Bestuursstrafrecht
Snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom. Gemachtigde heeft met stukken onderbouwd dat van zijn andere…
Rechtbank Noord-Nederland, 18 februari 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3180 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3180
Zaakgegevens
Op 18 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 februari 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11621663 BU VERZ 25-697
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3180
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom. Gemachtigde heeft met stukken onderbouwd dat van zijn andere, identieke voertuigen wel met een maximumsnelheid van 100 km/u mogen rijden. Gegrond beroep.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269228362
zaaknummer: 11621663 BU VERZ 25-697
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 februari 2026
in de zaak van
Weidelco B.V. (hierna: betrokkene),
gevestigd in Leeuwarden ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 10 september 2024, om 13:21 uur, op de N381 (Links Donkerbroek > Drachten) bij Wijnjewoude, met een aanhanger/oplegger (80 km/h) achter motorvoertuig), met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 228,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R. van der Velde. De kantonrechter heeft het onderzoek op deze zitting geschorst, om betrokkene in de gelegenheid te stellen extra informatie aan de vertegenwoordigster toe te sturen. Die kreeg vervolgens de gelegenheid om aanvullende informatie aan te leveren.
De kantonrechter heeft het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich op 24 oktober 2025 bevond en heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting verder behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat sprake is van een voertuig tot 3500 kg, dat ter plekke 100 km per uur mag rijden. Het is geen vrachtwagen die slechts 80 km per uur mag rijden. Gemachtigde stelt dat het voertuig bij de RDW staat genoteerd met een maximale toegestane massa voertuig van 3500 kg. Hij heeft bijlagen bijgevoegd om dit aan te tonen. Het is mogelijk dat de officier van justitie per abuis naar de technische massa van het voertuig heeft gekeken. Als aanvullende gronden heeft gemachtigde een verklaring overgelegd van zijn leverancier, [leverancier] . Hierin wordt gesteld dat bij de eerste kentekenopname van het voertuig bij de RDW sinds enige tijd een extra verplicht invulveld bestaat, waar de maximum ontwerpsnelheid van een voertuig ingevuld moet worden. Omdat het voertuig als N2-vrachtauto is “geboren” staat er op de stamkaart van het voertuig 90 km per uur vermeld. Dit is echter geen wettelijke snelheid. Omdat het kenteken bij de RDW is afgegeven op 3500 kg, mag er 130 km per uur mee worden gereden. Daarnaast staat op de fabrieksverklaring een maximum ontwerpsnelheid van 160 km per uur genoteerd. Die ontwerpsnelheid heeft dan ook niets te maken met de wettelijke maximumsnelheid. Deze fabrieksverklaring is ook bijgevoegd. Op de zitting van 24 oktober 2025 voert gemachtigde verder aan dat sprake is geweest van een trajectcontrole op een traject waar het voertuig dagelijks rijdt. [leverancier] doet de kentekenregistratie voor Weidelco . Daar is dus iets fout gegaan. Betrokkene heeft 26 voertuigen rijden en dit is het enige voertuig waarbij het fout gaat.
Gemachtigde heeft vervolgens gegevens van drie andere, identieke voertuigen aangeleverd. Op de zitting van 18 februari 2026 voert hij aan dat de uitleg van de RDW onvoldoende is. Ten eerste geeft de RDW zelf aan dat de boete is opgelegd op verkeerde gronden. Kennelijk zat er dus wel een fout in de registratie van de RDW. Daarnaast voert hij aan dat de uitleg van de RDW erg summier is. Hieruit blijkt niet waarom dit voertuig een uitzonderingspositie heeft. Gemachtigde geeft verder aan dat het voertuig vijf dagen voor de verkeersovertreding ‘teruggekeurd’ is. Hij legt uit dat hij al zijn voertuigen laat ‘terugkeuren’ zodat daarmee de normale snelheden gereden kunnen worden.
4. Op de zitting van 24 oktober 2025 heeft de vertegenwoordigster gezegd dat zij navraag heeft gedaan bij de RDW. Op die zitting heeft zij mails overgelegd waaruit blijkt dat de RDW uitkomt op een maximumsnelheid van 90 km per uur. Het gaat om een voertuig met categorie N2. Uit richtlijn 92/6/EEG volgt dat voertuigen van de categorieën N2 en N3 alleen aan het wegverkeer kunnen deelnemen als zij zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer die zó is afgesteld dat de snelheid niet meer kan bedragen dan 90 km per uur. De RDW stelt dat het om deze reden niet mogelijk is om de maximumsnelheid van 90 km per uur bij een voertuig van de categorie N2 te verhogen. De vertegenwoordigster maakt hier uit op dat het technisch gezien niet mogelijk is om de snelheidsbegrenzer te verhogen tot een maximumsnelheid die hoger is dan 90 km per uur. Uit het zaakoverzicht blijkt echter dat de maximumsnelheid 80 km per uur bedroeg. De vertegenwoordigster zegt dat zij de aanvullende stukken niet meer heeft besproken met de RDW. Daarnaast geeft betrokkene aan dat zij nooit andere bekeuringen krijgt. Daarom verzoekt de vertegenwoordigster de kantonrechter de zaak te schorsen, zodat zij de aanvullende stukken van betrokkene naar de RDW kan opsturen en kan navragen hoe het mogelijk is dat andere voertuigen van betrokkene niet beboet worden. Zij verzoekt betrokkene om een kenteken van één van haar voertuigen die wel goed geregistreerd staan, zodat zij dit kan doorgeven aan de RDW.
Op de zitting van 18 februari 2026 heeft de vertegenwoordigster gezegd dat volgens de RDW het voertuig op het moment van de keuring in de categorie N2 geregistreerd stond. Hierbij was de bijzonderheid dat vijf dagen voor de verkeersovertreding nog een aanpassing is gedaan, waardoor het voertuig met een rijbewijs B mocht worden bestuurd. Daaruit leidt de RDW af dat de maximumsnelheid 90 km per uur was. De vertegenwoordigster stelt dat haar niet is gebleken dat er iets bij de RDW fout is gegaan. Aangezien wel een boete is opgelegd voor een overschrijding van de maximumsnelheid van 16 km per uur, terwijl dit 6 km per uur moet zijn, verzoekt de vertegenwoordigster de kantonrechter de boete te wijzigen.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de verkeersovertreding is verricht. Hoewel hij kennis heeft genomen van het standpunt van de vertegenwoordigster, ziet hij hiervoor onvoldoende bewijs. Gemachtigde heeft met stukken onderbouwd dat drie andere, identieke voertuigen van betrokkene wél met een maximumsnelheid van 100 km per uur mogen rijden. Dit blijkt ook uit de boetes die gemachtigde heeft aangeleverd: die zijn opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid van 100 km per uur. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
-
vernietigt die inleidende beschikking;
-
bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.