Bestuursstrafrecht

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Ongegrond…

Rechtbank Noord-Nederland, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
12008931 BU VERZ 25-2534
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3316
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Ongegrond beroep. In tegenstelling tot wat betrokkene aanvoert, oordeelt de kantonrechter dat de verbalisant voldoende duidelijk heeft geantwoord op de vragen van de officier van justitie. Hij heeft duidelijk verklaard hoe hij heeft gezien dat het een mobiele telefoon betrof en waar hij zich bevond ten opzichte van betrokkene. Dat het hoogteverschil tussen de verbalisant en betrokkene het zicht zou hebben belemmerd, is niet gebleken. De kantonrechter weegt ook mee dat betrokkene de overtreding niet heeft betwist bij de staandehouding. De hoogte van de boetes is landelijk vastgesteld. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Het is de kantonrechter niet gebleken dat de boete in dit geval onevenredig hoog is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269614545

zaaknummer: 12008931 BU VERZ 25-2534

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
4 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ;

gemachtigde: [naam] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 11 oktober 2024, om 11:01 uur, op de Rijksweg N33 bij Holwierde, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene betwist dat hij een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Het aanvullend proces-verbaal beantwoordt de vragen van de officier van justitie onvoldoende om de overtreding vast te kunnen stellen. De verbalisant heeft door hoogteverschil niet in betrokkenes auto kunnen zien. Verder stelt betrokkene dat de hoogte van de boete absurd is gestegen, daarom verzoekt hij subsidiair om matiging. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.

3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.

Overwegingen

4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

4.1.

De verbalisant heeft in het zaakoverzicht verklaard dat hij de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zag vasthouden met de linkerhand, ter hoogte van de borst. Tijdens de waarneming heeft hij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig en naar het apparaat kunnen kijken. Bij de staandehouding zag hij dat het een mobiele betrof, die hij herkende als het apparaat dat werd vastgehouden.

4.2.

In een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal heeft de verbalisant verklaard dat hij vaststelde dat het een mobiele telefoon betrof, omdat hij bij de staandehouding het apparaat zag dat betrokkene tijdens het rijden had vastgehouden. De verbalisant reed betrokkene voorbij omdat die zijn aandacht trok door zijn rijgedrag. Bij het inhalen keek hij in het voertuig en zag hij dat betrokkene een mobiele telefoon vast had in zijn linkerhand.

4.3.

De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan deze uitgebreide verklaring. In tegenstelling tot wat betrokkene aanvoert, oordeelt de kantonrechter dat de verbalisant voldoende duidelijk heeft geantwoord op de vragen van de officier van justitie. Hij heeft duidelijk verklaard hoe hij heeft gezien dat het een mobiele telefoon betrof en waar hij zich bevond ten opzichte van betrokkene. Dat het hoogteverschil tussen de verbalisant en betrokkene het zicht zou hebben belemmerd, is niet gebleken. De kantonrechter weegt ook mee dat betrokkene de overtreding niet heeft betwist bij de staandehouding. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.

5. De hoogte van de boetes is landelijk vastgesteld. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Het is de kantonrechter niet gebleken dat de boete in dit geval onevenredig hoog is.

6. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.