Bestuursstrafrecht
Stilstaan op het trottoir. Onjuiste vermelding van de pleeglocatie. Betrokkene is hierdoor niet in zijn…
Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3189 · Rechtbank Noord-Nederland · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3189
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11810598 BU VERZ 25-1603
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Stilstaan op het trottoir. Onjuiste vermelding van de pleeglocatie. Betrokkene is hierdoor niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter wijzigt daarom de pleeglocatie. Verder kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. Betrokkene heeft de ontheffing niet eerder in het geding gebracht en hieruit blijkt ook niet dat betrokkene ten tijde van de verkeersovertreding al in het bezit was van een ontheffing. Ongegrond beroep.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271034256
zaaknummer: 11810598 BU VERZ 25-1603
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
15 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 3 december 2024, om 15:28 uur, op de Vismarkt [nummer] in Groningen, met een bedrijfsauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie,
mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en wijzigt de pleeglocatie. Voor het overige oordeelt hij dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij niet op de pleeglocatie geparkeerd heeft en dat de foto’s van de gedraging zijn genomen op een andere locatie. Op de zitting geeft hij aan dat hij wel weet dat hij fout stond, maar dat het voor hem om het principe gaat; zijn auto stond niet op de genoteerde locatie. Daardoor is sprake van een vormfout. Verder voegt betrokkene toe dat hij een ontheffing van de gemeente Groningen voor de emissiezone heeft. Deze heeft hij op de zitting laten zien.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Betrokkene betwist de verkeersovertreding ook niet. Wél is de pleeglocatie onjuist. Voor betrokkene was echter voldoende duidelijk welke verkeersovertreding hem werd verweten, waardoor hij door een wijziging van de pleeglocatie niet in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond te verklaren en de pleeglocatie te wijzigen, maar de boete wel in stand te houden. Wat betreft de ontheffing van betrokkene stelt zij dat dit betrokkene niet kan baten, omdat hieruit niet blijkt dat hij ten tijde van de verkeersovertreding een ontheffing had.
Overwegingen
De pleeglocatie
5. Met betrokkene is de kantonrechter van oordeel dat de pleeglocatie niet overeenkomst met de locatie die te zien is op de foto’s. In het zaakoverzicht staat namelijk dat de gedraging is begaan op de Vismarkt ter hoogte van nummer [nummer] , terwijl op de foto’s duidelijk is te zien dat de gedraging heeft plaatsgevonden in de Pelsterdwarsstraat , ter hoogte van nummer [nummer] . Ondanks deze onjuiste vermelding van de pleeglocatie is het echter, gelet op de foto’s in het dossier en het verweer van betrokkene, voor hem duidelijk geweest waar de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden en waartegen hij zich moet verdedigen. Betrokkene is dus niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad. De kantonrechter zal dan ook de pleeglocatie wijzigen.
De verkeersovertreding
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding verder niet. Daarmee kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. Het overleggen van de ontheffing kan betrokkene ook niet baten. Hij heeft de ontheffing niet eerder in het geding gebracht en hieruit blijkt ook niet dat betrokkene ten tijde van de verkeersovertreding al in het bezit was van een ontheffing. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre, dat de pleeglocatie komt te luiden: “ Pelsterdwarsstraat ”;
-
verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.