Bestuursstrafrecht

Wahv. 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom. Betwisting bebording H1. Door de…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 september 2026

Zaakgegevens

Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 september 2026
Datum publicatie
14 oktober 2026
Zaaknummer
12133767 BU VERZ 26-523
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4445
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom. Betwisting bebording H1. Door de vertegenwoordigster is op de zitting inzichtelijk gemaakt dat de bebording zes maanden voor en zes maanden na de gedraging deugdelijk aanwezig was.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272034244

zaaknummer: 12133767 BU VERZ 26-523

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 september 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats],

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 14 februari 2025, om 20:55 uur, op [adres] in Drachten, gemeente Smallingerland, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 81,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. S. Heling.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde voert aan dat betrokkene geen bord H1 is gepasseerd. Betrokkene reed vanaf de N31 via [adres] op. Uit het dossier is niet gebleken dat (kort) voor aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. Nu de aanwezigheid van de vermeende bebording cruciaal is om de gedraging vast te kunnen stellen, ligt het op de weg van de officier om een schouwrapport in het geding te brengen. Verder zit de werkopdracht van de mobiele radarcontrole niet in het dossier, terwijl dit wel had gemoeten omdat het een op de zaak betrekking hebbend stuk is. In de werkopdracht staat informatie waar betrokkene recht op heeft, zoals het tijdstip van de controle, de exacte locatie en het meetmiddel dat is gebruikt.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De gedraging

5. De kantonrechter overweegt allereerst dat een op de zaak betrekking hebbend stuk een stuk is waarop de voor de sanctieoplegging relevante gegevens zijn vermeld of een stuk dat de verbalisant heeft gebruikt voor het opleggen van de boete. De gegevens, die volgens gemachtigde in de werkopdracht staan, staan ook in het zaakoverzicht. De werkopdracht is daarom geen op de zaak betrekking hebbend stuk.

5.1.

Uit het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2022 volgt verder dat wanneer de aanwezigheid van een verkeersbord wordt betwist, er bij handhaving bij zone/komborden geldt dat uit (aanvullende) stukken moet blijken dat het bord ten hoogste zes maanden voor en ten hoogste zes maanden na de vermeende gedraging aanwezig was. Door de vertegenwoordigster is op de zitting aangevoerd dat op Google Maps is te zien dat aan [adres], vlak voor de rotonde, in juli 2025 een bord H1 staat. Daarnaast is door de vertegenwoordigster op de zitting een afbeelding van Apple Kaarten van augustus 2024 overgelegd, waarop het bord H1 op dezelfde plek te zien is. Hierdoor wordt er voldaan aan het zes maanden-criterium van het hof en kan voldoende worden vastgesteld dat de bebording op pleegdatum deugdelijk aanwezig was. Het verweer van mr. Van der Meer op de zitting dat nog steeds niet bewezen kan worden of de bebording in de tussentijd niet is verplaatst of is vervangen, treft geen doel. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat uit het eerder genoemde arrest van het hof blijkt dat alleen als één van de termijnen langer is, uit verificatie van de beschikbare bronnen moet blijken dat het bord in de tussentijd niet is verwijderd of is vervangen.

5.2.

Alles overwegende stelt de kantonrechter op basis van de verklaring van de verbalisant en de beschikbare gegevens vast dat de gedraging is verricht. In het verweer van betrokkene zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. De door gemachtigde gevraagde kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804. Bijlage: foto Apple Kaarten