Bestuursstrafrecht

Een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1). Alhoewel opzet geen vereiste is…

Rechtbank Noord-Nederland, 2 juli 2026

Zaakgegevens

Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
2 juli 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
11919562 BU VERZ 25-2138
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:2906
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1). Alhoewel opzet geen vereiste is voor een Muldergedraging als deze, overweegt de kantonrechter dat betrokkene het juiste probeerde te doen door zijn vriendin, die slecht ter been is, zo dicht mogelijk bij het restaurant af te zetten. Dat betrokkene vervolgens daarbij een klein stukje achteruit is gereden waardoor hij de geslotenverklaring net is gepasseerd, is een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De kantonrechter matigt de boete.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272968213

zaaknummer: 11919562 BU VERZ 25-2138

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 22 maart 2025, om 21:01 uur, Achter de Kerk in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. K.S.L. Kattick.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat hij zijn vriendin zo dicht mogelijk bij het restaurant wilde laten instappen, omdat zij op dat moment met een rollator liep en zich zeer slecht kon verplaatsen. Op de foto’s is ook te zien dat betrokkene een stukje achteruit is gereden. Tot even voorbij het bord dan wel de camera. De voorkant van de auto is ook te zien.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

6. De kantonrechter ziet in hetgeen door betrokkene is aangevoerd aanleiding de boete te matigen tot de helft. Alhoewel opzet geen vereiste is voor een Muldergedraging als deze, overweegt hij dat betrokkene het juiste probeerde te doen door zijn vriendin, die slecht ter been is, zo dicht mogelijk bij het restaurant af te zetten. Dat betrokkene vervolgens daarbij een klein stukje achteruit is gereden waardoor hij de geslotenverklaring net is gepasseerd, is een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De kantonrechter vindt het daarom niet redelijk om de volledige boete in stand te laten; hij zal de boete wijzigen naar € 69,00, inclusief administratiekosten.

Conclusie


De kantonrechter:

? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

? vernietigt die beslissing;

? wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 69,00, inclusief administratiekosten;

? bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.