Bestuursstrafrecht

Wahv. R536A – ‘geen goedgekeurde, goed passende of goed bevestigde helm dragen als bestuurder of passagier…

Rechtbank Noord-Nederland, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11930520 BU VERZ 25-2198
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3313
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R536A – ‘geen goedgekeurde, goed passende of goed bevestigde helm dragen als bestuurder of passagier van een bromfiets of brommobiel’. Gegrond beroep. De kantonrechter acht het ondanks het aanvullend proces-verbaal niet aannemelijk dat betrokkene tijdens het rijden de kinband niet vast had.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272023107

zaaknummer: 11930520 BU VERZ 25-2198

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
4 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R536A – ‘geen goedgekeurde, goed passende of goed bevestigde helm dragen als bestuurder of passagier van een bromfiets of brommobiel’, verricht op
29 januari 2025, om 14:59 uur, op [adres] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene vertelt dat hij met een vriend op de scooter zat. Betrokkene was zijn helm vergeten, dus gaf zijn vriend hem de zijne en gingen ze de andere helm ophalen. Toen zij staande werden gehouden, kreeg de vriend een boete voor het rijden zonder helm. Pas daarna keken de verbalisanten naar betrokkene en kreeg hij een boete omdat het gespje niet vastzat. Deze had betrokkene echter alleen losgedaan om een gesprek te kunnen voeren met de agenten.

3. De vertegenwoordigster stelt zich eerst op het standpunt dat het beroep ongegrond is, maar verzoekt naar aanleiding van betrokkenes verhaal op de zitting om aanhouding van de zaak voor het opvragen van een aanvullend proces-verbaal.

Overwegingen

4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5. De verbalisant heeft verklaard dat hij betrokkene zag rijden zonder goed passende, deugdelijk bevestigde helm. Hij zag het voertuig over de weg rijden, zonder dat de bestuurder een helm droeg.

6. Met een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant deze verklaring gecorrigeerd. Hij heeft geschreven dat hij betrokkene zag rijden met een helm op, zonder gesloten kinband. De passagier had geen helm op.

7. Hoewel een dergelijk proces-verbaal een stevige basis is, gelooft de kantonrechter betrokkene op zijn woord. Hij acht het niet aannemelijk dat betrokkene tijdens het rijden de kinband niet vast had en verklaart het beroep gegrond.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die inleidende beschikking;

  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.