Bestuursstrafrecht
Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs…
Rechtbank Noord-Nederland, 18 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4446 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-4446
Zaakgegevens
Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Datum publicatie
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12020846 BU VERZ 25-2598
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4446
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren. Dat betrokkene dacht dat het voertuig eerder door de garage gekeurd zou worden en dat hij, toen dit langer duurde, vervolgens is vergeten de schorsing te regelen, komt voor zijn eigen rekening en risico. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene geen verklaring van de garage over de vertraging van de keuring heeft overgelegd en dat het voertuig uiteindelijk pas op 21 februari 2025 is gekeurd, waardoor het voertuig een lange periode ongekeurd is geweest.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271489404
zaaknummer: 12020846 BU VERZ 25-2598
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [plaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren’, verricht op 16 januari 2025, om 17:00 uur, bij de RDW in Veendam, geconstateerd bij een registercontrole, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. S. Heling.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan zijn voertuig eind november gekeurd moest worden. Halverwege november hebben zij de auto neergezet bij de autogarage, maar het bleek dat de koppeling vervangen moest worden, dat dit even kon duren en dat de keuring rond de kerst zou plaatsvinden. Toen is er besloten om de auto eerst niet te schorsen, aangezien die binnen een maand klaar zou zijn. Helaas hadden ze het erg druk bij de garage en is betrokkene toen vergeten het voertuig te schorsen. Het voertuig stond al drie maanden bij de garage en is niet de weg op geweest. Als betrokkene van te voren had geweten dat de keuring zo lang zou duren, had hij het voertuig geschorst, aangezien hij alsnog wegenbelasting moet betalen terwijl hij er helemaal niet mee reed.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
De kantonrechter ziet in de beroepsgronden van betrokkene geen reden om de boete te matigen. Het enkele verweer dat betrokkene zijn voertuig na de vervaldatum van de keuring naar de garage had gebracht, maar dat dit in verband met de vervanging van de koppeling en drukte bij de garage pas maanden later gekeurd kon worden, is onvoldoende. Als met het voertuig geen gebruik van de openbare weg wordt gemaakt of kan worden gemaakt, kan men de tenaamstelling in het kentekenregister laten schorsen. Dat betrokkene dit niet heeft gedaan omdat hij dacht dat het voertuig eerder door de garage gekeurd zou worden en dat hij, toen dit langer duurde, vervolgens is vergeten de schorsing te regelen, komt voor zijn eigen rekening en risico. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene geen verklaring van de garage over de vertraging van de keuring heeft overgelegd en dat het voertuig uiteindelijk pas op 21 februari 2025 is gekeurd, waardoor het voertuig een lange periode ongekeurd is geweest.
Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet hij in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nul te stellen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.