Bestuursstrafrecht

Bij een blauwe streep langer parkeren dan is toegestaan. Juiste feitcode gebruikt. De verbalisant verklaart…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 februari 2026

Zaakgegevens

Op 18 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 februari 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
11813019 BU VERZ 25-1628
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3183
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bij een blauwe streep langer parkeren dan is toegestaan. Juiste feitcode gebruikt. De verbalisant verklaart dat ter plekke sprake is van een blauwe streep. Deze is ook zichtbaar op beelden van Google Streetview. Dat de streep niet helblauw is, maakt niet dat deze streep voor betrokkene niet waarneembaar is. Dat de overschrijding van de parkeerduur maar 19 minuten was en de parkeerplaats leeg was, maakt niet dat de boete ten onrechte is opgelegd. Ongegrond beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 268634071

zaaknummer: 11813019 BU VERZ 25-1628

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 februari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘R400AB: bij een blauwe streep langer parkeren dan is toegestaan’, verricht op 24 augustus 2024, om 16:19 uur, op de H.M. Gerbrandywei in Eanjum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat op het terrein in het geheel geen blauwe streep aanwezig is. Hij heeft een foto bijgevoegd van de exacte plek waar het voertuig stond. Het terrein is wel een parkeerschijfzone, maar zonder dat er een blauwe streep is. De boete is daarom voor een onjuist feit uitgeschreven. Betrokkene voert aan dat hij de onzorgvuldigheid van de verbalisant extra pijnlijk vindt, omdat het terrein volledig leeg was en het maar 19 minuten na de eindtijd was. Als een burger zo stipt aan de wet moet worden gehouden, verwacht hij dezelfde zorgvuldigheid. Verder verwijst de verbalisant naar de foto die betrokkene zelf heeft meegezonden en verklaart hij dat een blauwe streep is aangebracht. Op zijn foto is echter geen sprake van een duidelijk op de weg aangebrachte blauwe streep. Er is een afwijkende bestrating in de vorm van een streep die wellicht in het verleden blauw is geweest. Op de zitting benadrukt betrokkene dat hij vindt dat de blauwe streep helemaal niet meer zichtbaar is. Hij geeft aan dat hij het bijzonder vindt dat de verbalisant zonder nader onderzoek stelt dat sprake is van een blauwe streep. De verbalisant wijst namelijk alleen naar zijn foto. Verder voert betrokkene aan dat de verkeerde feitcode is opgelegd. In dit geval was feitcode R401 van toepassing.

4. De vertegenwoordigster stelt dat de juiste feitcode is toegepast. Die code ziet er specifiek op dat geparkeerd moet worden binnen een parkeervak dan wel langs een blauwe lijn. Dit staat hier niet ter discussie. Betrokkene heeft binnen een blauwe zone geparkeerd en dit correspondeert met de opgelegde feitcode. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de boete terecht is opgelegd.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5.1.

De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Ik zag dat er een parkeerschijf was geplaatst met de tijd 10:00 uur. Toegestane parkeertijd is 6 uur. Er mocht derhalve geparkeerd worden tot 16:00 uur. Tijdstip controle: 16:19 uur. Gezien voorstaande was de parkeertijd verstreken. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 15 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van het onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen.” In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat bij de ingang van de parkeerplaats het bord (zone) E10-ZB max 6 uur is geplaatst. Er was geen onderbord aanwezig. Daarnaast verklaart de verbalisant dat de parkeerplaats één toegangsweg heeft. Hij heeft het bord gecontroleerd en het was correct en goed zichtbaar geplaatst. Bij het bord is een blauwe streep op de weg aangebracht, die ook zichtbaar is op de foto van betrokkene. De verbalisant verklaart dat de juiste feitcode is gebruikt. Betrokkene heeft langer geparkeerd dan toegestaan. De verbalisant heeft een foto van de blauwe kaart bijgevoegd ter ondersteuning van zijn verklaring.

5.2.

De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding met deze feitcode is verricht. De verbalisant verklaart in het onder ambtseed opgemaakte proces-verbaal immers expliciet dat ter plekke sprake is van een blauwe streep. Deze is ook zichtbaar op de beelden op Google Streetview van september 2024. Dat de streep in dit geval niet helblauw is, maakt niet dat deze streep voor de betrokkene niet waarneembaar is. Hoewel de overschrijding van de parkeerduur maar 19 minuten was en de parkeerplaats leeg was, brengt dit niet mee dat de boete ten onrechte is opgelegd. Betrokkene had moeten voorkomen dat de parkeertijd verliep. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 20 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3853.