Bestuursstrafrecht

Wahv, ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’. Gegrond beroep…

Rechtbank Noord-Nederland, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11950466 BU VERZ 25-2241
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3328
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv, ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’. Gegrond beroep. Betrokkene kon er niets aan doen dat zijn auto is weggesleept naar de locatie waar de boete is opgelegd. Daarvoor mocht volgens artikel 8 van de Wahv geen boete worden opgelegd. De verbalisant had verder alleen van horen zeggen dat de auto al verkeerd stond, voordat de kermisexploitanten die versleepten. Omdat de verbalisant dit zelf niet heeft waargenomen, mocht ook daarvoor geen boete worden opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272527782

zaaknummer: 11950466 BU VERZ 25-2241

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’, verricht op 6 maart 2025, om 22:20 uur, op het Martiniplein in Sneek, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene heeft het E2-bord bij het oprijden van het Martiniplein over het hoofd gezien vanwege een kermistrailer die het zicht blokkeerde. Vervolgens is zijn auto weggesleept, volgens de gemeente door de kermisexploitanten, naar de plek waar de verbalisant een boete heeft opgelegd. Door het verslepen van de auto heeft betrokkene schade geleden. Hij heeft aangifte gedaan bij de politie.

4. De vertegenwoordiger stelt dat betrokkene heeft geparkeerd waar dat niet mocht, maar dat de verbalisant dit niet heeft waargenomen. Die heeft de auto namelijk zien staan op de plek waar de kermisexploitanten deze naartoe hebben versleept. De verbalisant mocht echter niet afgaan op de verklaringen van de kermisexploitanten, toen zij aangaven dat de auto eerder al stilstond waar dit niet mocht. Dit had de verbalisant zelf moeten vaststellen. Het wegslepen door een derde valt volgens de vertegenwoordiger onder artikel 8 van de Wahv. Daarom verzoekt hij de kantonrechter om gegrondverklaring van het beroep.

Overwegingen

5. De kantonrechter overweegt dat betrokkene er niets aan kon doen dat zijn auto is weggesleept naar de locatie waar de boete is opgelegd. Daarvoor mocht volgens artikel 8 van de Wahv inderdaad geen boete worden opgelegd. De verbalisant had verder alleen van horen zeggen dat de auto al verkeerd stond, voordat de kermisexploitanten die versleepten. Omdat de verbalisant dit zelf niet heeft waargenomen, mocht ook daarvoor geen boete worden opgelegd. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld. Het beroep is gegrond.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.