Bestuursstrafrecht
Wahv. Voertuig parkereren voor een inrit of uitrit. Het is vervelend voor betrokkene dat hij slachtoffer is…
Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3194 · Rechtbank Noord-Nederland · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3194
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11824930 BU VERZ 25-1752
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3194
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Voertuig parkereren voor een inrit of uitrit. Het is vervelend voor betrokkene dat hij slachtoffer is geworden van vandalisme en dat er briefjes met dreigende teksen op zijn auto en portiekdeur zijn aangebracht. De kantonrechter beoordeelt echter uitsluitend de verkeersovertreding. Dat bij dezelfde situaties kennelijk niet wordt gehandhaafd is geen reden tot matiging. Verbalisanten hebben namelijk een discretionaire bevoegdheid. Ongegrond beroep.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269354918
zaaknummer: 11824930 BU VERZ 25-1752
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
15 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats]
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren voor een inrit of uitrit’, verricht op 5 september 2024, om 20:27 uur, op de [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie,
mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene vindt dat de manier waarop hij de boete van de handhaving heeft gekregen op zijn minst ontluisterend is. Om dat aan te tonen heeft hij een foto bijgevoegd. Op zijn auto en de portiekdeur van zijn woning was een A4’tje aangebracht met dreigende teksten. Op de zitting voegt betrokkene hieraan toe dat hierdoor inbreuk is gemaakt op zijn privacy. Hij vraagt zich af hoe men aan zijn adres is gekomen en waarom dan niet eerst bij hem is aangebeld. Op de foto’s is ook zichtbaar dat de handhaving bij de auto aanwezig was, waardoor zij deze teksten moet hebben gezien. Verder geeft betrokkene aan dat hij voor de zoveelste keer slachtoffer is geworden van vandalisme aan de [straatnaam] . Hij verzoekt daarom om coulance. De handhaving is na vandalisme vaak te laat of laat het afweten. Betrokkene heeft vaak aangifte gedaan, maar hier verder niks van gehoord.
Als aanvulling hierop vertelt betrokkene dat er bij eenzelfde situatie aan de
[straatnaam] nooit bekeurd wordt. Ook hiervan heeft hij een foto bijgevoegd. Hij vraagt zich af hoe consistent het handhavingsbeleid van de gemeente Groningen is. Verder vraagt betrokkene zich af hoe het zit met het aanbieden van een veilige parkeerplek waar auto’s kunnen staan zonder vernield te worden. Daarnaast geeft hij aan dat hij niet de intentie heeft om de bewoners tot last te zijn en dat hij probeert om correct te parkeren. Het was die donderdagavond echter ontzettend druk; betrokkene is drie keer rondgereden om een vrije plek te vinden. Aan de [straatnaam] (vanaf de Visserbrug tot aan de Brugstraat) zijn er volgens hem veel parkeerplekken met kruis aangebracht. Dit geeft een onduidelijk beeld van de parkeerverboden. Op de zitting heeft betrokkene ten slotte foto’s laten zien van de andere parkeerplekken, waar ook vaak auto’s geparkeerd staan.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld op basis van de gegevens in het zaakoverzicht en de foto’s in het dossier. Dat betrokkene niet de intentie had om anderen tot last te zijn is voor het vaststellen van een gedraging als deze niet relevant. Daarnaast maken de omstandigheden dat andere plekken bezet waren en dat op andere parkeerplekken niet gehandhaafd wordt, niet dat de boete ten onrechte is opgelegd. De vertegenwoordigster begrijpt dat het vervelend is dat betrokkene slachtoffer is geworden van vandalisme, maar ziet hierin geen aanleiding voor een matiging van de boete. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze verklaren. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een matiging van de boete.
Allereerst overweegt de kantonrechter dat het inderdaad vervelend voor betrokkene is dat hij slachtoffer is geworden van vandalisme en dat er briefjes met dreigende teksten op zijn auto en portiekdeur zijn aangebracht. Vervelend dat de gemeente er niks aan doet. De kantonrechter beoordeelt echter uitsluitend de verkeersovertreding. Hij komt tot het oordeel dat betrokkene de verkeersovertreding heeft verricht en dat er geen reden is tot matiging. Dat bij dezelfde situaties aan de [straatnaam] kennelijk niet wordt gehandhaafd, geeft hiervoor geen aanleiding. Verbalisanten hebben namelijk een discretionaire bevoegdheid om in verschillende gevallen al dan niet een boete op te leggen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.