Bestuursstrafrecht

Wahv. R395 – ‘voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer…

Rechtbank Noord-Nederland, 11 februari 2025

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
6 maart 2025
Zaaknummer
11250008 BU VERZ 24-1812
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:836
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R395 – ‘voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd’. Gegrond beroep, er kan niet met zekerheid worden gezegd of de hinder wel werd veroorzaakt door het voertuig van betrokkene en niet door een auto die mogelijk later in een derde rij is aangesloten. Twijfel in voordeel van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 250660497

zaaknummer: 11250008 BU VERZ 24-1812

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 11 februari 2025 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door

[betrokkene] (de betrokkene),

wonende in [woonplaats].

Zitting hebben

als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma

als griffier : D.W. Veenstra

Betrokkene is op de zitting verschenen, vergezeld door [inzittende], inzittende van het voertuig ten tijde van de vermeende gedraging. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. E. Berkeljon.

De verweten gedraging is R395 – ‘voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd’, verricht op 6 juni 2022, om 14:43 uur, aan de Volmaweg in Grou, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde sanctie bedraagt € 159,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene is kentekenhouder, maar was er niet bij ten tijde van de gedraging. [inzittende] stelt dat zij parkeerden op een vol terrein. Tegen de tijd dat zijn familie en hij terugkwamen van een high tea was het parkeerterrein nagenoeg leeg. Daardoor werd de indruk gewekt dat zij willekeurig hadden geparkeerd, maar bij aankomst hebben zij in de beschikbare ruimte geparkeerd. In tegenstelling tot wat de verbalisant stelt waren er geen parkeervakken, volgens [inzittende].

De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt.

De gedraging kan niet worden vastgesteld omdat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de hinder is veroorzaakt door de auto van betrokkene. De vertegenwoordigster heeft ter zitting de foto’s overgelegd die de verbalisant bij het opleggen van de sanctie heeft gemaakt. Op deze foto’s is te zien dat de auto van een pizzabezorger ingeklemd stond tussen een auto aan de voorkant en de auto van betrokkene aan de achterkant. Dit komt overeen met de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht. Het is echter niet uit te sluiten dat het voertuig van betrokkene eerst is geparkeerd en dat de auto aan de voorkant juist in een later ontstane, derde rij van geparkeerde auto’s is gaan staan, waardoor die de hinder veroorzaakte. De verbalisant heeft een observatie gedaan en heeft daaruit een conclusie getrokken, maar [inzittende] heeft met zijn verhaal twijfel gezaaid aan de juistheid van die conclusie. De ontstane twijfel moet in het voordeel van betrokkene worden uitgelegd, zodat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die beschikking;

  • bepaalt dat de zekerheidstelling aan betrokkene moet worden terugbetaald.

Waarvan proces-verbaal,

griffier, kantonrechter,

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Afschrift verzonden aan partijen op: