Bestuursstrafrecht

Geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te…

Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026

Zaakgegevens

Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
11815870 BU VERZ 25-1678
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3193
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Ongegrond beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271897782

zaaknummer: 11815870 BU VERZ 25-1678

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
15 april 2026

in de zaak van

Qbuzz B.V. (de betrokkene),

die woont in Groningen,

gemachtigde: [naam] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg (voorrangsweg, bord B6)’, verricht op 7 februari 2025, om 17:07 uur, op de Middenweg (kruispunt Middenweg/Zuiderstraat/Oosterweg) in Muntendam, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde (de buschauffeur) wil graag een foto zien van de situatie. Daarnaast stelt hij dat hij niet staande is gehouden. Die mogelijkheid was er wel. Bovendien staan meerdere straatnamen in de inleidende beschikking genoteerd. Hieruit blijkt niet om welke straat of weg het exact gaat. Gemachtigde voert aan dat hij het niet eens is met de overtreding. Hij heeft alleen een verklaring van de bijrijder, ofwel de verbalisant gekregen. Er is geen verklaring van de bestuurder van het desbetreffende voertuig. Ten slotte is de foto in het dossier zeer onduidelijk, waardoor niet zichtbaar is om welke straat het gaat en dat het desbetreffende voertuig achter hem rijdt.

4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Zij kan de stelling van gemachtigde niet volgen dat de pleeglocatie onduidelijk is omschreven. De verbalisant heeft geconstateerd dat betrokkene op de Middenweg reed, waarbij hij op de kruising met de Zuiderstraat en de Oosterweg geen voorrang heeft verleend. Wat betreft de staandehouding stelt de vertegenwoordigster dat niet van de verbalisant kan worden gevergd dat hij een staandehouding verricht, aangezien hij bijrijder was en niet beschikte over een stopbord. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De staandehouding

5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

5.1.

De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat betrokkene niet is staande gehouden omdat hij als bijrijder in een onopvallend voertuig zonder stopbord zat. Veilig staande houden was daarom niet mogelijk. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de verbalisant hiermee voldoende gemotiveerd dat hij geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. In dit geval mocht daarom op kenteken bekeurd worden.

De verkeersovertreding

6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

6.1.

De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant, zag een streekbus rijden op de Middenweg in Muntendam. Op het kruispunt met de Oosterweg zag ik dat de bestuurder van het genoemd voertuig geen voorrang verleende bij bord B6. Ik, verbalisant, reed op dat moment als bijrijder in een onopvallend voertuig over de Oosterweg in de richting van de Middenweg. De bestuurder van de auto waar ik in zat moest krachtig remmen om een aanrijding met genoemd voertuig te voorkomen omdat deze streekbus geen voorrang verleende. Het voertuig waarin ik als bijrijder zat kwam geheel stil te staan op de weg. Een aanrijding kon net worden voorkomen.”

6.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Dat de verbalisant die de verklaring heeft opgemaakt niet als bestuurder, maar als bijrijder in het voertuig zat, maakt niet dat niet van deze verklaring uit mag worden gegaan. Daarnaast is het niet noodzakelijk dat een verkeersovertreding zoals deze ook door middel van foto’s wordt vastgelegd. Het verweer van betrokkene dat de pleeglocatie niet duidelijk is, volgt de kantonrechter ook niet. De verbalisant heeft immers gespecificeerd op welk kruispunt de verkeersovertreding is verricht. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 5 van de Wahv.