Bestuursstrafrecht

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boetes te matigen of te…

Rechtbank Noord-Nederland, 26 juni 2026

Zaakgegevens

Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
26 juni 2026
Datum publicatie
24 juli 2026
Zaaknummer
11913010 BU VERZ 25-2091 en 11913024 BU VERZ 25-20
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3096
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boetes te matigen of te vernietigen. Een gewijzigd regime hoeft niet te zijn aangekondigd of gepubliceerd om werking te hebben. Betrokkene had door middel van de bebording op de hoogte kunnen zijn van de geldende regels. De kantonrechter zal de beroepen ongegrond verklaren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummers: 2727968112 en 272967993

zaaknummers: 11913010 BU VERZ 25-2091 en 11913024 BU VERZ 25-2092

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026

in de zaken van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene zijn boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete zijn opgelegd zijn:

  • ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 4 februari 2025, om 15:19 uur, op het Van Harenspad in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten);

  • ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 7 maart 2025, om 17:01 uur, op het Van Harenspad in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

Vanwege de onderlinge samenhang doet de kantonrechter één uitspraak.

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft de beroepen op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi aanwezig. De betrokkene was niet aanwezig.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat er kortgeleden een bord is weggehaald waarop stond ‘uitgezonderd voor bestemmingsverkeer/ontheffing houders’. Hij is daar niet over geïnformeerd, anders was hij nooit langs de geslotenverklaring gereden. Ook stelt betrokkene dat meerdere bewoners hier last van hebben.

4. De vertegenwoordigster is van mening dat de beroepen ongegrond moeten worden verklaard.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertredingen niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee zijn de verkeersovertredingen komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot wijziging van de boetes.

6. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boetes te matigen of te vernietigen. Een gewijzigd regime hoeft niet te zijn aangekondigd of gepubliceerd om werking te hebben. Betrokkene had door middel van de bebording op de hoogte kunnen zijn van de geldende regels. De kantonrechter zal de beroepen ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart de beroepen ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 september 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8843.