Bestuursstrafrecht

Wahv. De kantonrechter heeft de door betrokkene overgelegde route zelf per fiets afgelegd en vastgesteld dat…

Rechtbank Noord-Nederland, 6 maart 2026

Zaakgegevens

Op 6 maart 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
6 maart 2026
Datum publicatie
21 april 2026
Zaaknummer
11774794 BU VERZ 25-1328
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1367
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. De kantonrechter heeft de door betrokkene overgelegde route zelf per fiets afgelegd en vastgesteld dat het toegestaan is deze route met de auto te rijden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269559681

zaaknummer: 11774794 BU VERZ 25-1328

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 maart 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 8 oktober 2024, om 20:29 uur, op het Gedempte Zuiderdiep in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 6 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P. Veenstra.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene geeft aan dat de verbalisant bij de staandehouding heeft aangegeven dat betrokkene over een fietspad zou hebben gereden. Maar het gedeelte voor de Albert Heijn op het Zuiderdiep is toegankelijk voor autoverkeer. Betrokkene geeft aan dat zij vanaf rotonde Hereplein kwam, vervolgens nam zij de afslag naar de Herebinnensingel en ging via de Ypenmolendrift naar de Tweede Drift Gedempte Zuiderdiep om vervolgens rechtsaf via het Gedempte Zuiderdiep weer rechtsaf naar de Rademarkt te gaan. Betrokkene heeft bijlagen bij het beroepschrift gevoegd, waarop een C3-bord is te zien. Het negeren van een C1-bord is niet van toepassing.

3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.

Overwegingen

4. De kantonrechter ziet aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht, mede omdat betrokkene een rijroute heeft overgelegd. De kantonrechter heeft de door betrokkene overgelegde route zelf per fiets afgelegd en vastgesteld dat het toegestaan is deze route met de auto te rijden. Er geldt geen C1-bord. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die inleidende beschikking;

  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.