14 oktober 2026
Zaaknummer
12139201 BU VERZ 26-574
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4443
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. 25 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autoweg buiten de bebouwde kom. Verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de Poolse RDW blijkt dat vóór pleegdatum afstand is gedaan van dit voertuig, waardoor het vanaf toen niet meer op naam van betrokkene stond. Gegrond beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 26626747

zaaknummer: 12139201 BU VERZ 26-574

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 september 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. W. van Nunen, Sneep Advocaten.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘25 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autoweg buiten de bebouwde kom’, verricht op 13 mei 2024, op de N381 links Donkerbroek richting Drachten in Ureterp, gemeente Opsterland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 317,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, een tolk Pools en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Heling.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

Zekerheidstelling

3. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. Hij heeft een document “overzicht zaken” van het CJIB overgelegd, waaruit blijkt dat hij meerdere boetes heeft met veel openstaande bedragen. Daarnaast is heeft hij een brief van het CJIB van 7 januari 2026 overgelegd waarin hem uitstel van betaling is verleend. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.

Tijdigheid beroep bij de kantonrechter

4. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officie van justitie zijn beslissing heeft verstuurd.

4.1.

Het beroepschrift is op 22 maart 2025 bij de CVOM binnengekomen. De gronden van betrokkene zijn op 8 mei 2025 bij de CVOM binnengekomen. Het beroepschrift had uiterlijk op 21 november 2024 ontvangen moeten zijn.

4.2.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij niet wist dat er een website van het CJIB bestond waar je kunt controleren of je een boete hebt en dat de boetes hoogstwaarschijnlijk naar Polen zijn gestuurd, of naar een ander adres waar hij al een tijdje niet meer woont. Hij stelt dat hij eerder op verschillende adressen in Nederland heeft gewoond. De kantonrechter ziet in dit verweer aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

De gedraging

5. Door de vertegenwoordigster is op de zitting aangevoerd dat betrokkene 41 boetes heeft ontvangen en dat er vele beroepen van hem lopen. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat andere rechters zich al eerder over de inhoudelijke situatie van betrokkene hebben gebogen en dat uit documentatie van de Poolse RDW blijkt dat op 30 april 2024 afstand is gedaan van dit voertuig, waardoor het vanaf toen niet meer op naam van betrokkene stond. Betrokkene heeft ook op de zitting aangevoerd dat het voertuig in beslag is genomen. Nu de boete op 13 mei 2025 is opgelegd, terwijl het voertuig vanaf 30 april 2024 al niet meer op naam stond van betrokkene, is dat ten onrechte gebeurd. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard. De door gemachtigde gevraagde proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking.

Proceskostenvergoeding

6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) = € 467,00.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die inleidende beschikking;

  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 467,00.


Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Artikel 11 van de Wahv. Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht.