Bestuursstrafrecht

Wahv, ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan…

Rechtbank Noord-Nederland, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11960374 BU VERZ 25-2330
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3320
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv, ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’. Ongegrond beroep. Uit betrokkenes verklaring blijkt dat hij een G12a-bord en een waarschuwing voor kruisende fietsers is gepasseerd. Van bestuurders wordt verwacht dat zij ook letten op parallelwegen en fietspaden. Normaal gesproken moet bebording worden herhaald na een kruising, maar dat geldt alleen bij een kruising met een nieuwe weg. Hier lag niet een nieuwe weg, maar een inrit, waardoor herhaling niet nodig was.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272423728

zaaknummer: 11960374 BU VERZ 25-2330

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 7 maart 2025, om 17:43 uur, op de Mandewyk in Bakkeveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 199,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.

Standpunten

3. Betrokkene stelt dat hij geen bord is gepasseerd dat aangaf dat het om een fietspad ging. Het bord op de foto in het dossier staat in de tegengestelde richting. De verbalisant geeft aan dat er geen wegen voor motorvoertuigen zijn die zo smal zijn, maar dit betwist betrokkene. Hij is het niet eens met de verklaringen van de verbalisant.

4. De vertegenwoordiger stelt dat niet doorslaggevend is hoe het fietspad eruit ziet. Zo zijn er fietspaden van vier meter breed, maar ook wegen waar je met de auto mag rijden van twee meter breed. Het moet goed met bebording zijn aangegeven, maar niet vanaf een oprit. Betrokkene is het fietspad niet opgereden vanaf een nieuwe weg, maar vanaf een oprijlaan en dan hoeft er geen bord geplaatst te worden. Betrokkene is eerder op de route een bord gepasseerd dat bij het parallel lopende fietspad stond. Van bestuurders wordt verwacht dat zij ook attent zijn op bebording langs ventwegen, parallelwegen en fietspaden. Daarom verzoekt de vertegenwoordiger om ongegrondverklaring van het beroep.

Overwegingen

5. De kantonrechter constateert allereerst dat de verbalisant in het zaakoverzicht vermeldt dat de gedraging binnen de bebouwde kom plaatsvond, terwijl deze in werkelijkheid buiten de bebouwde kom heeft plaatsgevonden. Hieraan verbindt de kantonrechter geen gevolgen, omdat betrokkene weet waar de gedraging is geconstateerd en hij is staande gehouden. Betrokkene is daardoor in staat zich te verdedigen.

6. De kantonrechter ziet verder geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier en de aanwezigheid van de bebording. Betrokkene verklaart vanuit de richting Waskemeer naar Bakkeveen te hebben gereden. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat hij het G12a-bord en de waarschuwing voor kruisende fietsers bij de kruising van de Mandewyk en de Kreilen is gepasseerd. Zoals de vertegenwoordiger aangeeft, wordt van bestuurders verwacht dat zij ook letten op parallelwegen en fietspaden.

6.1.

Normaal gesproken moet bebording worden herhaald na een kruising, maar dat geldt alleen bij een kruising met een nieuwe weg. Op de plek waar betrokkene linksaf sloeg, lag niet een nieuwe weg, maar een inrit naar een boerderij, waardoor herhaling van het bord op het fietspad niet nodig was. Omdat betrokkene eerder bebording op het fietspad was gepasseerd, het pad smal was en hij over een houten bruggetje is gereden, had hij moeten weten dat hij op een fietspad reed. Naast de rijbaan waar hij vanaf kwam stond ook nog een bord dat aangaf dat fietsers en bromfietsers daar niet verder mochten, wat ook de aandacht van betrokkene had moeten trekken. De gedraging wordt vastgesteld.

7. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen. Slechts bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Het enkele gegeven dat meerdere mensen een boete zouden hebben gekregen is hiervoor onvoldoende. Daarnaast valt het onder de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene om op de hoogte te zijn van de geldende regels, de agenten hoefden hem hier niet op te attenderen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.