Bestuursstrafrecht
Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. De kantonrechter is van oordeel…
Rechtbank Noord-Nederland, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2904 · Rechtbank Noord-Nederland · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-2904
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 11919596 BU VERZ 25-2142
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2904
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. De kantonrechter is van oordeel dat de verkeerssituatie op de pleeglocatie ingewikkeld is, nu de stopstreep op de rijbaan voor personenauto’s op dezelfde hoogte ligt ls die van de rijbaan voor bussen. Hierdoor is het aannemelijk dat betrokkene door de bus naast haar het stoplicht niet kon zien. De kantonrechter matigt de boete.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272142524
zaaknummer: 11919596 BU VERZ 25-2142
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 20 februari 2025, om 17:14 uur, op de Oostergoweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij op de Oostergoweg reed, aan de kant van parkeergarage De Klanderij, met de intentie rechtsaf te slaan. Zij stond stil voor het verkeerslicht, achter twee andere voertuigen. Op de busbaan naast haar stond een bus die haar zicht op het verkeerslicht volledig blokkeerde. Toen de auto’s voor haar gingen rijden, is zij met hen meegereden in de veronderstelling dat het verkeerslicht op groen stond. Op dat moment kon zij niet meer veilig stoppen zonder het kruispunt en de doorgang van de bus te blokkeren. Uit veiligheidsoverwegingen is zij daarom doorgereden. Zij heeft het verkeerslicht niet bewust genegeerd.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet in hetgeen door betrokkene is aangevoerd aanleiding om de boete te matigen. Alhoewel betrokkene, als zij het verkeerslicht niet kan zien vanwege andere voertuigen, moet anticiperen door bijvoorbeeld haar snelheid aan te passen, is de verkeerssituatie op de pleeglocatie ingewikkeld. De stopstreep op de rijbaan voor personenauto’s ligt op dezelfde hoogte als die van de rijbaan voor bussen, waardoor het aannemelijk is dat betrokkene door de bus naast haar het stoplicht niet kon zien. Daarom matigt de kantonrechter de boete met de helft, waardoor het boetebedrag wordt vastgesteld op € 164,00, inclusief administratiekosten.
Conclusie
De kantonrechter:
? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
? vernietigt die beslissing;
? wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 164,00, inclusief administratiekosten;
? bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.