Bestuursstrafrecht
Parkeren buiten het vak op een parkeergelegenheid met één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13. Sprake…
Rechtbank Noord-Nederland, 11 december 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:5912 · Rechtbank Noord-Nederland · 11 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2025-5912
Zaakgegevens
Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 11 december 2025
- Datum publicatie
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 11691383 BU VERZ 25-1007
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:5912
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Parkeren buiten het vak op een parkeergelegenheid met één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13. Sprake van parkeergelegenheid aangeduid met verkeersbord E9, met parkeervakken. Structureel te weinig parkeerplek is geen reden tot matiging. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt ook niet. Betrokkene heeft niet onderbouwd in welke vergelijkbare gevallen geen boete is opgelegd. Ongegrond beroep.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266662334
zaaknummer: 11691383 BU VERZ 25-1007
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
11 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren buiten het vak op een parkeergelegenheid met één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13’, verricht op 29 mei 2024, om 14:34 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie,
mr. M. van der Spek.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat het besloten parkeerterrein exclusief voor de bewoners van [adres] is. Hij is bewoner en heeft een parkeervergunning voor dit terrein. De vergunning is tegenwoordig digitaal geregistreerd, waardoor hij geen scan kan meesturen. Gedurende vier maanden waren er werkzaamheden aan de ventilator en combiketel in zijn flat, waardoor er dagelijks voertuigen van een bedrijf geparkeerd stonden. Om hier rekening mee te houden heeft betrokkene zijn voertuig zo geparkeerd dat de werkers er de volgende dag konden parkeren. Hij heeft zeven foto’s van de situatie ter plekke op verschillende dagen bijgevoegd. Op de parkeerplaats staan vaak mensen zonder vergunning geparkeerd. Ook staat er een boot geparkeerd. Daardoor zijn de vergunninghouders genoodzaakt om ergens anders te parkeren. Betrokkene beroept zich op het gelijkheidsbeginsel, omdat de andere auto’s op dezelfde plek geen boete hebben gekregen. De gemeente heeft na meerdere klachten nog geen oplossing geregeld voor de parkeerproblemen.
4. De vertegenwoordigster heeft op de zitting gezegd dat zij begrijpt dat de parkeerproblematiek vervelend en storend is, maar dat dit het parkeren buiten de parkeervakken niet rechtvaardigt. De parkeerproblematiek is een gemeentekwestie en heeft geen invloed op de boete. Ten aanzien van de stelling van betrokkene dat niet iedereen een boete heeft gekregen wijst zij op de discretionaire bevoegdheid van verbalisanten. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Als een parkeergelegenheid aangeduid met verkeersbord E9 is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd. Uit de foto’s van de verkeersovertreding blijkt dat het voertuig van betrokkene geparkeerd stond buiten de aangegeven parkeervakken. Betrokkene betwist dit ook niet. Daarmee is de verkeersovertreding vast komen te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten of omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot een matiging van de boete.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om dat te doen. Op zich is het chic dat betrokkene de parkeerplekken aan werklui overlaat. Dat er vervolgens op het parkeerterrein structureel te weinig parkeerplek is, betekent echter niet dat buiten de parkeervakken wordt geparkeerd. Voor een oplossing van het probleem zal betrokkene contact moeten opnemen met de gemeente.
Hij doet verder een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Dat er aan anderen geen boete wordt opgelegd, betekent echter nog niet een schending van het gelijkheidsbeginsel. Betrokkene heeft verder niet met “namen en rugnummers” onderbouwd in welke vergelijkbare gevallen geen boete is opgelegd. Daarom kan de kantonrechter niet beoordelen of sprake was van gelijke gevallen die ongelijk zijn behandeld. Verbalisanten hebben ten slotte de bevoegdheid om boetes op te leggen of om dat niet te doen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.