Bestuursstrafrecht
Voertuig stil laten staan waar dat niet mag. De kantonrechter oordeelt dat in deze zaak te veel twijfel…
Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3188 · Rechtbank Noord-Nederland · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3188
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11704835 BU VERZ 25-1078
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3188
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voertuig stil laten staan waar dat niet mag. De kantonrechter oordeelt dat in deze zaak te veel twijfel blijft bestaan. De verbalisant kan niet bij al zijn collega's nagaan om te controleren of iemand betrokkene toestemming heeft gegeven, waardoor niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat aan betrokkene geen toestemming is verleend. Daarnaast acht de kantonrechter het aannemelijk dat betrokkene binnen vijf minuten terug bij de auto was. Gegrond beroep.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265999232
zaaknummer: 11704835 BU VERZ 25-1078
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
15 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [naam] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’, verricht op 27 april 2024, om 15:55 uur, op de Hoofdstraat in Hoogezand, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde (de bestuurder) heeft aangevoerd dat hij zijn aanhanger naar zijn vriendin wilde rijden die op de koningsmarkt stond, maar dat hij van de ambtenaar niet de markt mocht oprijden. Na uitgelegd te hebben dat hij een chronisch obstructieve longziekte (COPD) heeft, waardoor hij de aanhanger niet de hele afstand naar de markt kon duwen, mocht hij zijn auto bij het hek plaatsen. Hij kreeg tien minuten de tijd om terug te zijn, maar was al binnen vijf minuten terug bij de auto. Gemachtigde stelt dat de ambtenaar zich niet aan de afspraak heeft gehouden, waardoor deze bekeuring onterecht is. Op de zitting legt betrokkene nog eens uit dat hij van twee agenten toestemming had gekregen om de kar binnen tien minuten naar de markt te brengen. Later trof hij een boete aan op zijn auto. Betrokkene geeft aan dat hij na vijf minuten weer terug was, aangezien het maar vijftien meter lopen was en om een klein karretje ging.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Betrokkene betwist dit ook niet. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de verbalisant geen toezegging heeft gedaan. Voor zover hem bekend is hebben andere ambtenaren dit ook niet gedaan. De vertegenwoordigster gaat van deze verklaring van de verbalisant uit en verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt vast dat deze zaak eerder behandeld is op de zitting van 29 januari 2026 in Groningen, waarbij zowel betrokkene als gemachtigde niet aanwezig was. De kantonrechter heeft op die zitting de behandeling van de zaak aangehouden om de vertegenwoordigster in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen. Hij constateert dat de CVOM op 18 februari 2026 het gevraagde aanvullend proces-verbaal heeft toegestuurd.
In het aanvullend proces-verbaal van 13 februari 2026 verklaart de betrokken verbalisant op ambtsbelofte dat hij op zaterdag 27 april 2024, omstreeks 15:55 uur, zich in uniform gekleed en belast met toezicht, bevond in de Hoofdstraat in Hoogezand. De verbalisant verklaart dat hij ter hoogte van perceelnummer [nummer] zag dat een tijdelijk verbod tot stilstaan was ingesteld en dat dit kenbaar was gemaakt door middel van twee verkeersborden E2, met daarbij een onderbord met de tekst “geldt op 27 april van 05:00 uur – 22:00 uur”. Hij verklaart verder dat binnen de geldende tijdsduur van dit verbod het voertuig van betrokkene stilstond op de pleeglocatie en dat hij zag dat er bij het voertuig geen bestuurder aanwezig was. De verbalisant verklaart ten slotte dat door hem, en voor zover hem bekend is ook niet door andere opsporingsambtenaren, aan betrokkene geen toestemming is verleend om ter plaatste stil te staan of te parkeren.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak te veel twijfel blijft bestaan. Hij gelooft zonder meer de verklaring van de verbalisant over wat hij zag, maar merkt daarbij op dat die niet bij al zijn collega’s kan nagaan om te controleren of iemand de toestemming in kwestie heeft gegeven. Daarom kan op basis van deze verklaring niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat aan betrokkene géén toestemming is verleend. Daarnaast vindt de kantonrechter het, gelet op het consistente verweer van gemachtigde, aannemelijk dat hij binnen vijf minuten weer bij de auto terug was. Het dossier geeft ook geen inzicht in hoe lang het allemaal heeft geduurd. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
-
vernietigt die inleidende beschikking;
-
bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.